Snelheidsbord alleen rechts geplaatst
Moderator: Moderatorteam
-
Joegei TS
- Infopolitie Gast
Snelheidsbord alleen rechts geplaatst
Laatst reed ik op de A50/A59 bij Oss waar men bezig met het afronden van de werkzaamheden met de aansluiting van de A50 naar Eindhoven. Een groot gedeelte van de werkzaamheden zijn al klaar en de weg ziet er dan ook niet meer uit als een grote bouwput.
Ik reed op de linker rijstrook en was een lange rij vrachtwagens aan het inhalen. Na een poosje kom in een bord "Einde 90km/u" tegen en dacht bij mezelf "waar stond het bord dat de snelheidsbeperking aangeeft dan?"
De volgende dag weer dezelfde route gereden en nu zag ik het bord wel staan. Het stond alleen aan de rechterkant van de weg en ik had het de vorige dag niet gezien omdat ik op dat moment net de rij vrachtwagens aan het inhalen was. De vrachtwagens ontnamen mij het zicht op dit bord.
Nu is mijn vraag, is deze snelheidsbeperking wel geldig?
Ik reed op de linker rijstrook en was een lange rij vrachtwagens aan het inhalen. Na een poosje kom in een bord "Einde 90km/u" tegen en dacht bij mezelf "waar stond het bord dat de snelheidsbeperking aangeeft dan?"
De volgende dag weer dezelfde route gereden en nu zag ik het bord wel staan. Het stond alleen aan de rechterkant van de weg en ik had het de vorige dag niet gezien omdat ik op dat moment net de rij vrachtwagens aan het inhalen was. De vrachtwagens ontnamen mij het zicht op dit bord.
Nu is mijn vraag, is deze snelheidsbeperking wel geldig?
Het is bord A1
Paragraaf 2.2 Alg. bepalingen tav plaatsing verkeersborden BABW
Bij gebruik op twee- of meerstrooksgedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F1 tot en met F4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.
Paragraaf 2.2 Alg. bepalingen tav plaatsing verkeersborden BABW
Bij gebruik op twee- of meerstrooksgedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F1 tot en met F4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.
-
Joegei TS
- Infopolitie Gast
-
mwb TS
- Infopolitie Gast
Er is hier sprake van wegwerkzaamheden en dan kan worden volstaan met 1 bord aan de rechterzijde.
Ik heb nu hier niet bij de hand waar dat staat.
Persoonlijk vind ik het argument "het bord stond alleen rechts" geen excuus, maar een teken van niet opletten.
Er zijn zelfs mensen die op de een of andere manier wel altijd een uitrit kunnen vinden en nooit verkeerd rijden (die borden staan ook alleen rechts) naar als er dan ineens een snelheidsbeperking aan de rechterkant staat, zien ze dat bord niet meer staan.
Ik heb nu hier niet bij de hand waar dat staat.
Persoonlijk vind ik het argument "het bord stond alleen rechts" geen excuus, maar een teken van niet opletten.
Er zijn zelfs mensen die op de een of andere manier wel altijd een uitrit kunnen vinden en nooit verkeerd rijden (die borden staan ook alleen rechts) naar als er dan ineens een snelheidsbeperking aan de rechterkant staat, zien ze dat bord niet meer staan.
-
Mofkap TS
- Infopolitie Gast
Swat en mwb, wat jullie aangeven daar ben ik niet zeker van.
(uitgaande van een rijbaan met twee of meer rijstroken in een richting)
Weliswaar mogen borden bij tijdelijke toepassing met een spoedeisend karakter alleen aan de rechterkant worden geplaatst (in afwijking van de voorschriften). Echter dient een dergelijke afwijking zo spoedig mogelijk te worden gecorrigeerd. (UVS BABW, Hfdst 1, Par 3 onder 5)
Bij wegwerkzaamheden alleen een bord aan de rechterzijde is in het algemeen dus niet in overeenstemming met de voorschriften.
Bovendien moet de waarneembaarheid van een bord dag en nacht worden verzekerd, als het bord alleen aan de rechterzijde is geplaatst dan wordt niet onder alle omstandigheden aan die eis voldaan.
Bij b.v. bermonderhoud met een rijdende afzetting is het wel gebruikelijk dat het bord slechts aan een zijde van de rijbaan wordt gebruikt. De grootte en opvallenheid van de daarbij gebruikte borden is dusdanig dat de waarneembaarheid niet ter discussie kan staan. Resteert echter de vraag of het bord geldt voor de gehele rijbaan of slechts voor de aanliggende rijstrook, immers het spoedeisende karakter ontbreekt.
Met rechtspraak over dat onderwerp ben ik niet bekend (ik heb ook niet gezocht), wel heb ik uit derde hand wel eens gehoord dat de OvJ een beschikking vernietigde omdat niet werd voldaan aan de hierboven genoemde plaatsingsvoorschriften.
