Gelet op het feit dat ik vaak militair meerdere ben doe ik dat niet automatisch:. Natuurlijk wel als de Marechaussee mij groet. Dus bij deze:rai schreef:Zeker, hakken bij elkaar en gaan.ThunderSTreak schreef:Zouden meer Nederlanders moeten doen, toch Rai?
Maar Thunder, zou je dan ook niet even groeten.![]()
![]()
bekeuring van marechausse
Moderator: Moderatorteam
- ThunderSTreak
- Berichten: 6252
- Lid sinds: 18 jul 2004, 16:06
- Locatie: Ulvenhout
- Geslacht:
- Leeftijd: 67
- Contact:
Met vriendelijke groet,
ThunderSTreak
drive safe4safety
ThunderSTreak
drive safe4safety
Heren, ik denk niet dat het nodig is er een moddergevecht van te gaan maken...
@TS: Er zijn een aantal momenten waarop de marechaussee je inderdaad als burger gewoon mag bekeuren. Als ze dat doen kun je er globaal vanuit gaan dat ze dat ook mogen. Er zijn in het verleden een paar momenten geweest waarop achteraf bleek dat iemand van de marechaussee dacht goed bezig te zijn, en een rechter achteraf anders oorddeelde. Dat kunt u in dit geval niet anders weten dan bezwaar aantekenen op het moment dat een acceptgiro binnen komt. Wacht die even af, schrijf een bezwaarbrief en dan krijgt u daar uitsluitsel over. Waren ze bevoegd, dan is het jammer maar helaas, waren ze niet bevoegd dan heeft u een overtreding gratis mogen plegen....
Overigens is het ook voor de marechaussee op dit moment balanceren op een koord, wat ze om 14:00 uur als taak hebben kunnen ze om 14:15 uur misschien helemaal niet (meer) mogen. Het is dus niet vreemd dat in het verleden een rechter (terecht) oordeelde dat de KMAR iets deed wat ze niet mochten, terwijl die marechaussee ook absoluut niets te verwijten valt. Erg vreemde situatie gewoon... In dat opzicht kan ik niet anders dan Rai gelijk geven, stop eens met zeiken. Mag het wel, prima, mag het niet, haal dan gewoon alles weg, striping, blauw lichtje etc. en het uniform, geef ze een andere status en stop met zeuren... Niemand weet meer waar ie aan toe is....
@TS: Er zijn een aantal momenten waarop de marechaussee je inderdaad als burger gewoon mag bekeuren. Als ze dat doen kun je er globaal vanuit gaan dat ze dat ook mogen. Er zijn in het verleden een paar momenten geweest waarop achteraf bleek dat iemand van de marechaussee dacht goed bezig te zijn, en een rechter achteraf anders oorddeelde. Dat kunt u in dit geval niet anders weten dan bezwaar aantekenen op het moment dat een acceptgiro binnen komt. Wacht die even af, schrijf een bezwaarbrief en dan krijgt u daar uitsluitsel over. Waren ze bevoegd, dan is het jammer maar helaas, waren ze niet bevoegd dan heeft u een overtreding gratis mogen plegen....
Overigens is het ook voor de marechaussee op dit moment balanceren op een koord, wat ze om 14:00 uur als taak hebben kunnen ze om 14:15 uur misschien helemaal niet (meer) mogen. Het is dus niet vreemd dat in het verleden een rechter (terecht) oordeelde dat de KMAR iets deed wat ze niet mochten, terwijl die marechaussee ook absoluut niets te verwijten valt. Erg vreemde situatie gewoon... In dat opzicht kan ik niet anders dan Rai gelijk geven, stop eens met zeiken. Mag het wel, prima, mag het niet, haal dan gewoon alles weg, striping, blauw lichtje etc. en het uniform, geef ze een andere status en stop met zeuren... Niemand weet meer waar ie aan toe is....
-
Mofkap TS
- Infopolitie Gast
Frans, dat er wellicht meer duidelijkheid moet komen t.a.v. de bevoegdheden van de leden van het Wapen der Koninklijke Marechaussee is wenselijk. Het ene moment wel, het ander moment niet, dat creëert niet echt een werkbare situatie.
Anderzijds lijken mij de wetgeving en de relevante uitspraken genoeg aanknopingspunten te bieden voor de marechaussee om voor zichzelf te (kunnen) bepalen of zij wel of niet bevoegd zijn.
Dat is ook een kwestie van acceptatie. In het verleden werd immers vaak gedacht dat men zonder meer bevoegd was.
