strobscoop in je koplamp
Moderator: Moderatorteam
-
Gast TS
- Infopolitie Gast
strobscoop in je koplamp
Ik heb een vraagje, ik wil graag stoboscoop lampjes in mijn koplamp (scooter) monteren (voor gebruik op niet openbare weg). Ik weet dat deze niet mogen worden gevoerd, maar mogen ze wel aanwezig en aangesloten zijn? Want een goede vriend van me heeft neon onder zijn scooter en kreeg geen bekeuring ervoor, omdat hij het wel had maar niet gebruikte.
Maar nu hoorde ik dat je wel een boete kan krijgen voor stroboscoop lampjes in je koplamp, ookal gebruik je deze niet op het moment van aanhouding.
Kunnen jullie mij hier duidelijkheid over geven?
En als dit wel strafbaar is, wat dan de boete is die hier op staat?
Maar nu hoorde ik dat je wel een boete kan krijgen voor stroboscoop lampjes in je koplamp, ookal gebruik je deze niet op het moment van aanhouding.
Kunnen jullie mij hier duidelijkheid over geven?
En als dit wel strafbaar is, wat dan de boete is die hier op staat?
-
TSp TS
- Infopolitie Gast
-
TheLightEd TS
- Infopolitie Gast
-
Gast TS
- Infopolitie Gast
-
Guido TS
- Infopolitie Gast
-
TheLightEd TS
- Infopolitie Gast
Gast, lees voordat je zo reageert dan eerst zelf het voertuigreglement eens door:
Artikel 5.6.51
1. Bromfietsen op twee wielen moeten zijn voorzien van:
a. een of twee dimlichten;
b. een of twee achterlichten;
c. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig;
d. een of twee remlichten indien de bromfiets een vermogen van meer dan 0,5 kW en een maximumsnelheid van meer dan 25 km/h heeft en in gebruik is genomen na 31 december 2006;
e. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat indien de bromfiets in gebruik is genomen na 31 december 2006.
Artikel 5.6.53
1. De dimlichten en stadslichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.
2. De richtingaanwijzers mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen.
3. De achterlichten mogen niet anders dan rood stralen.
4. De remlichten mogen niet anders dan rood stralen.
5. De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
Artikel 5.6.55
1. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde lichten moeten goed werken.
2. De verlichtingsarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.
3. De glazen van de verlichtingsarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt, dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed.
4. Lichten met dezelfde functie moeten van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke of nagenoeg gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.
5. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde lichten en retroreflectoren, voorzover het het lichtdoorlatend gedeelte betreft, mogen ten hoogste een vierde deel zijn afgeschermd.
6. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen die de retroreflectie beïnvloeden.
7. Remlichten van bromfietsen in gebruik genomen na 31 december 2006 moeten werken bij bediening van zowel de achterwielrem als de voorwielrem.
Artikel 5.6.57
1. Bromfietsen op twee wielen mogen zijn voorzien van:
a. een of twee grote lichten;
b. een of twee stadslichten;
c. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde en waarschuwingsknipperlichten;
d. een of twee remlichten;
e. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig;
f. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers voor zover de bromfiets is voorzien van niet-intrekbare trappers;
g. een installatie ter verlichting aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat indien de bromfiets in gebruik is genomen voor 1 januari 2007;
h. een naar voren gerichte witte retroreflector.
Ik heb alleen de stukken eruit gehaald voor bromfietsen op 2 wielen trouwens.
Zoals je ziet, mag het NIET zijn VOORZIEN van andere lichten dan hier beschreven, of ze nu aangesloten zijn of niet, aanstaan of niet, het mag gewoon niet erop zitten.
Artikel 5.6.51
1. Bromfietsen op twee wielen moeten zijn voorzien van:
a. een of twee dimlichten;
b. een of twee achterlichten;
c. een niet-driehoekige rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig;
d. een of twee remlichten indien de bromfiets een vermogen van meer dan 0,5 kW en een maximumsnelheid van meer dan 25 km/h heeft en in gebruik is genomen na 31 december 2006;
e. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat indien de bromfiets in gebruik is genomen na 31 december 2006.
