Een aantal zaken zijn gewoon terug te lezen in de betreffende artikelen in het RVV:
art. 23: Verbod tot stilstaan
De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan:
<ol><li>op een kruispunt;
<li>op een overweg;
<li>op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook;
<li>op een oversteekplaats of binnen 5 meter daarvan;
<li>in een tunnel;
<li>op de rijbaan langs een busstrook;
<li>langs een gele doorgetrokken streep;
<li>bij een bord "bushalte" op de geblokte markering of, bij gebrek daaraan binnen 12 meter van het bord tenzij voor het onmiddellijk laten instappen of uitstappen van passagiers.</li></ol>
Zo op het eerste oog zou men dus wel op trottoirs, voetpaden en fietspaden mogen stilstaan. Echter, de plaats op de weg (art. 10) bepaalt, wie gebruik mag maken van trottoir, voetpad en fietspad. Een personenauto / vrachtauto mag daar nooit komen en dus ook niet stilstaan.
Parkeren bij een oversteekplaats is binnen 5 meter daarvan niet toegestaan. Deze bepaling geldt voor alle zijden van de oversteekplaats.
De bepaling, dat zoveel mogelijk rechts moet worden stilgestaan is vervallen. Ook hier geldt de plaats op de weg, namelijk zoveel mogelijk rechts houden (art. 3). Men mag dus eventueel links parkeren, dit is ter eigen beoordeling.
De doorgetrokken gele streep als verbod tot stilstaan is nieuw. Eerder gold een doorgetrokken gele streep als parkeerverbod. Het parkeerverbod wordt nu aangeduid als een onderbroken gele streep. (zie onder)
art. 24: Parkeerverbod
De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
<ol><li>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;
<li>voor een inrit of uitrit;
<li>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
<li>op een parkeergelegenheid voor zover:
<ul><li>voor zover het voertuig niet behoort tot de categorie die door het onderbord is aangegeven;
<li>geparkeerd wordt op een andere wijze dan door het onderbord is aangegeven;
<li>geparkeerd wordt op andere dagen of uren dan door het onderbord zijn aangegeven;</li></ul>
<li>langs een onderbroken gele streep.
<li>Op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.
<li>op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend.</li></ul>
<li>Indien onder de borden E4 t/m E8, E12 en E13, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit dat bord of onderbord voortvloeiende ge- of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren.
<li>De bestuurder mag niet dubbel parkeren.</li></ol>
Indien een parkeergelegenheid met parkeerborden is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.
Parkeren is het doen of laten staan van voertuigen, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. (zie art. 1, definities)
Uiteraard mag daar, waar niet worden stilgestaan, ook niet geparkeerd worden.
Het parkeren was eerder verboden, tenzij, nu is het toegestaan, tenzij het uitdrukkelijk is verboden. Wel moeten de regels ten aanzien van de plaats op de weg in acht worden genomen.
De bepaling over parkeermeters is vervallen. Dit wordt nu via de veel gemeenten fiscaalrechterlijk afgehandeld. Die gemeenten die dit nog niet hebben, mogen een strafbepaling in een gemeentelijke verordening opnemen.
De bepalingen over misbruik van gehandicaptenparkeerkaarten zijn vervallen. Bij misbruik door de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig kan eventueel de kaart ongeldig verklaard worden.
Art. 25: Parkeerschijfzone
Het is verboden in een parkeerschijfzone te parkeren, behalve:
<ol><li>op parkeerplaatsen die van een P-tegel of een P-bord zijn voorzien
<li>op plaatsen met een blauwe streep, indien:
<ul><li>het motorvoertuig op meer dan twee wielen is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf, waarop het tijdstip is aangegeven waarop met parkeren is begonnen of
<li>het einde van de toegestane parkeerduur niet is verstreken.</li></ul></li></ol>
Als op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, hoeft de parkeerschijf slechts gedurende die tijdstippen te worden gebruikt.
Binnen een parkeerschijfzone moet langs de blauwe streep gebruik gemaakt worden van de parkeerschijf.
Op andere plekken, dus zonder een blauwe streep, is parkeren in principe verboden. De enige uitzondering zijn de in het gebied aangegeven parkeerplaatsen. Daar mag worden geparkeerd zonder parkeerschijf.
Op de meeste parkeerschijfzones is aangegeven hoe lang men maximaal mag parkeren. Er mag dan niet langer geparkeerd worden dan de geldende parkeerschijfduur.
Art. 26: Gehandicaptenparkeerplaats
Op een gehandicaptenparkeerplaats mag alleen geparkeerd worden door:
<ol><li>een gehandicaptenvoertuig of
<li>een voertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht.
<li>indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig. </li></ol>
Een herkenbaar gehandicaptenvoertuig hoeft dus geen gehandicaptenparkeerkaart in de auto te hebben liggen.
Als het een bijzondere gehandicaptenparkeerplaats is, wordt dit met een onderbord aangegeven. Meestal staat daar het kenteken van het motorvoertuig vermeld.
Ook geeft het RVV nog een defenitie van parkeren:
Parkeren:
Het laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is
<ul><li>voor het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers of
<li>voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. </li></ul>
Een voertuig van het ene parkeervak overbrengen naar en ander parkeervak zonder deel te nemen aan rijdend verkeer blijft parkeren (arrest Hoge Raad). Het ophalen van een kentekenbewijs is geen laden of lossen. (ook een arrest van de Hoge Raad)
De overige zaken zijn door de jaren heen wat duidelijker geworden naar aanleiding van wat uitspraken door de rechtbank.