Het dragen van een uniform, striping op de auto of zelfs een blauwe zwaailamp met dito sirene heeft m.i. niets met de bevoegheid als zodanig te maken. Er zijn meer diensten die van die voorzieningen gebruik maken en die toch geen toezichthoudende of opsporingsbevoegdheid hebben. (En soms ook weer wel.
)
Anderzijds lijken mij de wetgeving en de relevante uitspraken genoeg aanknopingspunten te bieden voor de marechaussee om voor zichzelf te (kunnen) bepalen of zij wel of niet bevoegd zijn.
Dat is ook een kwestie van acceptatie. In het verleden werd immers vaak gedacht dat men zonder meer bevoegd was.
Het dragen van een uniform, striping op de auto of zelfs een blauwe zwaailamp met dito sirene heeft m.i. niets met de bevoegheid als zodanig te maken. Er zijn meer diensten die van die voorzieningen gebruik maken en die toch geen toezichthoudende of opsporingsbevoegdheid hebben. (En soms ook weer wel.
Het dragen van een uniform, striping en een blauw zwaailicht schept niet alleen verwachtingen bij de collega's maar ook bij de burger. Verwachtingen die ze, om het even, soms wel en soms niet waar kunnen maken. Da's een zorgelijke ontwikkeling en ik kan me heel goed voorstellen dat de KMAR daar zelf ook graag een inde aan ziet komen, linksom danwel rechtsom....
Voor wat betreft de diensten die er gebruik van maken zonder bevoegdheden, ik geloof dat we die tijd nu zo langzamerhand wel achter de rug hebben...
Voor wat betreft de diensten die er gebruik van maken zonder bevoegdheden, ik geloof dat we die tijd nu zo langzamerhand wel achter de rug hebben...
- rai
- Berichten: 7402
- Lid sinds: 06 jul 2004, 21:54
- Locatie: Regio Rotterdam Rijnmond
- Geslacht:
- Contact:
Even speciaal voor Mofkap. (en iedereen die het wil lezen natuurlijk.)
In die recente uitspraak die jij liet zien is de Kmar klinklaar bezig met zijn taak, en voor de rest helemaal niets aan het "zoeken" of wat dan ook.
Op het moment dat je iemand door het opsporingssysteem haalt, neemt hij automatisch bijzonderheden op met betrekking tot rijbewijzen.
Die persoon wordt dus gewoon tijdens de rechtmatige uitoefening staande gehouden en nagetrokken, daarbij "stuit" men op onder havige zaak.
Dit is in het kader van het strafrecht waarvan de rechter zegt, niet bevoegd, terwijl die collega's nota bene met een, in artikel 6 aangewezen taak bezig zijn.
Hieronder een mooie, tevens collega's werkzaam bij een MTV-briagde die "zomaar een mulder" uitschrijven.
Kijk eens hoe er nu weer over gedacht wordt.
Die mulderzaak staat in mijn ogen een stuk verder weg qua takenpakket dan die strafrechtzaak, maar neemt niet weg dat inzake "Muldergedraging" wij volledig bevoegd worden geacht door het hoogste rechtsorgaan in dit soort zaken.
En deze uitspraak is een van de vele die door het Hof in Leeuwarden gedaan zijn omtrent bezwaarschiften over de Mulderbevoegdheid van de Kmar, die alleen (uitzonderingen daagelaten) voor de Kmar positief en de burger negatief uitvallen.
Omtrent bovenstaande is het dus ook niet verstandig om "zomaar" te roepen dat de Kmar toch niet bevoegd is tot het opleggen van sancties, want dan kan de burger nog wel eens van een koude kermis thuiskomen.
In die recente uitspraak die jij liet zien is de Kmar klinklaar bezig met zijn taak, en voor de rest helemaal niets aan het "zoeken" of wat dan ook.
Op het moment dat je iemand door het opsporingssysteem haalt, neemt hij automatisch bijzonderheden op met betrekking tot rijbewijzen.
Die persoon wordt dus gewoon tijdens de rechtmatige uitoefening staande gehouden en nagetrokken, daarbij "stuit" men op onder havige zaak.
Dit is in het kader van het strafrecht waarvan de rechter zegt, niet bevoegd, terwijl die collega's nota bene met een, in artikel 6 aangewezen taak bezig zijn.
Hieronder een mooie, tevens collega's werkzaam bij een MTV-briagde die "zomaar een mulder" uitschrijven.
Kijk eens hoe er nu weer over gedacht wordt.