Artikel 5.6.53
1. De dimlichten en stadslichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.
2. De richtingaanwijzers mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen.
3. De achterlichten mogen niet anders dan rood stralen.
4. De remlichten mogen niet anders dan rood stralen.
5. De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
Artikel 5.6.55
1. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde lichten moeten goed werken.
2. De verlichtingsarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.
3. De glazen van de verlichtingsarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt, dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed.
4. Lichten met dezelfde functie moeten van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke of nagenoeg gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.
5. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde lichten en retroreflectoren, voorzover het het lichtdoorlatend gedeelte betreft, mogen ten hoogste een vierde deel zijn afgeschermd.
6. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen die de retroreflectie beïnvloeden.
7. Remlichten van bromfietsen in gebruik genomen na 31 december 2006 moeten werken bij bediening van zowel de achterwielrem als de voorwielrem.
Artikel 5.6.57
1. Bromfietsen op twee wielen mogen zijn voorzien van:
a. een of twee grote lichten;
b. een of twee stadslichten;
c. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde en waarschuwingsknipperlichten;
d. een of twee remlichten;
e. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig;
f. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers voor zover de bromfiets is voorzien van niet-intrekbare trappers;
g. een installatie ter verlichting aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat indien de bromfiets in gebruik is genomen voor 1 januari 2007;
h. een naar voren gerichte witte retroreflector.
Ik heb alleen de stukken eruit gehaald voor bromfietsen op 2 wielen trouwens.
Zoals je ziet, mag het NIET zijn VOORZIEN van andere lichten dan hier beschreven, of ze nu aangesloten zijn of niet, aanstaan of niet, het mag gewoon niet erop zitten.
-
Gast TS
- Infopolitie Gast
Het is niet onwaar omdat ik het er niet mee eens ben, maar het antwoord klopt gewoon niet, want ik mag toch immers lampjes kopen en vervoeren naar mijn huis. Dan zijn ze dus niet aangesloten en krijg je wel een boete. Dat van een zwaailicht snap ik dat je dan een boete krijgt, je doet je immers voor als agent of een andere ambtenaar.Guido schreef:Je stelt een vraag en bent het niet eens met het antwoord en dus is het niet waar>
Een blauw zwaailicht mag je niet zichtbaar voor de ramen hebben.
Aangesloten of niet, het mag niet.
-
TheLightEd TS
- Infopolitie Gast
voor de auto met zwaailampen, zelfde verhaal, lees eerst eens het voertuigreglement door:
Artikel 5.2.65
Personenauto's mogen, onverminderd het in de artikelen 29 en 30 van het RVV 1990 bepaalde inzake zwaai- en knipperlichten, niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.2.51 en 5.2.57 is voorgeschreven of toegestaan.
Artikel 5.2.51
1. Personenauto's moeten zijn voorzien van:
a. twee of vier grote lichten;
b. twee dimlichten, met dien verstande dat met ingang van 1 januari 2006 dimlichten met gasontladingslichtbronnen en andere lichtbronnen
met een lichtsterkte van meer dan 2000 lumen voldoen aan door Onze Minister gestelde eisen voor deze lichtbronnen, alsmede voor de
installatie daarvan;.
c. twee stadslichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel twee of vier stadslichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen;
d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, dan wel één richtingaanwijzer aan elke zijkant indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen; het licht van de richtingaanwijzers van personenauto's die na 30 juni 1967 in gebruik zijn genomen moet knipperen;
e. waarschuwingsknipperlichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen;
f. één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen. Voor voertuigen die voor 1 januari 1998 in gebruik zijn genomen worden de richtingaanwijzers aan de voorzijde van het voertuig beschouwd als zijrichtingaanwijzers indien het uitgestraalde licht hiervan duidelijk te zien is vanuit een punt gelegen op 6,00 m achter de voorzijde van het voertuig en 1,00 m zijwaarts;
g. twee achterlichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel twee of vier achterlichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen;
h. twee remlichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel één of twee remlichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen;
i. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat;
j. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;
k. een of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen; in het geval van één mistlicht moet dit zich bevinden in of links van het middenlangsvlak van het voertuig;
l. een of twee achteruitrijlichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen;
m. twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en breder is dan 2,10 m, dan wel voor 1 januari 1998 in gebruik is genomen en breder is dan 2,60 m;
n. zijmarkeringslichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6,00 m, aangebracht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen;
o. ten minste twee ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6,00 m;
p. een derde remlicht indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 september 2001, aangebracht zodanig dat:
1º. het midden van het lichtdoorlatende gedeelte zich bevindt in het middenlangsvlak van het voertuig of de rand van het lichtdoorlatende gedeelte op een afstand van ten hoogste 0,15 m vanaf dit middenlangsvlak indien het derde remlicht niet op een vast deel van de carrosserie of bovenbouw kan worden bevestigd, en.