(uitgaande van een rijbaan met twee of meer rijstroken in een richting)
Weliswaar mogen borden bij tijdelijke toepassing met een spoedeisend karakter alleen aan de rechterkant worden geplaatst (in afwijking van de voorschriften). Echter dient een dergelijke afwijking zo spoedig mogelijk te worden gecorrigeerd. (UVS BABW, Hfdst 1, Par 3 onder 5)
Bij wegwerkzaamheden alleen een bord aan de rechterzijde is in het algemeen dus niet in overeenstemming met de voorschriften.
Bovendien moet de waarneembaarheid van een bord dag en nacht worden verzekerd, als het bord alleen aan de rechterzijde is geplaatst dan wordt niet onder alle omstandigheden aan die eis voldaan.
Bij b.v. bermonderhoud met een rijdende afzetting is het wel gebruikelijk dat het bord slechts aan een zijde van de rijbaan wordt gebruikt. De grootte en opvallenheid van de daarbij gebruikte borden is dusdanig dat de waarneembaarheid niet ter discussie kan staan. Resteert echter de vraag of het bord geldt voor de gehele rijbaan of slechts voor de aanliggende rijstrook, immers het spoedeisende karakter ontbreekt.
Uit deze wettekst zou afgeleid kunnen worden dat het bord dat alleen aan de rechterzijde is geplaatst slechts geldt voor de rechter rijstrook. Evenals een bord dat alleen aan de linkerzijde is geplaatst slechts voor de linker rijstrook geldt.Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt.
Indien plaatsing rechts van de weg niet mogelijk is, kunnen zij boven de rijbaan worden aangebracht.
Bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F 1 tot en met 4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.
Met rechtspraak over dat onderwerp ben ik niet bekend (ik heb ook niet gezocht), wel heb ik uit derde hand wel eens gehoord dat de OvJ een beschikking vernietigde omdat niet werd voldaan aan de hierboven genoemde plaatsingsvoorschriften.
Wetstekst
Paragraaf 8 Tijdelijke plaatsing of toepassing van verkeerstekens en het tijdelijk uitvoeren van maatregelenArtikel 34
Door het bevoegd gezag dan wel door het openbaar lichaam, dat het beheer heeft over een weg of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, door de eigenaar van de weg kunnen in de hierna genoemde omstandigheden en voor de duur van die omstandigheden verkeerstekens als bedoeld in artikel 12, worden geplaatst alsmede maatregelen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, worden uitgevoerd:
a. ingeval van de uitvoering van werken, opdooi, de doorweekte toestand van een weg of weggedeelte, dreigend gevaar of andere dringende omstandigheid van voorbijgaande aard;
b. ingeval van een door het wegverkeer veroorzaakte ernstige aantasting van voorbijgaande aard van de in het tweede lid, onder a, van artikel 2 van de wet genoemde belangen.
Artikel 35
De plaatsing van verkeerstekens en het uitvoeren van maatregelen, bedoeld in artikel 34, kunnen geschieden zonder een daaraan ten grondslag liggend verkeersbesluit.
Artikel 36
Van het voornemen tot tijdelijke plaatsing van verkeerstekens en tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen of, indien hiertoe reeds is overgegaan, van dat feit wordt zo spoedig mogelijk kennis gegegeven aan het bevoegd gezag dat de tijdelijke plaatsing of de tijdelijke maatregel ongedaan kan maken. De kennisgeving kan achterwege blijven voor zover dit gezag dit heeft bepaald.
Artikel 37
In afwijking van artikel 35 geschieden de tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel krachtens een verkeersbesluit indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen. Paragraaf 6 is alsdan van toepassing.
Artikel 38
De met verkeersregeling belaste ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de buitengewone opsporingsambtenaren van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat kunnen, indien in onvoorziene omstandigheden de afwikkeling van het verkeer zulks noodzakelijk maakt, voor ten hoogste drie uren verkeerstekens plaatsen en maatregelen uitvoeren zonder dat kennisgeving aan het bevoegd gezag behoeft te geschieden. Geschiedt de plaatsing of maatregel voor langere tijd, dan is artikel 36 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 39
Indien de toestand van een waterkerende dijk waarop een weg is gelegen zulks vordert, heeft de onderhoudsplichtige van de dijk de bevoegdheid tot het tijdelijk plaatsen van verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden alsmede tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen.
Artikel 40
Door of namens de onderhoudsplichtige van de dijk wordt onverwijld aan Onze commissaris in de provincie en aan het openbaar lichaam, dat het beheer heeft over de weg of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, aan de eigenaar van de weg kennis gegeven van het voornemen tot tijdelijke plaatsing en tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen bedoeld in artikel 39 of, indien hiertoe reeds is overgegaan, van dat feit. Onze commissaris in de provincie kan de tijdelijke plaatsing of de tijdelijke maatregel ongedaan maken.