Nu weet ik dat het ene een strafrechtzaak is en dit een bestuurszaak, maar neemt niet weg dat er door verschillende rechtscolleges toch verschillend gedacht wordt.LJN: AU6433, Gerechtshof Leeuwarden, WAHV 05/00759
Datum uitspraak: 31-08-2005
Datum publicatie: 18-11-2005
Rechtsgebied: Bestuursrecht overig
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden. Geen rechtsregel verplicht de kantonrechter ertoe in het kader van een WAHV-procedure de bevoegdheid van de verbalisanten tot het opleggen van een administratieve sanctie ambtshalve te onderzoeken. In casu was marechaussee bevoegd tot het opleggen van de administratieve sanctie. Na de fase van het administratief beroep is een aanvullend proces-verbaal opgesteld. De op de onderhavige procedure betrekking hebbende regelgeving en jurisprudentie bieden geen grondslag voor de stelling dat dit proces-verbaal niet als bewijs zou mogen dienen.
Uitspraak
WAHV 05/00759
31 augustus 2005
CJIB 79075509250
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Roermond
van 26 april 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. E.M.A. Tromp, gevestigd te Venlo.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Roermond ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 140,- opgelegd ter zake van "als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden", welke gedraging zou zijn verricht op 7 september 2004 om 13:40 uur op de Klagenfurtlaan in de gemeente Venlo.
3.2. Namens de betrokkene heeft de gemachtigde aangevoerd dat de kantonrechter ten onrechte niet (ambtshalve) de bevoegdheid van de verbalisanten heeft getoetst aan de hand van artikel 6 Politiewet en geoordeeld dat de sanctie niet in overeenstemming met artikel 3 WAHV tot stand is gekomen.
3.3. Anders dan de gemachtigde kennelijk veronderstelt verplicht geen rechtsregel de kantonrechter ertoe in het kader van een WAHV-procedure de bevoegdheid van verbalisanten tot het opleggen van een administratieve sanctie ambtshalve te onderzoeken. Uit de stukken van het geding blijkt voorts niet dat de gemachtigde de bevoegdheid van de verbalisanten in het kader van het beroep bij de kantonrechter aan de orde heeft gesteld.
3.4. Voor zover de gemachtigde zich in hoger beroep op het standpunt stelt dat de verbalisanten niet bevoegd waren tot het opleggen van de onderhavige administratieve sanctie, overweegt het hof als volgt.
3.5. Artikel 3, eerste lid, WAHV bepaalt dat met het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, WAHV bedoelde voorschriften zijn belast de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ambtenaren.
3.6. Blijkens het zaakoverzicht van het CJIB heeft de verbalisant Sanders onder meer het volgende verklaard: "Ik, verbalisant, was belast met de uitoefening van de ingevolge artikel 6 van de Politiewet genoemde grensbewakingstaak/mobiel toezicht van vreemdelingen.".
3.7. Artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 (BABW 1994) bepaalt dat met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn belast de militairen van de Koninklijke Marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder c, van het wetboek van Strafvordering, voor de gevallen, waarin deze militairen zijn belast met de uitvoering van de politietaken, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b, c, d, e en f, van de Politiewet 1993.
3.8. Artikel 6, eerste lid, onder f, Politiewet 1993 bepaalt dat aan de Koninklijke Marechaussee, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, de volgende politietaak is opgedragen: de uitvoering van bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder de bediening van de daartoe door Onze Minister van Justitie aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze posten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde.
3.9. Uit de overwegingen onder 3.5. tot en met 3.8. volgt dat de verbalisant Sanders bevoegd was tot het opleggen van de administratieve sanctie.
3.10. De gemachtigde heeft voorts aangevoerd dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat niet van belang was dat de betrokkene daadwerkelijk aan het bellen was. De gemachtigde heeft ontkend dat de betrokkene tijdens het rijden heeft gebeld, dan wel een mobiele telefoon heeft vastgehouden. Onder overlegging van verklaringen van de echtgenote v[getuige]ne en van [getuige] heeft de gemachtigde aangevoerd dat de echtgenote van de betrokkene, naast de betrokkene gezeten, rond het tijdstip van de gedraging via de mobiele telefoon van de betrokkene een inkomend gesprek heeft gevoer[getuige]] een klant van de betrokkene. De betrokkene heeft vermoedelijk slechts aan zijn hoofd gekrabd of aan zijn oor gepeuterd, en de verbalisanten zouden hieruit ten onrechte hebben afgeleid dat hij een mobiele telefoon vasthield. De gemachtigde heeft tevens een brief van Vodafone met twee bijlagen overgelegd, alsmede een ten name van [getuige] gesteld rekeningoverzicht van Deutsche Telekom. De gemachtigde heeft voorts aangevoerd dat het aanvullend proces-verbaal van de verbalisanten Sanders en Jansen d.d. 6 december 2004 in strijd is met een eerder afgelegde verklaring omtrent de gedraging en dat dit proces-verbaal niet als bewijs mag worden gebruikt omdat deze niet voldoet aan de vereisten van de artikelen 152 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv), nu het pas is opgemaakt nadat de betrokkene administratief beroep had ingesteld.