2º. de onderzijde van het lichtdoorlatende gedeelte hoger ligt dan de bovenzijde van de remlichten, bedoeld in onderdeel h.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, worden twee extra remlichten aangebracht, indien het derde remlicht niet op een vast deel
van de carrosserie of bovenbouw binnen 0,15 m vanaf het middenlangsvlak kan worden bevestigd.
Artikel 5.2.57
1. Personenauto's mogen zijn voorzien van:
a. twee mistlichten aan de voorzijde van het voertuig;
b. parkeerlichten indien het voertuig niet langer is dan 6,00 m en niet breder dan 2,00 m;
c. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de achterzijde van het voertuig;
d. één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig voor 1 januari 1998 in gebruik is genomen;
e. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, indien deze retroreflectoren niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn;
f. twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;
g. twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn en het voertuig breder is dan 1,80 m;
h. zijmarkeringslichten, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn, aangebracht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen;
i. een richtlicht;
j. een bermlicht aan de voorzijde van het voertuig;
k. werklichten;
l. een derde remlicht, indien het voertuig in gebruik is genomen voor 1 oktober 2001, aangebracht zodanig dat:
1º. het midden van het lichtdoorlatende gedeelte zich bevindt in het middenlangsvlak van het voertuig of de rand van het lichtdoorlatende gedeelte op een afstand van ten hoogste 0,15 m vanaf dit middenlangsvlak indien het derde remlicht niet op een vast deel van de carrosserie of bovenbouw kan worden bevestigd, en.
2º. de onderzijde van het lichtdoorlatende gedeelte hoger ligt dan de bovenzijde van de remlichten, bedoeld in artikel 5.2.51, onderdeel h;
m. twee dagrijlichten;
n. een markering aan de achterzijde van het voertuig bestaande uit een rechthoekig bord dan wel uit een set van twee of vier rechthoekige borden, welke zijn voorzien van rood fluorescerende parallel lopende diagonale strepen, indien de toegestane maximum massa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg;
o. inwendig verlichte transparanten die voor het overige verkeer bij regeling van Onze Minister vast te stellen informatie over het gebruik of de bestemming van het voertuig bieden. De verlichting moet afzonderlijk zijn geschakeld en mag naar achteren niet rood stralen. Bij regeling van Onze Minister worden nadere eisen vastgesteld ten aanzien van de uitvoering van de transparanten en de plaats waar zij op of aan het voertuig zijn aangebracht.
2. Lichten die ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn gesteld voor voertuigen die na een in dat artikel genoemd tijdstip in gebruik zijn genomen, mogen zijn aangebracht op voertuigen die voor of op dat tijdstip in gebruik zijn genomen mits wordt voldaan aan de in artikel 5.2.53 met betrekking tot die lichten, met uitzondering van markeringslichten en zijmarkeringslichten, gestelde eisen. Markeringslichten en zijmarkeringslichten moeten alsdan voldoen aan het bepaalde in de onderdelen g onderscheidenlijk h van het eerste lid.
3. Personenauto's mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel l, kunnen twee extra remlichten worden aangebracht, indien het derde remlicht niet op een vast deel van de carrosserie of bovenbouw binnen 0,15m vanaf het middenlangsvlak kan worden bevestigd.
RVV 29 en 30:
Artikel 29.
1. Bestuurders van motorvoertuigen ten dienste van politie en brandweer, ambulances en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai- of knipperlicht en een twee- of drietonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het blauwe zwaai- of knipperlicht en de meertonige hoorn.
Artikel 30.
