bescherming politie
Moderator: Moderatorteam
-
jeffrey TS
- Infopolitie Gast
bescherming politie
tot hoever mag de politie zich beschermen als ze worden aangevallen?
-
PJ TS
- Infopolitie Gast
-
jeffrey TS
- Infopolitie Gast
oke, bekijk even de politiewet en de ambtsinstructie daarin is voor de Nederlandse politie geregeld dat zij geweld mogen gebruiken en wat voor middelen ter beschikking staan en wanneer.
Geweldspiraal:
Je begint met je mond, hand, pepperspray, wapenstok, vuurwapen.
Afhankelijk van het delict, de situatie ter plaatse en uiteindelijk je bevoegdheden kun je hoger in de geweldspiraal eindigen.
v.b.
Zal duidelijk zijn dat een verdachte die een raam vernield en wegrend niet neergeschoten kan worden. En een verdachte die zojuist iemand heeft neergestoken en met het mes in zijn hand tegenover de politie staat wel eens een probleem zou kunnen hebben.
Succes met het werkstuk,
mashi
Geweldspiraal:
Je begint met je mond, hand, pepperspray, wapenstok, vuurwapen.
Afhankelijk van het delict, de situatie ter plaatse en uiteindelijk je bevoegdheden kun je hoger in de geweldspiraal eindigen.
v.b.
Zal duidelijk zijn dat een verdachte die een raam vernield en wegrend niet neergeschoten kan worden. En een verdachte die zojuist iemand heeft neergestoken en met het mes in zijn hand tegenover de politie staat wel eens een probleem zou kunnen hebben.
Succes met het werkstuk,
mashi
ambtsinstructie mbt geweld schreef:
Artikel 4
Het gebruik van een geweldmiddel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar:
aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, voor zover hij optreedt ter uitvoering van de taak met het oog waarop het geweldmiddel hem is toegekend, en
die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.
Artikel 5
Indien de ambtenaar, al of niet in gesloten verband, onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, zal hij geen geweld aanwenden dan na uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.
Het eerste lid is niet van toepassing in het geval de meerdere, bedoeld in het eerste lid, vooraf anders heeft bepaald.
Het eerste lid is evenmin van toepassing in een geval als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, voor zover de last redelijkerwijs niet kan worden afgewacht.
Artikel 6
De korpschef of de daartoe door hem aangewezen ambtenaar van politie zet de eenheid, bedoeld in artikel 6 of 8 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen, slechts in na toestemming van het bevoegd gezag.
De door het bevoegd gezag aangewezen ambtenaar zet de eenheden, bedoeld in de artikelen 58 en 59 van de Politiewet 1993 slechts in na toestemming van het bevoegd gezag.
§ 2. Vuurwapens
Artikel 7
Het gebruik van een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd:
om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;
om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en
20. dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of
30. dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn;
tot het beteugelen van woelingen, indien er sprake is van een opdracht van het bevoegd gezag en een optreden in gesloten verband onder leiding van een meerdere;
tot het beteugelen van militaire woelingen, muiterij of militair oproer indien de militair van de Koninklijke marechaussee in opdracht van de minister van Defensie dan wel de officier van justitie te Arnhem belast met militaire zaken in gesloten verband onder leiding van een meerdere optreedt.
Het gebruik van het vuurwapen in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, is slechts geoorloofd tegen personen en vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden.
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt van het vuurwapen geen gebruik gemaakt, indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt.
Onder het plegen van een ernstig misdrijf, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen de poging en de deelnemingsvormen, bedoeld in de artikelen 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 8
Het gebruik van een vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd tegen personen en tegen vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden, in een situatie waarin sprake is van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eigen of eens anders lijf.
Een vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven mag slechts worden meegevoerd ten behoeve van de opleiding dan wel voor:
het verrichten van een aanhouding van een persoon van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken,
de bewaking en beveiliging van personen en objecten.
Het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder a, is slechts toegestaan na toestemming van de officier van justitie en met schriftelijke machtiging van Onze Minister van Justitie. De machtiging wordt door tussenkomst van het College van procureurs-generaal schriftelijk gevraagd. Indien wegens de vereiste spoed de machtiging niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De machtiging die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd. De officier van justitie doet van het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven zo mogelijk vooraf mededeling aan de betrokken burgemeester.
Het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder b, is slechts mogelijk na toestemming van het bevoegd gezag en met schriftelijke machtiging van Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken gezamenlijk. De machtiging wordt door het bevoegd gezag schriftelijk gevraagd. Indien wegens de vereiste spoed de machtiging niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De machtiging die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd.
Artikel 9
Het gebruik van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd bij zeer ernstige misdrijven ter afwending van direct gevaar voor het leven van personen.
Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats onder bevel van de commandant van een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 9 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen dan wel in artikel 60 van de Politiewet 1993.