3.11. Blijkens diens ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht van het CJIB heeft de verbalisant Sanders het volgende waargenomen: "Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn linkerhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof van het merk Nokia 3210. [...]. Verklaring betrokkene: ik heb niet getelefoneerd.".
3.12. In het aanvullend proces-verbaal d.d. 6 december 2004 hebben de verbalisanten Sanders en Jansen onder meer het volgende verklaard: "[...]. Wij verbalisanten zagen nadat de personenauto ons opvallende dienstvoertuig aan de voorzijde stapvoets passeerde dat de bestuurder een mobiele telefoon in zijn linkerhand vasthield en deze tegen zijn linkeroor gedrukt hield. Wij verbalisanten volgden bovengenoemde personenauto en gaven deze een stopteken. Nadat ik
1e verbalisant bestuurder aansprak zag ik 1e verbalisant dat de bijrijder met een mobiele telefoon aan het telefoneren was. Ik 1e verbalisant deelde bestuurder mede dat wij verbalisanten hadden waargenomen dat deze tijdens het besturen van een motorvoertuig een mobiele telefoon vasthield. [...]. Verklaring betrokkene: "Ik was niet aan het telefoneren. Op het moment dat ik jullie passeerde had ik jeuk aan mijn oor dus zat ik met een vinger in mijn oor. Ik denk dat jullie dit interpreteerden als telefoneren. Ik zag dat jullie niet in mijn richting keken toen ik jullie passeerde dus kunnen jullie ook niets hebben waargenomen.".
Opmerking verbalisanten: "Wij verbalisanten zagen duidelijk dat Kaniewski een mobiele telefoon in zijn linkerhand hield en deze tegen zijn linkeroor gedrukt hield. Dit hebben wij duidelijk kunnen waarnemen omdat Kaniewski ons verbalisanten stapvoets naderde. Hierdoor konden wij verbalisanten duidelijk zien dat Kaniewski een mobiele telefoon tegen zijn linkeroor gedrukt hield, onze waarneming werd bevestigd nadat deze ons aan de voorzijde van ons dienstvoertuig passeerde. Dit was op een afstand van circa twee meter.[...].".
3.13. Voor zover de gemachtigde heeft gesteld dat het aanvullend proces-verbaal niet als bewijs zou mogen dienen aangezien het na de fase van het administratieve beroep is opgesteld overweegt het hof dat de op deze procedure betrekking hebbende regelgeving en jurisprudentie geen grondslag bieden voor deze stelling.
3.14. Anders dan de gemachtigde heeft gesteld blijkt niet uit de stukken van het geding dat de verklaringen van de verbalisanten in het aanvullend proces-verbaal strijdig zijn met de verklaring van de verbalisant Sanders zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB.
3.15. Art. 61a Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV1990) luidt als volgt: Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
3.16. De Nota van Toelichting bij de invoering van deze bepaling vermeldt onder meer dat in artikel 61a RVV 1990 wordt gesproken van het vasthouden van een mobiele telefoon en niet van telefoneren. Ten eerste wordt hiermee de afwijzing van het fysieke aspect van het handmatig telefoneren beter tot uitdrukking gebracht. Onder vasthouden wordt verstaan het in de hand houden, het tussen oor en schouder geklemd houden etc. Ten tweede kan bij de term telefoneren onduidelijkheid bestaan wanneer daarvan sprake is. Is dat op het moment dat de telefoon ter hand wordt genomen, een nummer wordt ingetoetst of bijvoorbeeld op het moment dat de verbinding tot stand komt. Ten derde wordt met de term telefoneren de reikwijdte beperkt tot overdracht van spraak. Door de gekozen formulering van artikel 61a RVV 1990 wordt tevens het verzenden of ontvangen van SMS-berichten of e-mailberichten of internetten met een mobiele telefoon tijdens het rijden onder de verbodsbepaling gebracht. Ten vierde heeft het openbaar ministerie aangegeven dat een verbod op telefoneren aanzienlijk moeilijker te handhaven is dan het verbod op het vasthouden van een mobiele telefoon.
3.17. Het voorgaande brengt mee dat, zoals de kantonrechter terecht heeft geoordeeld, niet van belang is of de betrokkene daadwerkelijk heeft getelefoneerd toen hij zijn mobiele telefoon vasthield. Uit de daartoe door de gemachtigde in het geding gebrachte bewijsstukken, waaronder de verklaringen van [getuige] en de echtgenote van de betrokkene, blijkt overigens dat rond het tijdstip van de gedraging met een mobiele telefoon van de betrokkene daadwerkelijk is getelefoneerd terwijl hij reed.