1. Bestuurders van motorvoertuigen, die voor nader aan te geven werkzaamheden worden gebruikt, voeren onder nader aan te geven omstandigheden tijdens deze werkzaamheden geel zwaai- of knipperlicht. De in artikel 29, eerste lid, genoemde bestuurders mogen in die gevallen in plaats van geel zwaai- of knipperlicht, blauw zwaai- of knipperlicht voeren.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het gele zwaai- of knipperlicht en de werkzaamheden en omstandigheden waarbij deze signalen worden gevoerd.
En over die meertonige hoorn, wederom voertuigreglement:
Artikel 5.2.71
1. Personenauto's moeten zijn voorzien van ten minste een geluidssignaalinrichting die bestaat uit een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte. Een samenstel van zodanige, tegelijk werkende hoorns wordt als één hoorn beschouwd.
2. Personenauto's mogen zijn voorzien van een geluidssignaalinrichting die andere weggebruikers erop attent maakt dat de achteruitversnelling van het voertuig is ingeschakeld, alsmede van een geluidssignaalinrichting die ertoe strekt ongeoorloofd gebruik, diefstal van of ongeoorloofde toegang tot het voertuig te voorkomen.
3. Personenauto's mogen, onverminderd het in artikel 29 van het RVV 1990 bepaalde inzake twee- en drietonige hoorns, niet zijn voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan bedoeld in het eerste en tweede lid.
succes, dit moet genoeg info zijn.[/b]
Artikel 5.2.65
Personenauto's mogen, onverminderd het in de artikelen 29 en 30 van het RVV 1990 bepaalde inzake zwaai- en knipperlichten, niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.2.51 en 5.2.57 is voorgeschreven of toegestaan.
Artikel 5.2.51
1. Personenauto's moeten zijn voorzien van:
a. twee of vier grote lichten;
b. twee dimlichten, met dien verstande dat met ingang van 1 januari 2006 dimlichten met gasontladingslichtbronnen en andere lichtbronnen
met een lichtsterkte van meer dan 2000 lumen voldoen aan door Onze Minister gestelde eisen voor deze lichtbronnen, alsmede voor de
installatie daarvan;.
c. twee stadslichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel twee of vier stadslichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen;
d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, dan wel één richtingaanwijzer aan elke zijkant indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen; het licht van de richtingaanwijzers van personenauto's die na 30 juni 1967 in gebruik zijn genomen moet knipperen;
e. waarschuwingsknipperlichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen;
f. één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen. Voor voertuigen die voor 1 januari 1998 in gebruik zijn genomen worden de richtingaanwijzers aan de voorzijde van het voertuig beschouwd als zijrichtingaanwijzers indien het uitgestraalde licht hiervan duidelijk te zien is vanuit een punt gelegen op 6,00 m achter de voorzijde van het voertuig en 1,00 m zijwaarts;
g. twee achterlichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel twee of vier achterlichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen;
h. twee remlichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel één of twee remlichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen;
i. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat;
j. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;
k. een of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen; in het geval van één mistlicht moet dit zich bevinden in of links van het middenlangsvlak van het voertuig;
l. een of twee achteruitrijlichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen;
m. twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en breder is dan 2,10 m, dan wel voor 1 januari 1998 in gebruik is genomen en breder is dan 2,60 m;
n. zijmarkeringslichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6,00 m, aangebracht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen;
o. ten minste twee ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6,00 m;
p. een derde remlicht indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 september 2001, aangebracht zodanig dat:
1º. het midden van het lichtdoorlatende gedeelte zich bevindt in het middenlangsvlak van het voertuig of de rand van het lichtdoorlatende gedeelte op een afstand van ten hoogste 0,15 m vanaf dit middenlangsvlak indien het derde remlicht niet op een vast deel van de carrosserie of bovenbouw kan worden bevestigd, en.
2º. de onderzijde van het lichtdoorlatende gedeelte hoger ligt dan de bovenzijde van de remlichten, bedoeld in onderdeel h.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, worden twee extra remlichten aangebracht, indien het derde remlicht niet op een vast deel
van de carrosserie of bovenbouw binnen 0,15 m vanaf het middenlangsvlak kan worden bevestigd.
