Geacht forum.
Graag wil ik van U weten of het wettelijk verplicht is om achter in een camper in de lengte van de rijrichting gordels te dragen.
Dit naar aanleiding van het volende, wij hebben een camper met een rondzit achterin.
Voor zover bij mij bekend mochten hiet tijdens het rijden altijd mensen zitten zonder gordels, die zitten er namelijk ook niet in.
Onze camper dealer kon ons hier geen andwoordt op geven, volgens hem mocht het wel.
Volgens de ANWB mag dit per mei niet meer, er is toen een wetswijziging geweest.
De omschrijving zou staan in artikel 61b, ik weet alleen niet van welk wetboek.
Graag hoor ik van U het juiste.
M.h.g. Richard.
veiligheidsriemen in camper
Moderator: Moderatorteam
Artikel 61b Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens
Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
<ol><li>Het is verboden personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets.
<li>Het eerste lid is niet van toepassing:
<ol type=a><li>op het vervoer van personen in de laadruimte van een ambulance, dierenambulance, of voertuig dat blijkens een aantekening op het kentekenbewijs speciaal is uitgerust voor rolstoelvervoer;
<li>op het vervoer van personen in de laadruimte van motorvoertuigen ten dienste van politie en brandweer en van andere door Onze Minister
aangewezen hulpverleningsdiensten;
<li>op het vervoer van een persoon op de bestuurderszitplaats in een motorvoertuig of op een bromfiets op meer dan twee wielen die door een ander motorvoertuig of een andere bromfiets op meer dan twee wielen wordt voortgetrokken en op het vervoer van passagiers van het getrokken voertuig als hier bedoeld, voor wie geen zitplaats in het trekkende voertuig als hier bedoeld beschikbaar is;
<li>in het geval het vervoer van personen geschiedt in het kader van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van een
gemeentelijke verordening is afgegeven.</li></ol></li></ol>
-
Kale TS
- Infopolitie Gast
Gevonden:
Toelichting RVV artikel 61b
De regelgeving voorzag tot nu toe niet in een expliciet verbod van het vervoer van personen in of op aanhangwagens achter motorvoertuigen of bromfietsen en in open of gesloten laadruimten van motorvoertuigen of bromfietsen.
Het vervoer van personen in dergelijke omstandigheden is uit het oogpunt van verkeersveiligheid niet gewenst, omdat dit – zeker in het geval dat met hoge snelheid wordt gereden – tot een onaanvaardbaar grote kans op het ontstaan van lichamelijk letsel leidt.
Het voorkomen van dergelijke gevaarlijke situaties door middel van handhaving kon in de oude situatie alleen ter hand worden genomen door toepassing van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Als gevolg van jurisprudentie zijn de mogelijkheden om dit artikel te gebruiken voor potentieel gevaarlijke situaties beperkt en dient tegenwoordig voor toepassing ervan aangetoond te worden dat onder de actuele omstandigheden sprake is van een veiligheidsrisico.
Om dit te ondervangen is ervoor gekozen om het bovengenoemde vervoer expliciet te verbieden.
Onder het verbod valt zowel ieder denkbaar vervoer van personen in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets, als het vervoer van personen in de open en gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets.
Met het verbod voor het vervoer van personen in de laadruimte van een motorvoertuig wordt beoogd dat alleen op de in het motorvoertuig aanwezige gewone zitplaatsen personen mogen worden vervoerd. Met gewone zitplaatsen worden zitplaatsen bedoeld die, blijkens de constructie, speciaal bestemd en uitgerust zijn voor het vervoer van personen. Zo dient de zitplaats deugdelijk aan het voertuig bevestigd te zijn.
Opdat er verder geen misverstand kan ontstaan over het begrip laadruimte in relatie tot het vervoer van personen in de daartoe geschikte ruimte in een ambulance, dierenambulance, of voertuig voor rolstoelvervoer, is dat vervoer in het tweede lid van artikel 61b van het RVV 1990 uitdrukkelijk uitgezonderd van het verbod. Omdat er behoefte kan bestaan aan een definitie voor een ambulance en dierenambulance, is artikel 1 van het RVV 1990 daartoe aangepast.
De reden voor het expliciet opnemen van een definitie van een dierenambulance is om mogelijk te maken dat verzorgers plaats kunnen nemen bij dieren die in het kader van een medische behandeling vervoerd worden.ambulance:
motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor ambulancevervoer als bedoeld in de Wet ambulancevervoer;
dierenambulance:
motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren;
Daarmee is een dierenambulance overigens niet gelijkgeschakeld met een ambulance wat betreft de bevoegdheid gebruik te maken van optische en geluidssignalen. Voor diverse hulpdiensten, bijvoorbeeld de brandweer of reddingsbrigades op het strand, kan het noodzakelijk zijn mensen te vervoeren in de laadruimte van een motorvoertuig. Het is derhalve niet wenselijk het verbod ook op het vervoer van mensen door de aangewezen diensten van toepassing te laten zijn.