Een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven mag slechts worden meegevoerd ten behoeve van de opleiding dan wel ten behoeve van de daadwerkelijke bestrijding van zeer ernstige misdrijven waarbij sprake is van direct levensbedreigende omstandigheden.
Het meevoeren van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven ten behoeve van de daadwerkelijke bestrijding van zeer ernstige misdrijven waarbij sprake is van direct levensbedreigende omstandigheden, is slechts toegestaan na toestemming van het bevoegd gezag en met schriftelijke machtiging van Onze Minister van Justitie. Aan de toestemming of de machtiging kunnen voorwaarden worden verbonden. Indien wegens de vereiste spoed de machtiging niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De machtiging die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd.
Artikel 10
De ambtenaar mag slechts een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, ter hand nemen:
in gevallen waarin het gebruik van een vuurwapen is toegestaan, of
in verband met zijn veiligheid of die van anderen, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie ontstaat, waarin hij bevoegd is een vuurwapen te gebruiken. 2. Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zich niet of niet meer voordoet, bergt de ambtenaar terstond het vuurwapen op.
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, zal schieten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing, die zo nodig vervangen kan worden door een waarschuwingsschot, blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.
Een waarschuwingsschot moet op zodanige wijze worden gegeven, dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.
Artikel 12a
Het gebruik van pepperspray is slechts geoorloofd:
om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag orden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen een persoon zal gebruiken;
om een persoon aan te houden die zich aan aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;
ter verdediging tegen of voor het onder controle brengen van agressieve dieren.
Pepperspray wordt niet gebruikt tegen:
personen die zichtbaar jonger dan 12 of ouder dan 65 jaar zijn;
vrouwen die zichtbaar zwanger zijn;
personen voor wie dit gebruik als gevolg van een voor de ambtenaar zichtbare ademhalings- of andere ernstige gezondheidsstoornis onevenredig schadelijk kan zijn;
groepen personen.
Artikel 12b
De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht pepperspray tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat pepperspray gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.
Artikel 12c
Pepperspray wordt tegen een persoon per geval ten hoogste twee maal voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde gebruikt en op een afstand van ten minste een meter.
§ 3. Overige geweldmiddelen
Artikel 13
Het gebruik van CS-traangas is slechts geoorloofd:
in gesloten ruimten ter aanhouding van een persoon indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die persoon een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken dan wel ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken;
anders dan in gesloten ruimten ter verspreiding van samenscholingen of volksmenigten die een ernstige en onmiddellijke bedreiging vormen voor de veiligheid van personen of voor zaken.
Het gebruik van CS-traangas is slechts geoorloofd in opdracht van de meerdere na vooraf verkregen toestemming van het bevoegd gezag.
De meerdere die bevel geeft tot het verspreiden van CS-traangas geeft bij dit bevel aan hoeveel CS-traangasgranaten worden gebruikt.
Artikel 14
Het gebruik van een waterwerper is slechts geoorloofd bij optreden van de mobiele eenheid in opdracht van de meerdere en na verkregen toestemming van het bevoegd gezag.
Artikel 15
Het inzetten van een politie-surveillancehond is slechts geoorloofd onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider bij:
de surveillancedienst, en
het optreden van de mobiele eenheid na toestemming van het bevoegd gezag.
De geleider dient in het bezit te zijn van een krachtens artikel 49, eerste lid, van de Politiewet 1993 vastgesteld certificaat.
Artikel 16
Het gebruik van een elektrische wapenstok is slechts geoorloofd als afweermiddel tegen agressieve dieren na toestemming van de meerdere.
§ 4. Melding geweld
Artikel 17
De ambtenaar die geweld heeft aangewend, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan zijn meerdere.
De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de meerdere terstond vastgelegd op een daartoe door Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij ministeriële regeling vastgestelde wijze.
De melding, bedoeld in het tweede lid, wordt door de korpschef binnen 48 uur ter kennis gebracht van de officier van justitie van het arrondissement waarbinnen het geweld is aangewend, dan wel door de commandant van de Koninklijke Marechaussee van de officier van justitie te Arnhem belast met militaire zaken ingeval het een militair betreft, indien:
de gevolgen van het aanwenden van geweld daartoe naar het oordeel van de korpschef of de commandant aanleiding geven,
het aanwenden van geweld lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis dan wel de dood heeft veroorzaakt, of
gebruik is gemaakt van een vuurwapen en daarmee één of meer schoten zijn gelost.
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
De meerdere licht de ambtenaar zo spoedig mogelijk in over de afhandeling van de melding. Desgevraagd worden aan de ambtenaar tussentijds inlichtingen verstrekt.
© 1997 - 2005 http://www.infopolitie.nl
politiewet mbt geweld schreef:
Art. 8 politiewet
De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.
mashi.