Ik ga me er ook even mee bemoeien.
We spreken in het verhaal van TS over R397e.
Pak ik even het oude feitenboekje erbij.
Zoals hieronder, in de afbeelding, te zien is, is r397e gebaseerd op artikel 24, lid 1 sub d.
Artikel 24 RVV
1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan;
b. voor een inrit of een uitrit;
c. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
d. op een parkeergelegenheid:
1 voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven categorie of groep voertuigen;
2 op een andere wijze dan op het bord of op het onderbord is aangegeven;
3 op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden.
e. langs een gele onderbroken streep;
f. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders,
aangeduid door verkeersbord E9, indien voor zijn
voertuig geen vergunning tot parkeren op die
plaats is verleend.
2 Indien onder de borden E4 tot en met E8, E12 en E13, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende ge- of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren.
3 De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren.
4 Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E 4 tot en met E 13, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.
Er wordt in dat artikel nergens geproken over het feit dat het om bepaalde E-borden moet gaan.
Het spreekt alleen over een parkeergelegenheid.
Kan dus ook, zoals ..::Frans::.. aangeeft, middels dat bord P50.
Als daar tevens een onderbord bij hangt "Alleen in de vakken"
Al zou er een onderbord aanhangen "Alleen op de zijkant".
Oftewel, deze is heel ruim te intepreteren, als er maar geparkeerd wordt op de wijze die aangegeven wordt middels onderbord.
Feit r397j is gebaseerd op, zoals ook hieronder in een afbeelding te zien, gebaseerd op artikel 24, lid 4.
Artikel 24 RVV
1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan;
b. voor een inrit of een uitrit;
c. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;
d. op een parkeergelegenheid:
1 voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven categorie of groep voertuigen;
2 op een andere wijze dan op het bord of op het onderbord is aangegeven;
3 op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden.
e. langs een gele onderbroken streep;
f. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders,
aangeduid door verkeersbord E9, indien voor zijn
voertuig geen vergunning tot parkeren op die
plaats is verleend.
2 Indien onder de borden E4 tot en met E8, E12 en E13, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende ge- of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren.
3 De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren.
4 Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E 4 tot en met E 13, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.
Deze is wel gebaseerd op die E-borden.
Hier is een onderbord dus niet noodzakelijk, en dien je dus ten aller tijde in de vakken te parkeren.
Wel of geen onderbord.
Ik zie in lid 4 nergens een verwijzing dat die E-borden ook gelden voor de andere leden in artikel 24.
Je hebt niet voldoende rechten om de bijlagen van dit bericht te bekijken.