bordeel
Moderator: Moderatorteam
-
Doggieman TS
- Infopolitie Gast
Re: bordeel
Je mag inderdaad overal een boordeel beginnen, mits je aan de inrichtingseisen (ivm bedrijf) voldoet en de gemeente goedkeuring geeft. Of dit daadwerkelijk zo is, moet u informeren bij uw gemeente. Wanneer u dit doet moet u uiteraard wel "hard" kunnen maken dat het daadwerkelijk een bordeel is.donny schreef:in onze wijk zit sinds kort een bordeel in een gewoon woonhuis mag dat wel er zit ook een school en een speeltuin vlak bij
of mag je tegenwoordig overal een bordeel beginnen
Doggieman
-
donny TS
- Infopolitie Gast
Een bordeel wordt gezien als inrichting/bedrijf en heeft dus een vergunningsplicht. Indien men niet over de juiste vergunningen beschikt zal de gemeente bestuursrechtelijk moeten optreden!
Maar zoals eeder gepost er moet wel aangetoond worden dat hier sprake is van bedrijfsmatigheid en in dit geval een bordeel.
Indien de eigenaar over de nodige papieren beschikt en deze zich aan de vergunningsvoorwaarden houdt is er niets aan de hand, de gemeente zal dan ook niet optreden.
Maak is een afspraak met de wijkagent en informeer bij hem/haar eens over het gebeuren.
gr, Mashi
Maar zoals eeder gepost er moet wel aangetoond worden dat hier sprake is van bedrijfsmatigheid en in dit geval een bordeel.
Indien de eigenaar over de nodige papieren beschikt en deze zich aan de vergunningsvoorwaarden houdt is er niets aan de hand, de gemeente zal dan ook niet optreden.
Maak is een afspraak met de wijkagent en informeer bij hem/haar eens over het gebeuren.
gr, Mashi
-
donny TS
- Infopolitie Gast
mashi schreef:Een bordeel wordt gezien als inrichting/bedrijf en heeft dus een vergunningsplicht. Indien men niet over de juiste vergunningen beschikt zal de gemeente bestuursrechtelijk moeten optreden!
Maar zoals eeder gepost er moet wel aangetoond worden dat hier sprake is van bedrijfsmatigheid en in dit geval een bordeel.
Indien de eigenaar over de nodige papieren beschikt en deze zich aan de vergunningsvoorwaarden houdt is er niets aan de hand, de gemeente zal dan ook niet optreden.
Maak is een afspraak met de wijkagent en informeer bij hem/haar eens over het gebeuren.
gr, Mashi
bedankt voor de info zal ik morgen gelijk doen
-
Mo TS
- Infopolitie Gast
Bordeelbedrijf valt onder sexinrichting welke inderdaad aan (een zeer strenge) vergunningsplicht onderhevig is.
Voordat deze gevestigd wordt heeft uw gemeente dit in het lokale dagblad en huis aan huis blad bekent gemaakt, waartegen u een bezwaar heeft kunnen maken.
U kunt daarom bij de Gemeente, afdeling Bestuurlijke Zaken, juridische afdeling en vergunningen en bijzondere wetten, inlichtingen inwinnen of dit bordeel legaal gevestigd is.
Ook kunt u inzicht krijgen in wie het bordeel runt.
Mocht u overlast hebben dan dient u dat bekent te maken bij de wijkagent, die het gaat kijken of de klachten reeel zijn. Mocht dit laatste het geval zijn dan wordt de exploitant aangesproken en zal hij de overlast dienen te reduceren. Wanneer dit laatste niet het geval is zal er een klachtenprocedure gestart worden waarij de exploitant mogelijk zijn vergunning (tijdelijk) kwijt kan raken.
Heeft u enig ander bezwaar tegen de vestiging van dit bordeel en bent u van mening dat ook de gemeente niet op juiste wijze belangen heeft afgewogen zult u via uw bewonersorganisatie een procedure kunnen starten in het kader van het (provinciale) bestemmingsplan. Bij dit laatste moet u dan wel zeker zijn dat het bordeel niet legaal (dus volgens het provinciale bestemmingsplan welke u zelf kunt opvragen) woonruimte ontrekt.
Echter een bordeel geeft niet altijd overlast. Juist vanwege de zeer strenge vergunningseisen en de zeer strenge controle en de steeds groter wordende kans van vergunningsverlies, dragen de exploitanten zorg dat zij de buurt geen overlast bezorgen. In tegendeel, zij dragen vaak zorg op controle van de omgeving door hun eigen beveilingscamera's. En vaak zijn bordeelbezoekers ook geen overalstbezorgers. Ook deze zaken zullen vaak door de wijkagent en door de vergunningsverstrekkers afgewogen worden.