Artikel 5.2.57
1. Personenauto's mogen zijn voorzien van:
a. twee mistlichten aan de voorzijde van het voertuig;
b. parkeerlichten indien het voertuig niet langer is dan 6,00 m en niet breder dan 2,00 m;
c. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de achterzijde van het voertuig;
d. één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig voor 1 januari 1998 in gebruik is genomen;
e. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, indien deze retroreflectoren niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn;
f. twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;
g. twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn en het voertuig breder is dan 1,80 m;
h. zijmarkeringslichten, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn, aangebracht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen;
i. een richtlicht;
j. een bermlicht aan de voorzijde van het voertuig;
k. werklichten;
l. een derde remlicht, indien het voertuig in gebruik is genomen voor 1 oktober 2001, aangebracht zodanig dat:
1º. het midden van het lichtdoorlatende gedeelte zich bevindt in het middenlangsvlak van het voertuig of de rand van het lichtdoorlatende gedeelte op een afstand van ten hoogste 0,15 m vanaf dit middenlangsvlak indien het derde remlicht niet op een vast deel van de carrosserie of bovenbouw kan worden bevestigd, en.
2º. de onderzijde van het lichtdoorlatende gedeelte hoger ligt dan de bovenzijde van de remlichten, bedoeld in artikel 5.2.51, onderdeel h;
m. twee dagrijlichten;
n. een markering aan de achterzijde van het voertuig bestaande uit een rechthoekig bord dan wel uit een set van twee of vier rechthoekige borden, welke zijn voorzien van rood fluorescerende parallel lopende diagonale strepen, indien de toegestane maximum massa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg;
o. inwendig verlichte transparanten die voor het overige verkeer bij regeling van Onze Minister vast te stellen informatie over het gebruik of de bestemming van het voertuig bieden. De verlichting moet afzonderlijk zijn geschakeld en mag naar achteren niet rood stralen. Bij regeling van Onze Minister worden nadere eisen vastgesteld ten aanzien van de uitvoering van de transparanten en de plaats waar zij op of aan het voertuig zijn aangebracht.
2. Lichten die ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn gesteld voor voertuigen die na een in dat artikel genoemd tijdstip in gebruik zijn genomen, mogen zijn aangebracht op voertuigen die voor of op dat tijdstip in gebruik zijn genomen mits wordt voldaan aan de in artikel 5.2.53 met betrekking tot die lichten, met uitzondering van markeringslichten en zijmarkeringslichten, gestelde eisen. Markeringslichten en zijmarkeringslichten moeten alsdan voldoen aan het bepaalde in de onderdelen g onderscheidenlijk h van het eerste lid.
3. Personenauto's mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel l, kunnen twee extra remlichten worden aangebracht, indien het derde remlicht niet op een vast deel van de carrosserie of bovenbouw binnen 0,15m vanaf het middenlangsvlak kan worden bevestigd.
RVV 29 en 30:
Artikel 29.
1. Bestuurders van motorvoertuigen ten dienste van politie en brandweer, ambulances en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai- of knipperlicht en een twee- of drietonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het blauwe zwaai- of knipperlicht en de meertonige hoorn.
Artikel 30.
1. Bestuurders van motorvoertuigen, die voor nader aan te geven werkzaamheden worden gebruikt, voeren onder nader aan te geven omstandigheden tijdens deze werkzaamheden geel zwaai- of knipperlicht. De in artikel 29, eerste lid, genoemde bestuurders mogen in die gevallen in plaats van geel zwaai- of knipperlicht, blauw zwaai- of knipperlicht voeren.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld betreffende het gele zwaai- of knipperlicht en de werkzaamheden en omstandigheden waarbij deze signalen worden gevoerd.
En over die meertonige hoorn, wederom voertuigreglement:
Artikel 5.2.71
1. Personenauto's moeten zijn voorzien van ten minste een geluidssignaalinrichting die bestaat uit een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte. Een samenstel van zodanige, tegelijk werkende hoorns wordt als één hoorn beschouwd.
2. Personenauto's mogen zijn voorzien van een geluidssignaalinrichting die andere weggebruikers erop attent maakt dat de achteruitversnelling van het voertuig is ingeschakeld, alsmede van een geluidssignaalinrichting die ertoe strekt ongeoorloofd gebruik, diefstal van of ongeoorloofde toegang tot het voertuig te voorkomen.