Ook het vervoer van personen in een motorvoertuig of een bromfiets op meer dan twee wielen die door een ander motorvoertuig of bromfiets wordt voortgetrokken, is uitgezonderd van het verbod voor zover het betreft personen gezeten achter het stuur en personen uit het getrokken voertuig als hier bedoeld, voor wie geen plaats meer is in het trekkende voertuig als hier bedoeld.
Deze in het tweede lid van artikel 61b van het RVV 1990 bepaalde uitzondering is opgenomen met het oog op voortgetrokken motorvoertuigen die door een technisch mankement getroffen zijn.
Omdat doorgaans van het gesleepte voertuig de rem- of de stuurbekrachtiging of beide niet meer werken, wordt het besturen daarvan steeds ernstiger bemoeilijkt naarmate het gewicht van het getrokken voertuig toeneemt.
Voorts nemen de risico’s toe doordat het zicht van de bestuurder van het gesleepte voertuig wordt belemmerd door het trekkende voertuig en doordat de bestuurder van het gesleepte voertuig afhankelijk is van de manoeuvres van het trekkende voertuig. Het vervoeren van personen in een gesleept voertuig brengt dus een verhoogd veiligheidsrisico met zich.
De inzittenden van een gesleept voertuig bevinden zich daarom in een riskantere positie. Om die reden is het van belang het aantal inzittenden te beperken tot het hoognodige. Desalniettemin kan het vanuit een veiligheidsoogpunt bezwaarlijk zijn passagiers van het getrokken voertuig op een pad of rijbaan achter te moeten laten. Daarom geldt de uitzondering ook voor passagiers uit het getrokken voertuig voor wie geen plaats meer is in het trekkende voertuig.
Ten slotte is in het tweede lid van artikel 61b van het RVV 1990 een uitzondering opgenomen voor het vervoer van personen bij evenementen of optochten waarvoor een gemeentelijke vergunning is afgegeven. De regels omtrent openbare orde (waaronder ook orde en veiligheid op de weg valt) zijn over het algemeen neergelegd in de Algemene Plaatselijke/ Politieverordening (APV), waarbij aangetekend dient te worden dat deze per gemeente kan verschillen.
In de meeste gevallen is in de APV een vergunningplicht voor evenementen en optochten opgenomen. Is een dergelijk vergunningstelsel niet aanwezig, dan zal per wagen een ontheffing dienen te worden aangevraagd.
Bij het vastleggen van de vergunningvoorschriften dient te worden opgenomen dat deze – in ieder geval mede – tot doel hebben de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen te dienen. Overigens is in artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994 neergelegd dat gemeenten hun bevoegdheid behouden om bij verordening regels vast te stellen ten aanzien van het onderwerp waarin de Wegenverkeerswet 1994 voorziet, voor zover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voor zover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.
Aangezien er bij dergelijke optochten sprake is van wagens die stapvoets rijden en daarom over het algemeen geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren bestaat er geen bezwaar tegen het opnemen van een uitzondering. Door deze uitzondering in het RVV 1990 op te nemen is het, behoudens de gevallen dat er in de desbetreffende gemeente geen vergunningstelsel aanwezig is, niet meer noodzakelijk dat de wegbeheerder voor elke wagen een aparte ontheffing afgeeft.
Handhaving
Overtreding van het verbod is strafbaar gesteld door aanpassing van artikel 92 RVV 1990. Ingevolge artikel 177, eerste lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 kan overtreding van artikel 61b RVV 1990 worden bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Alhoewel de handhaving nu strafrechtelijk geschiedt, zal de handhaving op een later moment via de administratiefrechtelijke weg te laten plaatsvinden. Om overtreding van artikel 61b RVV 1990 administratiefrechtelijk af te kunnen doen zal dit feit in de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften worden opgenomen.
Deze bijlage wordt tweejaarlijks gewijzigd. De laatste wijziging dateert van 1 januari 2004. De eerstvolgende wijziging van de bijlage, waarin ook de administratiefrechtelijke handhaving van het betrokken verbod zal worden geregeld, zal daarom met ingang van
1 januari 2006 in werking treden.
De politie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Vervoer, zullen de handhaving van het verbod meenemen in hun reguliere werkzaamheden.