Gr
Mo
Voordat deze gevestigd wordt heeft uw gemeente dit in het lokale dagblad en huis aan huis blad bekent gemaakt, waartegen u een bezwaar heeft kunnen maken.
U kunt daarom bij de Gemeente, afdeling Bestuurlijke Zaken, juridische afdeling en vergunningen en bijzondere wetten, inlichtingen inwinnen of dit bordeel legaal gevestigd is.
Ook kunt u inzicht krijgen in wie het bordeel runt.
Mocht u overlast hebben dan dient u dat bekent te maken bij de wijkagent, die het gaat kijken of de klachten reeel zijn. Mocht dit laatste het geval zijn dan wordt de exploitant aangesproken en zal hij de overlast dienen te reduceren. Wanneer dit laatste niet het geval is zal er een klachtenprocedure gestart worden waarij de exploitant mogelijk zijn vergunning (tijdelijk) kwijt kan raken.
Heeft u enig ander bezwaar tegen de vestiging van dit bordeel en bent u van mening dat ook de gemeente niet op juiste wijze belangen heeft afgewogen zult u via uw bewonersorganisatie een procedure kunnen starten in het kader van het (provinciale) bestemmingsplan. Bij dit laatste moet u dan wel zeker zijn dat het bordeel niet legaal (dus volgens het provinciale bestemmingsplan welke u zelf kunt opvragen) woonruimte ontrekt.
Echter een bordeel geeft niet altijd overlast. Juist vanwege de zeer strenge vergunningseisen en de zeer strenge controle en de steeds groter wordende kans van vergunningsverlies, dragen de exploitanten zorg dat zij de buurt geen overlast bezorgen. In tegendeel, zij dragen vaak zorg op controle van de omgeving door hun eigen beveilingscamera's. En vaak zijn bordeelbezoekers ook geen overalstbezorgers. Ook deze zaken zullen vaak door de wijkagent en door de vergunningsverstrekkers afgewogen worden.
Gr
Mo
- The Scorpion
- Berichten: 4279
- Lid sinds: 11 jul 2005, 20:39
- Roepnaam: Sire
- Leeftijd: 45
- Contact:
In een aantal APV's (Plaatselijke verordeningen) is tegenwoordig een apart hoofdstuk gewijd aan sexinrichtingen, waar ze aan moeten voldoen etc.etc. Hieronder een voorbeeld uit de APV van 's-Hertogenbosch.
HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
Paragraaf 1: Begripsomschrijvingen en nadere regels.
Artikel 3.1: Begripsomschrijvingen.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan:
* een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
* een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtsper-soon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;
f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of een escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechts-personen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf;
h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
1. de exploitant;
2. de beheerder;
3. de prostituee;
4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
5. toezichthouders die zijn aangewezen in artikel 133;
andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;
binnenstad: het gebied van de gemeente gelegen binnen de stadsmuren, zoals aangegeven op de bijgevoegde tekening;
bestaande bedrijven: bedrijven, die op basis van artikel 72 (oud) en het daaraan gerelateerde gemeentelijk beleid werden gedoogd;
maximumstelsel: voor het gehele grondgebied van de gemeente ’s-Herto-genbosch een maximum van 11 en, binnen dit aantal, voor de binnenstad een maximum van 4 seksinrichtingen (al dan niet gevestigd in een sekswinkel).
woonbuurt: een gebied waarbinnen in hoofdzaak alleen in woonfunkties is voorzien en waar alleen buurtgebonden (bedrijfs) activiteiten toegestaan zijn;
gevoelige objecten: scholen, kerken en daarmede vergelijkbare inrich-tingen en/of gebouwen.
Artikel 3.2: Bevoegd bestuursorgaan.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan:
1. de burgemeester, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en de APV 's-Hertogenbosch 1996/versie juli 2003 24
daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet,
2. het college van burgemeester en wethouders voor zover de burgemeester niet bevoegd is.
Artikel 3.3: Nadere regels.
Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college van burgemeester en wethouders over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels stellen.
Paragraaf 2: Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
Artikel 3.4: Seksinrichtingen.
1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd orgaan.
2. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
a. de persoonsgegevens van de exploitant;
b. de persoonsgegevens van de beheerder;
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
3. De aanvraag om vergunning dient in ieder geval nog de volgende informatie te bevatten:
a. het aantal werkzame prostituées;
b. de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000;
c. de plattegrond van de seksinrichting door middel van een tekening met een schaal van tenminste 1:100;
d. bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; de tijden waarbinnen de inrichting voor bezoekers is geopend en waarbinnen de exploitant en/of beheerder in de inrichting aanwezig zijn.