3. Personenauto's mogen, onverminderd het in artikel 29 van het RVV 1990 bepaalde inzake twee- en drietonige hoorns, niet zijn voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan bedoeld in het eerste en tweede lid.
succes, dit moet genoeg info zijn.[/b]
-
Guido TS
- Infopolitie Gast
Dus als ik het goed begrijp vraag je of je nu met de auto naar de winkel mag om stroboscoop lampjes te kopen>Anonymous schreef:Het is niet onwaar omdat ik het er niet mee eens ben, maar het antwoord klopt gewoon niet, want ik mag toch immers lampjes kopen en vervoeren naar mijn huis. Dan zijn ze dus niet aangesloten en krijg je wel een boete. Dat van een zwaailicht snap ik dat je dan een boete krijgt, je doet je immers voor als agent of een andere ambtenaar.Guido schreef:Je stelt een vraag en bent het niet eens met het antwoord en dus is het niet waar>
Een blauw zwaailicht mag je niet zichtbaar voor de ramen hebben.
Aangesloten of niet, het mag niet.
Laatst gewijzigd door Guido op 12 nov 2005, 15:53, 1 keer totaal gewijzigd.
-
Gast TS
- Infopolitie Gast
OK, ik begin het nu te snappen, maar waarom krijgt niemand die ik ken dan een boete als ze neon onder hun scooter hebben aangesloten?
Die agent zei tegen mn maat: Je voert de verlichting niet dus is het niet erg. Daarom wil ik weten of dat ook tegen mij wordt gezegd als stroboscoop lampjes aanwezig zijn.
Die agent zei tegen mn maat: Je voert de verlichting niet dus is het niet erg. Daarom wil ik weten of dat ook tegen mij wordt gezegd als stroboscoop lampjes aanwezig zijn.
-
TheLightEd TS
- Infopolitie Gast
Ik heb een vraagje, ik wil graag stoboscoop lampjes in mijn koplamp (scooter) monteren (voor gebruik op niet openbare weg). Ik weet dat deze niet mogen worden gevoerd, maar mogen ze wel aanwezig en aangesloten zijn? Want een goede vriend van me heeft neon onder zijn scooter en kreeg geen bekeuring ervoor, omdat hij het wel had maar niet gebruikte.
Maar nu hoorde ik dat je wel een boete kan krijgen voor stroboscoop lampjes in je koplamp, ookal gebruik je deze niet op het moment van aanhouding.
Dit was je vraag, dus ga er nu niet omheen draaien of je ze mag vervoeren, want dit is aanwezig hebben. Je krijgt een antwoord op je vraag, of je het antwoord nu wil horen of niet. Het mag niet.
Laatst gewijzigd door TheLightEd op 12 nov 2005, 15:56, 1 keer totaal gewijzigd.
-
Guido TS
- Infopolitie Gast
-
Gast TS
- Infopolitie Gast
nee, dat was mijn voorbeeld om aan te tonen dat het antwoord onjuist was naar mijn mening en kennis, want hij zei dat het strafbaar was ookal was het niet aan gesloten. Maar door de volgende reactie van degene die antwoord gaf, snap ik nu dat hij bedoelde dat het niet zichtbaar mag zijn.Guido schreef: quote]
Dus als ik het goed begrijp vraag je of je nu met de auto naar de winkel mag om stroboscoop lampjes te kopen>
-
Gast TS
- Infopolitie Gast
Ik draai er niet omheen, zie mijn laatste reactie ter verduidelijking.TheLightEd schreef:Ik heb een vraagje, ik wil graag stoboscoop lampjes in mijn koplamp (scooter) monteren (voor gebruik op niet openbare weg). Ik weet dat deze niet mogen worden gevoerd, maar mogen ze wel aanwezig en aangesloten zijn? Want een goede vriend van me heeft neon onder zijn scooter en kreeg geen bekeuring ervoor, omdat hij het wel had maar niet gebruikte.
Maar nu hoorde ik dat je wel een boete kan krijgen voor stroboscoop lampjes in je koplamp, ookal gebruik je deze niet op het moment van aanhouding.
Dit was je vraag, dus ga er nu niet omheen draaien of je ze mag vervoeren, want dit is aanwezig hebben. Je krijgt een antwoord op je vraag, of je het antwoord nu wil horen of niet. Het mag niet.
-
TheLightEd TS
- Infopolitie Gast