2. Bestuurders die naar links afslaan, moeten tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt naar rechts afslaan voor laten gaan.
Er wordt niet gesproken over dezelfde weg, er wordt gesproken over hetzelfde kruispunt. En dus zeg ik vervolgens:
Een onverharde weg is en blijft een weg, welke deel uit kan maken van een kruispunt. Ergo: ingevolge art. 18 lid 2 gaat een op de onverharde weg rijdende en rechtsafslaande bestuurder voor op een op een verharde weg en linksafslaande bestuurder.
Artikel 18 lid 2 heeft niets met voorrang te maken, dat wordt immers in artikel 15 geregeld en gaat over kruisende wegen.
Nemen we even de tekening van Dusty erbij:
Stel de wandelaar is een auto, die rechtsaf wil slaan. Die auto gaat dan voor op de tegemoetkomende auto die linksaf wil slaan.
Ik zal er dan wel overheen lezen, maar volgens mij staat er niet: bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een kruisende verharde weg.
Dat laatste staat er bij bord B6 b.v. wel.
Is het lezen van een wettekst nou echt zo moeilijk?
Weet je wat? Ik gooi er ook een plaatje tegenaan.
Let wel! Volgens het handboek wegontwerp wordt bij een zandweg geen bord B6 (B7) geplaatst omdat bestuurders toch al voorrang moeten verlenen.
Terwille van het plaatje staat bord B1 vlak bij de zandweg. In de praktijk is dat niet het geval, maar staat het bord vlak voor of na het vorige kruispunt.
Wie heeft hier voorrang?
Je hebt niet voldoende rechten om de bijlagen van dit bericht te bekijken.
Je haalt er weer de voorrangsregeling bij, oftewel artikel 15. Nu zet je er borden bij, kennelijk om nog duidelijker te maken dat jij het over voorrang hebt.
Maar in de door mij aangehaalde tekening is GEEN sprake van voorrang. Voorrang verleen je immers aan kruisende bestuurders (hetzij van links of van rechts komend) en de auto die op mijn tekening uit de zandweg komt is GEEN kruisend verkeer, maar tegemoetkomend verkeer.
En DAN komt art. 18 lid 2 om de hoek, korte bocht gaat voor lange bocht.
Wetsteksten lezen is niet zo moeilijk hoor. Wetsteksten interpreteren, dat wordt lastiger.
Zoals ik al eerder in dit draadje aangehaald heb, is dit onderwerp al eerder aan de orde geweest; weet alleen niet meer welk draadje dit was.
En toen zijn 'we' er ook niet uitgekomen.............
De enige conclussie is dat we het wederom niet eens zijn of worden.
Alleen daar kunnen we het dan WEL over eens zijn!
Beste Leo, hoe kom je erbij dat voorrang alleen kruisingen betreft? Zoals art 15 lid 2 aangeeft betreft het ook wegen. Dat staat er toch echt. Dat dan ook alleen maar een kruising met een andere weg zijn, dat wel.
Edit.
Volgens de definitieparagraaf is een kruispunt iedere kruising of splitsing van wegen. Het doet niet terzake onder welke hoek de wegen elkaar kruisen. Van rechts komend is dan ook een ruim begrip en is niet alleen van toepassing op een rechthoek situatie.
De auto komend uit de zandweg is weliswaar tegemoetkomend verkeer, maar is niet voorrangsgerechtigd omdat hij zich niet op dezelfde weg bevindt. Dat zegt de wetgever.
Laatst gewijzigd door Mofkap op 15 mei 2005, 20:25, 1 keer totaal gewijzigd.
Mofkap schreef:Beste Leo, hoe kom je erbij dat voorrang alleen kruisingen betreft? Zoals art 15 lid 2 aangeeft betreft het ook wegen. Dat staat er toch echt.
