Bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten en daartoe een uitrijstrook volgen, zijn ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen verplicht om de richting te volgen die de uitrijstrook waarop zij zich bevinden, aangeeft.
Als ik het goed heb begrepen is deze regel in het leven geroepen tegen mensen die een file proberen te omzeilen. Als je in wilt voegen op een weefstrook is de bedoeling volgensmij dat je vóór de pijlen op het wegdek bent ingevoegd. Maar hoe zit het als je door overmacht niet ervoor hebt kunnen invoegen, bijvoorbeeld als de weefstrook te kort is (volgens de richtlijnen) en/of het verkeersbeeld die niet toe laat? Ik zou zeggen dat je de doorgaande rijbaan niet hebt verlaten, omdat je er juist op wilt komen (niet eerst er af en dan er weer op), maar daar had ik een discussie over met een bepaalde uitgever van theorieleermiddelen.
Op het filmpje wordt er geen gebruik gemaakt bam een uitrijstrook. Zo te zien splitst de snelweg zich in tweeën. Je zal dus naar de regels voor de voorsorteerstrook moeten kijken.
Dat leek me niet gezien het bord boven die twee stroken een afrit nummer heeft, en er uiteindelijk een UIT-bord staat bij wat ik een afrit noem. Of moet je dat stuk daarvoor beschouwen als een kruispunt (splitsing van wegen), dat artikel 78.1 geldt?
Afijn als dit niet zo is wil ik mijn vraag laten staan. Ik ben namelijk geïnteresseerd in de situatie met een weefstrook.
Eerst even het betreffende artikel erbij pakken en daarna (mijn) uitleg:
Wetstekst
RVV artikel 78
1 Bestuurders die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. Een in een voorsorteerstrook gelegen fietsstrook maakt deel uit van deze voorsorteerstrook.
2 Bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten en daartoe een uitrijstrook volgen, zijn ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen verplicht om de richting te volgen die de uitrijstrook waarop zij zich bevinden, aangeeft.
Zoals je in het dikgedrukte gedeelte (lid 2) kunt lezen, geldt die regel alléén voor bestuurders die reeds hebben uitgevoegd en daarna opnieuw de doorgaande rijbaan weer op willen.
Voor iemand die nog wil invoegen, is dit dus niet van toepassing en mag die ook nadat er al pijlen staan nog gewoon (veilig) invoegen.
In de praktijk blijkt het steeds vaker voor te komen, dat bestuurders de uitrijstrook gebruiken om op het laatste moment op de doorgaande rijbaan in te voegen, met name als deze onderdeel uitmaakt van een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook (weefvak). Dit gedrag leidt tot een verstoring van de doorstroming op de doorgaande rijbaan en mogelijk tot irritatie bij andere bestuurders en is daarom en mede uit oogpunt van verkeersveiligheid niet gewenst. Door de in artikel 78, tweede lid RVV 990 opgenomen verplichting om de eenmaal gekozen richting te volgen, is dit gedrag verboden.
Het RVV 1990 kent geen definitie van een uitvoegstrook, maar kent wel een definitie van een uitrijstrook (art. 1, onderdeel ag). Deze definitie spreekt over een weggedeelte, dat bestemd is voor bestuurders, die de doorgaande rijbaan verlaten. Echter, als er sprake is van een invoegstrook, is het onduidelijk waar deze eindigt en overgaat in een uitrijstrook, het zogenaamde weefvak. Om misverstanden te voorkomen geldt de verplichting de richting van de uitrijstrook te volgen vanaf de hoogte van de op de rijstrook aangebrachte pijlen.
Om zeker te weten dat ik het goed lees; dit betekent dus dat het niet de bedoeling is om bij de uitrijstrook nog in te voegen (ook al kom ik niet van de doorgaande rijbaan af) en de regel is hierbij dus nog steeds van toepassing.