4. In de inrichting dient te allen tijde (een afschrift van) de vergunning aanwezig te zijn.
Artikel 3.5: Gedragseisen exploitant en beheerder.
1. De exploitant en de beheerder:
a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
c. hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.
2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet:
a. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nedelands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van duizend gulden of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 197a, 197b, 197c, 240b, 242 tot en met 249, 250a, 252, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 Wetboek van Strafrecht;
3. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
4. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
kansspelen;
5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:
a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a, van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan zevenhonderd vijftig gulden bedraagt;
b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf;
4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van de vergunning.
5. De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor tenminste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft.
Artikel 3.6: Sluitingsuur.
1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 23.00 uur en 09.00 uur.
2. Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste tot en met derde lid, dan wel krachtens het artikel 3.7, eerste lid, gesloten dient te zijn.
4. Het in het eerste tot en met het vierde lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.
Artikel 3.7: Tijdelijke afwijking sluitingsuur;
(tijdelijke) sluiting.
1. Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
a. voor één of meer seksinrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste en het tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;
b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuurs-recht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit bekend zoals is aangegeven in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.8: Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder.
1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.
2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:
a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de
titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
(heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in
de Wet wapens en munitie;
b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de
Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 3.9: Straat- en raamprostitutie.
1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Het is verboden een seksinrichting te voorzien van zogenaamde vitrines en/of ramen met het doel van daaruit raamprostitutie uit te (doen) oefenen.
Het is verboden vanuit een seksinrichting door handelingen, houding, woord, gebaar of op enigerlei andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.
Artikel 3.10: Sekswinkels.
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college van burgemeester en wethouders in het belang van de openbare orde of de woonen leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3.11: Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke.
1. Het is de rechthebbendeop een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:
a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of het woon- en leefklimaat in gevaar brengt;
b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.
Paragraaf 3 : Beslissingstermijn en weigeringgronden.
Artikel 3.12: Beslissingstermijn.
1. Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Artikel 3.13: Weigeringgronden, voorschriften en intrekking.
1. De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt geweigerd indien:
a. de exploitant of de beheerder:
1. niet voldoet aan de in artikel 3.5 gestelde eisen en/of
2. niet zullen voldoen aan de in artikel 3.8 opgenomen aan-wezigheids- en/of toezichtseis;
b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; het aantal seksinrichtingen, dat volgens het maximumstelsel is toe-gestaan, reeds in de gemeente is gevestigd.
2. Het bevoegde bestuursorgaan kan aan een vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, voorschriften of beperkingen verbinden dan wel de vergunning weigeren in het belang van:
a. de openbare orde;
b. het voorkomen of beperken van overlast;
c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
d. de veiligheid van personen of goederen;
e. de verkeersvrijheid of -veiligheid;
f. de gezondheid of zedelijkheid;
de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
3. Een vergunning kan, behoudens het gestelde in artikel 6, worden gewijzigd of ingetrokken als wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in hoofdstuk 3 of niet wordt voldaan aan de krachtens dit hoofdstuk gestelde regels.
Paragraaf 4 : Beëindiging exploitatie; wijziging beheer.
Artikel 3.14: Beëindiging exploitatie.
1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escort-bedrijf feitelijk heeft beëindigd.
2. Binnen één week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 3.15: Wijziging beheer.
1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd orgaan.
2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd orgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.13, eerste lid, aanhef en onder a, is onverminderd van toepassing.
3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is beslist.
Paragraaf 5 : Overgangsbepaling.
Artikel 3.16: Overgangsbepaling.
1. Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of escortbedrijf is het gestelde in artikel 3.4, eerste lid, niet van toepassing:
a. gedurende 12 weken na het in werking treden daarvan;
b. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd bestuursorgaan een besluit is genomen.
c.
d. Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd bestuurs-orgaan met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde voorzieningen;
Het verbod, opgenomen in artikel 3.9, derde lid, geldt niet voor een termijn van twee jaren ten aanzien van de bestaande seksinrichtingen in de Schilderstraat;
De weigeringsgronden - opgenomen in artikel 3.13, eerste lid sub b en het tweede lid sub c (voor zover het betreft de vestiging in een woonbuurt en/of in de nabijheid van gevoelige objecten) – gelden niet voor een termijn van twee jaren ten aanzien van bestaande inrichtingen.
-
Kale TS
- Infopolitie Gast
-
Kale TS
- Infopolitie Gast
-
mark taxi TS
- Infopolitie Gast