Stapel & De Koning:
Verlenen van voorrang
Artikel 15 RVV 1990
In artikel 15 is geregeld dat op kruispunten bestuurders voorrang verlenen aan voor hen van rechts komende bestuurders. Hierbij blijkt dat in de voorrangsregeling twee kernbegrippen zijn opgenomen, te weten: het begrip ‘kruispunt’ en het begrip ‘voorrang’. Zij omvatten het volgende:
- kruispunt (art. 1, onderdeel t, RVV 1990): kruising of splitsing van wegen. Volgens de nota van toelichting kan een kruispunt mede worden gevormd door een kruising van een weg, bestemd voor bestuurders van een motorvoertuig en een trambaan;
- voorrang verlenen (art. 1, onderdeel am, RVV 1990): het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen.
Het begrip voorrang verlenen omvat volgens de nota van toelichting meer dan het enkel vrijlaten van voldoende ruimte om de voorrangsgerechtigde bestuurder door te laten. Het heeft betrekking op het hele gedrag dat van een goed bestuurder mag worden verwacht die een andere bestuurder voorrang verleent. Hij dient niet slechts de feitelijke ruimte die daarvoor nodig is vrij te laten, maar hij dient het kruispunt ook zodanig te naderen dat bij de voorrangsgerechtigde ook het vertrouwen wordt gewekt dat hem voorrang wordt verleend. Met andere woorden: hij die een kruispunt zeer snel nadert maar op het laatste moment nog wel vlak voor het kruispunt stopt, laat misschien wel de feitelijke ruimte vrij, doch verleent geen voorrang in de zin van artikel 15.
De gekozen formulering van het begrip ‘voorrang verlenen’ ziet volgens de wetgever op gedrag dat zich kan afspelen op een drietal momenten, te weten: - bij nadering van de kruisende weg;
- bij het oprijden van, dan wel op de kruisende weg;
- bij het verlaten (hebben) van het kruispunt.
3.8. "Voorrang verlenen" wordt door art. 1, onderdeel am, RVV 1990 omschreven als "het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen". De Nota van toelichting merkt hieromtrent onder meer op:
"In het RVV 1990 is gekozen voor een expliciete omschrijving van het begrip voorrang verlenen. In plaats van "de doorgang vrijlaten" wordt nu gesproken van de bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen. Met name impliceert dit dat een bestuurder die snel een kruispunt nadert en pas op het laatste moment stopt waarbij hij de indruk wekt bij het voorrangsgerechtigde verkeer dat hij niet aan zijn voorrangsverplichting zou voldoen, geen voorrang verleent, hoewel hij in objectieve termen wel de doorgang vrijlaat. Het wordt gewenst geacht dergelijke bestuurders op het negeren van de voorrangsregel aan te kunnen spreken. Hierbij wordt aangesloten bij de recente jurisprudentie over het voorrang geven.". De Nota van toelichting op art. 18 RVV 1990 houdt onder meer in: "Het bepaalde in artikel 18, eerste lid, wijkt inhoudelijk niet af van de regeling zoals deze ingevolge het RVV 1966 gold. Wel is hier in plaats van het begrip hinderen gekozen voor de term "voor laten gaan".
Zowel de regeling van de voorrang als die van het afslaan houdt derhalve in dat de ene weggebruiker de andere weggebruiker in staat stelt om ongehinderd zijn weg te vervolgen.
'Dingen simpel houden is heel moeilijk, dingen moeilijk maken is daarentegen heel simpel..'
Ja, Koen? Wat zegt dit over het onderwerp? Dat lees ik niet uit deze overweging.
In de jurisprudentie wordt zowel bij voorrang als bij voor laten gaan gesproken over de voorrangsgerechtigde, omdat inhoudelijk de begrippen niet veel afwijken.
Ging wat fout, maar dat wilde ik inderdaad ook aangeven...
'Voorrang verlenen' of 'voor laten gaan' kent eigenlijk geen (of liever 'weinig') verschil.
Ik was het destijds al met je eens en dat ben ik nog steeds.
Wellicht bedoelt de wetgever het anders en wordt het in ieder geval anders uitgelegd, maar de regel dat iemand van een onverharde weg 'de rest' voorrang moet verlenen is mi wel de makkelijkste en de meest duidelijke interpretatie... maar helaas, het mag kennelijk niet zo wezen...
'Dingen simpel houden is heel moeilijk, dingen moeilijk maken is daarentegen heel simpel..'