3.18. Voor zover de gemachtigde heeft bestreden dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden ziet het hof in het daaromtrent aangevoerde geen aanleiding te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisanten. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de waarneming is gedaan door twee verbalisanten en dat het voertuig van de betrokkene het dienstvoertuig van de ambtenaren op korte afstand, stapvoets rijdend, is gepasseerd. Dat de verbalisanten bij staandehouding hebben waargenomen dat de echtgenote van de betrokkene een mobiele telefoon in haar hand had, sluit geenszins uit dat de betrokkene deze aan zijn echtgenote heeft overhandigd toen het politievoertuig zijn voertuig volgde en een stopteken gaf. Tegenover de stellige, op ambtseed, respectievelijk ambtsbelofte, opgemaakte verklaringen van de verbalisanten leggen de verklaringen van de echtgenote van de betrokke[getuige]] naar het oordeel van het hof minder gewicht in de schaal, nu zij als mogelijke belanghebbenden als minder objectieve en minder onafhankelijke getuigen kunnen worden aangemerkt.
3.19. Het voorgaande in aanmerking genomen stelt het hof vast dat de gedraging is verricht en dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.
Die mulderzaak staat in mijn ogen een stuk verder weg qua takenpakket dan die strafrechtzaak, maar neemt niet weg dat inzake "Muldergedraging" wij volledig bevoegd worden geacht door het hoogste rechtsorgaan in dit soort zaken.
En deze uitspraak is een van de vele die door het Hof in Leeuwarden gedaan zijn omtrent bezwaarschiften over de Mulderbevoegdheid van de Kmar, die alleen (uitzonderingen daagelaten) voor de Kmar positief en de burger negatief uitvallen.
Omtrent bovenstaande is het dus ook niet verstandig om "zomaar" te roepen dat de Kmar toch niet bevoegd is tot het opleggen van sancties, want dan kan de burger nog wel eens van een koude kermis thuiskomen.
-
rfo00457 TS
- Infopolitie Gast
rai schreef:Maar goed, ik heb even die uitspraak gelezen.
Ik laat deze uitspraak even voor wat hij is.....
Laat de Hoge Raad maar eens een duidelijk standpunt stellen. (of de politiek)
Dan is voor een ieder de boel duidelijk, want nu is het maar net hoe de pet van de rechter staat.
Tja, als ik jullie zo allebei lees, vind ik dat jullie allebei groot gelijk hebben.mofkap schreef:Rai, als een burger op dezelfde wijze zou reageren op een rechterlijke uitspraak (inmiddels uitspraken) dan valt het hele geüniformeerde gedeelte van dit forum over hem heen.
Maar dat is niet met elkaar te verenigen. Dus dan heb je al gauw allebei ongelijk.
De Hoge Raad zou hier best wat duidelijkheid in mogen verstrekken. Ik vraag mij af hoe het kan dat de Hoge Raad haar eigen eerdere uitspraken herroept door anders te oordelen over nieuwe zaken.
Is de Hoge Raad gehouden aan haar eigen jurisprudentie? Of houdt een afwijkende uitspraak op dit gebied automatisch het vervallen van eerdere jurisprudentie in?
-
Mofkap TS
- Infopolitie Gast
Even speciaal voor rai (en iedereen die het lezen wil natuurlijk).rai schreef:Even speciaal voor Mofkap. (en iedereen die het wil lezen natuurlijk.)
In die recente uitspraak die jij liet zien is de Kmar klinklaar bezig met zijn taak, en voor de rest helemaal niets aan het "zoeken" of wat dan ook.
In een nog recentere uitspraak (de inkt is nog nat) wordt de bevoegdheid van de KMAR in mulderzaken toch behoorlijk aan banden gelegd.
Uit het arrest blijkt dat de KMAR alleen dan bevoegd is als zij daadwerkelijk bezig is met het uitvoeren van een politietaak zoals genoemd in art. 6 politiewet.LJN: AV3729, Gerechtshof Leeuwarden, WAHV 05/00413 Printbare versie
Datum uitspraak: 27-10-2005
Datum publicatie: 07-03-2006
Rechtsgebied: Bestuursrecht overig
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Bevoegdheid marechaussee in Mulderzaken; De in art. 3 WAHV in combinatie met art. 2 BAHV toegekende bevoegdheid moet zo worden verstaan dat, wanneer de ambtenaren van de Koninklijke marechaussee op de voor het openbaar verkeer openstaande weg hun controlerende, toezichthoudende en opsporingstaak uitoefenen ten opzichte van de in art. 6, eerste lid, onder b van de Politiewet vermelde personen, zij eveneens bevoegd zijn gedragingen te sanctioneren, begaan door anderen. Het enkele feit dat de ambtenaren van de marechaussee zich op de voor het openbaar verkeer staande weg verplaatsen met een militair als arrestant is in het licht van vorgaande onvoldoende om een bevoegdheid aan te nemen als bedoeld in art. 2 BAHV. In hoger beroep in Mulderzaken is geen incidenteel appel mogelijk.
