Politiewet 1993

In dit forum staan de afgesloten onderwerpen uit Stel uw vraag als Gast.

Moderator: Moderatorteam

Gesloten
Gebruikersavatar
Kurt TS
Infopolitie Gast

Politiewet 1993

Ongelezen bericht door Kurt »

Wie kan mij vertellen wat er precies in artikel 8 eerste lid van de politiewet 1993 staat! (gebruik geweld)


Dank U
Gebruikersavatar
gvdbor
In Memoriam
Berichten: 4808
Lid sinds: 31 mei 2003, 21:21
Locatie: Veluwe
Geslacht:

Ongelezen bericht door gvdbor »

Artikel 8
1. De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

2. De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak heeft toegang tot elke plaats, voor zover dat voor het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven, redelijkerwijs nodig is.

3. De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid, die van de ambtenaar zelf of van derden en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

4. De officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie aangehouden of rechtens van hun vrijheid beroofde verdachten of veroordeelden worden geleid, is bevoegd te bepalen dat deze aan hun lichaam zullen worden onderzocht, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

5. De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn.

6. Het eerste tot en met het vijfde lid zijn tevens van toepassing op de militair van de Koninklijke marechaussee, indien hij optreedt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, en op de militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van deze wet bijstand verleent aan de politie.

7. Onze Minister van Justitie kan bepalen, dat de in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover door hem hetzij in persoon hetzij per categorie of eenheid aangewezen, de bevoegdheden omschreven in het eerste en derde lid kunnen uitoefenen. Alsdan wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 9 een ambtsinstructie voor hen vastgesteld.



Artikel 8a
1. Een ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak.

2. Gelijke bevoegdheid komt toe aan de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak.

3. Gelijke bevoegdheid komt toe aan de militair van de Koninklijke marechaussee, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn politietaak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en aan de militair van de Koninklijke marechaussee of van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van artikel 58, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 59, eerste lid, bijstand verleent aan de politie.
Gebruikersavatar
Julio
OnTroerend goed
Agent
Surveillant
Berichten: 3722
Lid sinds: 18 jan 2004, 10:13
Roepnaam: Julio
Geslacht:
Leeftijd: 38
Contact:

Ongelezen bericht door Julio »

<b>Art. 8.</b>
<ol>
<li>
De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de
uitvoering van de politietaak is bevoegd in de rechtmatige uitoefening
van zijn bediening geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel
dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren,
rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt.
Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

</li>
<li>
De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de
uitvoering van de politietaak heeft toegang tot elke plaats, voor zover
dat voor het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven, redelijkerwijs
nodig is.

</li>
<li>
De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de
uitvoering van de politietaak is bevoegd tot het onderzoek aan de
kleding van personen bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende
bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak,
indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar
dreigt voor hun leven of veiligheid, die van de ambtenaar zelf of van
derden en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

</li>
<li>
De officier van justitie of de hulpofficier van justitie
voor wie aangehouden of rechtens van hun vrijheid beroofde verdachten of
veroordeelden worden geleid, is bevoegd te bepalen dat deze aan hun
lichaam zullen worden onderzocht, indien uit feiten of omstandigheden
blijkt dat gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de
ambtenaar zelf en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit
gevaar.

</li>
<li>
De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het
eerste tot en met vierde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel
redelijk en gematigd te zijn.

</li>
<li>
Het eerste tot en met het vijfde lid zijn tevens van
toepassing op de militair van de Koninklijke marechaussee, indien hij
optreedt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, en op de
militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van
deze wet bijstand verleent aan de politie.

</li>
<li>
Onze Minister van Justitie kan bepalen, dat de in
artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde
buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover door hem hetzij in persoon
hetzij per categorie of eenheid aangewezen, de bevoegdheden omschreven
in het eerste en derde lid kunnen uitoefenen. Alsdan wordt met
overeenkomstige toepassing van artikel 9 een ambtsinstructie voor hen
vastgesteld.</li>
</ol>
<b>Art. 8a</b>
<ol>
<li>
Een ambtenaar van politie aangesteld voor de
uitvoering van de politietaak, is bevoegd tot het vorderen van
inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht van personen, voor zover dat
redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de
politietaak.
</li>
<li>
Gelijke bevoegdheid komt toe aan de buitengewoon
opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het
Wetboek van Strafvordering, voor zover dat redelijkerwijs
noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak.
</li>
<li>
Gelijke bevoegdheid komt toe aan de militair van de
Koninklijke marechaussee, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk
is voor de uitoefening van zijn politietaak, bedoeld in artikel 6,
eerste lid, en aan de militair van de Koninklijke marechaussee
of van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van
artikel 58, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 59, eerste lid,
bijstand verleent aan de politie.</li>
</ol>
Gebruikersavatar
Kurt TS
Infopolitie Gast

Ongelezen bericht door Kurt »

Dank U, dit is wat ik bedoelde. :)
Gesloten