1. Ik reed in een 30 km zone met drempels waarbij ik de kruising nader. voor de tweebaans weg (1 richting) ligt een vrijliggend fietspad. Daar ben ik gestopt voor eventueel kruisend verkeer voor te laten gaan... er kwam niets. Achter dat fietspad liggen parkeerhavens, welke het zicht naar links danwel rechts belemmeren. Ook heb ik tussen de aldaar geparkeerde auto's door gekeken voor naderend verkeer op die weg. 1 auto passeert, verder niets
2. Nadat ik geconstateerd had dat het fiets vrij was, ben ik voorzichtig vooruit 'gekropen' naar het kruisingsvlak toe onder het aangeven van richting naar rechts. Ik stop weer. Nu kijk ik de beide rijbanen af voor naderend, kruisend verkeer. Er komt niets aan. In de veronderstelling dat ik kan gaan draai ik vanuit stilstand rustig de tweebaans voorrangsweg op. Aangezien ik straks moet voorsorteren naar links, neem ik de LINKER rijstrook.
3. Ik ben klaar met het maken van mijn bocht en rijd nu rechtuit. (Tweede versnelling) In mijn spiegel zie ik snel een auto naderen welke geen snelheid mindert, ik ben nu zo'n 30 meter van de kruising verwijderd. De auto achter me moet remmen, raakt in een slip en tikt mij rechtsachter aan, waarna hij een rechts geparkeerde auto in de flank ramt, om daarna tegen een bus tot stilstand te kome, die 10 meter opschuift...
Voor mijn gevoel heb ik alle voorzichtigheid in acht genomen bij het opdraaien van die kruising. Toch wordt er beweert dat ik geen voorrang heb verleent....De aanrijding vond echter pas 35 meter na de kruising plaats...
Wie had wat (niet) moeten doen? Wie was hier debet aan?
Met vr gr.
Dhr. Bax