Uitspraak
WAHV 05/00413
27 oktober 2005
CJIB 99071656869
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Roermond
van 9 december 2004
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
voor wie als gemachtigde optreedt mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, wonende te Baexem.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Roermond gegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De gemachtigde van de betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
Hierbij is tevens verzocht om vergoeding van kosten van het administratief beroep, het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De griffier van het hof heeft bij brief van 23 juni 2005 de advocaat-generaal verzocht om nadere informatie te verstrekken.
Bij schrijven van 13 juli 2005 heeft de advocaat-generaal nadere informatie in het geding gebracht.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk gereageerd op de nadere informatie.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 125,- opgelegd ter zake van "als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 4 maart 2004 om 07.44 uur op de Rijksweg Zuid in Heythuysen.
3.2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene gegrond verklaard. Aan die beslissing ligt ten grondslag dat de verbalisant als militair van de Koninklijke marechaussee niet bevoegd was tot het opleggen van de administratieve sanctie, aangezien hij niet bezig was met de uitvoering van een aan de Koninklijke marechaussee opgedragen politietaak. Naar het oordeel van de kantonrechter was geen sprake van uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten als bedoeld in art. 6 eerste lid onder b van de Politiewet, terwijl gesteld noch gebleken is dat aan de verbalisant enige andere politietaak was opgedragen.
3.3. De officier van justitie stelt in hoger beroep dat uit de verklaring van de verbalisant volgt dat hij bezig was met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten. Met een beroep op c.q. verwijzing naar het arrest van dit hof van 27 juni 2000, WAHV 00/00038, en het arrest van de Hoge Raad van 28 januari 2003, LJN AE9050, is volgens de officier van justitie het enkele gegeven dat een aangewezen militair van de Koninklijke marechaussee werkzaam is in de uitvoering van voornoemde taak bepalend voor de bevoegdheid tot het opleggen van de sanctie. De officier van justitie stelt zich "op het standpunt dat, wanneer de beschikkend ambtenaar stelt dat hij ten tijde van het opleggen van de administratieve sanctie was belast met de uitvoering van de politietaak als bedoeld in art. 6 lid 1 aanhef en onder b van de Politiewet 1993 van zijn bevoegdheid tot het opleggen van de administratieve sanctie mag worden uitgegaan.".
3.4. Namens de betrokkene is aangevoerd dat de enkele vermelding van de verbalisant dat hij bezig was met een politietaak niet meebrengt dat hij ook deze ook feitelijk verrichtte.
3.5. Ingevolge art. 3, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in verbinding met art. 2, eerste lid, van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 (BAHV) zijn de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in art. 141, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, bevoegd tot het opleggen van administratieve sancties voor de gevallen waarin deze militairen belast zijn met de uitvoering van de politietaken, bedoeld in art. 6, eerste lid, aanhef en onder b, c, d, e en f, van de Politiewet 1993.
3.6. Bij de Aanwijzingsbeschikking opsporingsambtenaren Koninklijke marechaussee (Regeling van 29 maart 1994, Stcrt 70) zijn als zodanig aangewezen: de officieren, de onderofficieren en beroepsmarechaussees der eerste klasse aangesteld voor onbepaalde tijd, op wier akte van aanstelling hun bevoegdheid door of namens de commandant der Koninklijke marechaussee is aangetekend.
3.7. Art. 6, eerste lid, aanhef en onder b Politiewet 1993 luidt:
"Aan de Koninklijke marechaussee zijn, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, de volgende politietaken opgedragen:
b. de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, alsmede internationale militaire hoofdkwartieren, en ten aanzien van tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen.".
3.8. Voor zover de officier van justitie zich op het standpunt stelt, dat op grond van de verklaring van de beschikkend ambtenaar daaromtrent ervan moet worden uitgegaan, dat hij de bevoegdheid bezit een sanctie op te leggen is dit standpunt in ieder geval onjuist wanneer de bevoegdheid slechts onder voorwaarden aan de ambtenaar is toegekend en de bevoegdheid wordt betwist.
3.9. Omtrent de bevoegdheid van de verbalisant blijkt uit de stukken van het geding het volgende.
Het zaakoverzicht van het CJIB houdt als verklaring van de verbalisant in, voor zover hier van belang:
"Belast met de politietaak in artikel 6 lid 1 onder b en lid 4 van de Politiewet, ter uitvoering van het gestelde in bovengenoemde politietaak".
Het bij wijze van nadere informatie door de advocaat-generaal in het geding gebrachte, door de verbalisant op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van
30 juni 2005 houdt in als diens verklaring, voor zover hier van belang:
"Op 4 maart 2004 waren wij, eerste verbalisant, VEENEMA Henk Jan, opperwachtmeester der Koninklijke marechaussee, en tweede verbalisant, KOL. H wachtmeester der Koninklijke marechaussee, beide behorende tot de Brigade Weert, belast met de uitvoering van de politietaak als bedoeld in artikel 6 eerste lid onder b van de Politiewet. Op datum omstreeks 07.00 uur moesten wij, verbalisanten, in de uitoefening van onze taak, een arrestant in het huis van bewaring te Roermond ophalen, wij verplaatsten ons in een opvallend patrouille voertuig welke goed herkenbaar was, wij waren beide gekleed in het uniform van de Koninklijke marechaussee. Tijdens de terug verplaatsing van het huis van bewaring te Roermond naar de brigade Weert, werden wij op de Rijksweg zuid door een BMW 316i met het kenteken [kenteken] ingehaald, wij zagen dat voornoemd voertuig meerdere malen op riskante wijze inhaalde, wij zagen ook dat voornoemd voertuig ter hoogte van de afslag Heythuyzen ter hoogte van de verkeerslichten aldaar, links bleef rijden en over het verdrijvingsvlak heen ging, hierbij moest het tegemoet komende verkeer afremmen en uitwijken.".
3.10. Uit het hiervoor onder 3.9. overwogene volgt niet dat de verbalisant de gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd heeft waargenomen bij de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b van de Politiewet 1993.
3.11. De in art. 3 WAHV in combinatie met art. 2 BAHV toegekende bevoegdheid moet zo worden verstaan dat, wanneer de ambtenaren van de Koninklijke marechaussee op de voor het openbaar verkeer openstaande weg hun controlerende, toezichthoudende en opsporingstaak uitoefenen ten opzichte van de in art. 6, eerste lid onder b vermelde personen, zij eveneens bevoegd zijn gedragingen te sanctioneren, begaan door anderen.
3.12. Het enkele feit, dat de ambtenaren van de Koninklijke marechaussee zich op de voor het openbaar verkeer openstaande weg verplaatsten met - naar het hof aanneemt - een militair als arrestant, is in het licht van het voorgaande onvoldoende om in het onderhavige geval een bevoegdheid aan te nemen als bedoeld in art. 2 BAHV. Een dergelijke uitleg van de verleende bevoegdheid brengt immers mee, dat reeds het zich tijdens diensttijd op de voor het openbaar verkeer openstaande weg bevinden voor de ambtenaar van de marechaussee de bevoegdheid zou creëren gedragingen van anderen dan militairen te sanctioneren, waarmee de beperking van de bevoegdheid die besloten ligt in de regeling als boven aangegeven - bijna - geen betekenis meer heeft.
3.13. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter terecht het beroep van de betrokkene gegrond verklaard. De beslissing waarvan beroep dient daarom te worden bevestigd.
3.14. De betrokkene heeft in het verweerschrift verzocht om toewijzing van een vergoeding voor de kosten van beroepsmatig verleende bijstand voor het administratief beroep, het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep.
3.15. Voor wat de kosten van administratief beroep en het beroep bij de kantonrechter betreft, overweegt het hof het volgende. De kantonrechter heeft in zijn beslissing het verzoek van de betrokkene tot toekenning van een proceskostenvergoeding afgewezen. Naar vaste jurisprudentie van het hof is geen hoger beroep mogelijk dat uitsluitend is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter omtrent de vergoeding van proceskosten. Naar aanleiding van het hoger beroep van de officier van justitie, die slechts de gegrondverklaring van het beroep als zodanig aan de orde heeft gesteld, heeft het hof overwogen dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden bevestigd, een en ander zoals hiervoor overwogen. Onder deze omstandigheden kan het verzoek om vergoeding van de proceskosten in administratief beroep en in beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in hoger beroep niet aan de orde komen.
3.16. De proceskosten van de betrokkene in hoger beroep komen wel voor vergoeding in aanmerking, en wel, ingevolge art. 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, de kosten van de beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Die kosten zijn in het Besluit forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: indienen verweerschrift en indienen de reactie op de nadere informatie. Blijkens de Bijlage bij het Besluit moet aan het indienen van het verweerschrift één punt, en aan het indienen van de reactie op de nadere informatie een half punt worden toegekend. Blijkens de Bijlage bij het Besluit is de waarde per punt Euro 322,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Gelet op het voorgaande zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van Euro 241,50 (= 1,5 punt x Euro 322 x 0,5).
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van Euro 241,50.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.
- rai
- Berichten: 7402
- Lid sinds: 06 jul 2004, 21:54
- Locatie: Regio Rotterdam Rijnmond
- Geslacht:
- Contact:
Ik had deze uitspraak van de week al gelezen, en had wel verwacht dat die om de hoek zou komen.
De bevoegdheid in zijn algemeenheid wordt niet in twijfel getrokken, echter alleen op deze zaak betrekking hebbende.
Zie de motivering
Zijn ze nu bezig met artikel 6, of zijn ze bezig met arrestantenvervoer ???
Maakt dat arrestantenvervoer een onderdeel uit van die taak ???
En bij twijfel is het heel vaak, voordeel schutter.
M.i. meer onduidelijkheid in het verbaal.
De bevoegdheid in zijn algemeenheid wordt niet in twijfel getrokken, echter alleen op deze zaak betrekking hebbende.
Zie de motivering
Dit komt m.i. door onder andere het volgende citaat:3.10. Uit het hiervoor onder 3.9. overwogene volgt niet dat de verbalisant de gedraging waarvoor de sanctie is opgelegd heeft waargenomen bij de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b van de Politiewet 1993.
Ik denk, persoonlijk, dat de rechtbank hier is gaan twijfelen............. Op datum omstreeks 07.00 uur moesten wij, verbalisanten, in de uitoefening van onze taak, een arrestant in het huis van bewaring te Roermond ophalen, wij verplaatsten ons in een opvallend patrouille voertuig welke goed herkenbaar was, wij waren beide gekleed in het uniform van de Koninklijke marechaussee. Tijdens de terug verplaatsing van het huis van bewaring te Roermond naar de brigade Weert, werden wij op de Rijksweg zuid ............
Zijn ze nu bezig met artikel 6, of zijn ze bezig met arrestantenvervoer ???
Maakt dat arrestantenvervoer een onderdeel uit van die taak ???
En bij twijfel is het heel vaak, voordeel schutter.
M.i. meer onduidelijkheid in het verbaal.
-
sissies TS
- Infopolitie Gast
Zoals de meeste wel weten gaat er een wetswijziging komen op het artikel 6 voor de Kmar.
Wanneer deze ingevoerd gaat worden is nog onbekend, hopelijk ten spoedigste.
Vind het alleen altijd jammer dat mensen jakeren als ze toch echt iets fout doen...te hard rijden mag niet,dat weet je,accepteer gewoon de consequentie ervan en ga geen uitwegen zoeken.
Trouwens als de bekeuring door de Politie dienst is uitgeschreven is die gewoon rechtmatig, daar ga je niet onderuit komen.
Wanneer deze ingevoerd gaat worden is nog onbekend, hopelijk ten spoedigste.
Vind het alleen altijd jammer dat mensen jakeren als ze toch echt iets fout doen...te hard rijden mag niet,dat weet je,accepteer gewoon de consequentie ervan en ga geen uitwegen zoeken.
Trouwens als de bekeuring door de Politie dienst is uitgeschreven is die gewoon rechtmatig, daar ga je niet onderuit komen.
-
Walter TS
- Infopolitie Gast
-
Walter TS
- Infopolitie Gast
-
Mofkap TS
- Infopolitie Gast
Daar is men al een tijdje over aan het stechelen. Uitgangspunt is dat de KMar een militaire organisatie blijft met een eigen (politioneel) bevoegheden pakket. Dat noopt tot aanpassing van art. 6 waarin de eigen bevoegdheden zullen worden verwoord.sissies schreef:Zoals de meeste wel weten gaat er een wetswijziging komen op het artikel 6 voor de Kmar.
Of dat ook een uitbreiding van de huidige bevoegheden inhoudt dat is niet zeker. Het kan ook een specifieke beperking betekenen.
Afgelopen najaar zou de minister ons nader informeren, voorzover ik weet is dat nog niet gebeurd.
Dat klopt, als het maar gebeurt op basis van de in art. 6 opgedragen en uitgevoerde politietaak.Trouwens als de bekeuring door de Politie dienst is uitgeschreven is die gewoon rechtmatig, daar ga je niet onderuit komen.
Speel je altijd op de man i.p.v. op de bal als je aan inhoudelijke argumenten ontbreekt?Walter schreef:
nou...daar is 1 persoon het vast niet mee eens....