Artikel 41
Tot het ongedaan maken van de tijdelijke plaatsing van verkeerstekens of het tijdelijk uitvoeren van maatregelen als bedoeld in de artikelen 36 en 40 kan worden overgegaan indien:
a. de omstandigheden als bedoeld in artikel 34 zich niet of niet langer voordoen of
b. deze omstandigheden de plaatsing of de maatregel niet kunnen rechtvaardigen.
Artikelen 42 t/m 47
(Vervallen)
Wetstekst
RegelgevingUitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens
Wetsartikel
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
--> KNIP <--
§ 3. Tijdelijke toepassing van verkeerstekens
5. Bij tijdelijke toepassing van verkeerstekens en onderborden, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 8 van het BABW, mag in spoedeisende gevallen van de voorschriften in de hoofdstukken II en III worden afgeweken. Dergelijke afwijkingen worden zo spoedig mogelijk gecorrigeerd.
...zo spoedig mogelijk......
Kortom, volgens mij is een slechts aan de rechterzijde geplaatst bord gewoon toegestaan en een geldige (tijdelijke) snelheidsbeperking tenzij kan worden aangetoond dat...........en bewijs dat maar eens...
-
Mofkap TS
- Infopolitie Gast
Dat bedoel ik Mofkap, zelfs deze lezen we anders. Ik lees namelijk de voorschriften voor het plaatsen van borden (dus aan de zijde/rijstrook van de weg waar de beperking geldig is) tenzij.....
Ook hier kun je dus 2 dingen lezen mijn inziens wat het er niet duidelijker op maakt. Ben ervan overtuigd dat hier ergens jurisprudentie van moet zijn, kan er alleen niets over vinden.
Ook hier kun je dus 2 dingen lezen mijn inziens wat het er niet duidelijker op maakt. Ben ervan overtuigd dat hier ergens jurisprudentie van moet zijn, kan er alleen niets over vinden.
-
Mofkap TS
- Infopolitie Gast
- zijlvaart67
- Berichten: 15023
- Lid sinds: 31 jul 2003, 20:18
- Geslacht:
- Leeftijd: 59
- Contact:
Ik heb helaas ook geen uitspraak beschikbaar, maar ik kan me hier op 't forum een dergelijke zaak nog wel herinneren...
En die persoon werd ook, puur op het niet dubbel plaatsen van het bord, vrijgesproken...
En die persoon werd ook, puur op het niet dubbel plaatsen van het bord, vrijgesproken...
'Dingen simpel houden is heel moeilijk, dingen moeilijk maken is daarentegen heel simpel..'
Wat ik heb gevonden is erg summier.
Uit de officiele toelichting:
Officiële toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
--> Knip <--
7. Varianten
Aanvankelijk is overwogen in het BABW een groter aantal maatregelen op te nemen, dat moet leiden tot een meer terughoudende en zorgvuldige toepassing van verkeerstekens. De inspanningen die de wegbeheerders zich op dit punt willen getroosten rechtvaardigen dat er is afgezien van de overwogen maatregelen op het gebied van de periodieke toetsing van verkeersbesluiten en het voor beroep vatbaar maken van de plaatsing en verwijdering van verkeerslichten.
Eén van de hiervoor bedoelde maatregelen betrof de in artikel 28 van het voorontwerp voor het BABW vervatte regeling dat verkeersbesluiten eerst in werking treden met ingang van de dag, nadat een termijn van dertig dagen na de dag waarop het besluit is bekend gemaakt, is verstreken. In het ontwerp-besluit zoals dit werd voorgelegd aan de Raad van State was van deze voorziening dan ook afgezien. In verband met het advies van de Raad kwam de bepaling (artikel 27 van het besluit) gedeeltelijk weer tot leven. De betrokken bepaling heeft nu uitsluitend betrekking op verkeersbesluiten die betrekking hebben op infrastructurele voorzieningen.
Voorts waren aanvankelijk andere termijnen overwogen in artikel 37 van het BABW. In het voorontwerp voor het BABW was bepaald dat tijdelijke verkeersmaatregelen op een verkeersbesluit dienden te berusten indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing leiden van langere duur zijn dan drie maanden terwijl in het ontwerp-besluit zoals voorgelegd aan de Raad van State deze termijn was bepaald op zes maanden. De termijn van drie maanden was aanvankelijk verdubbeld tot zes maanden ten einde de bestuurslasten voor de wegbeheerders te beperken. Op grond van het advies van de Raad van State is deze termijn teruggebracht tot vier maanden aangezien de termijn van zes maanden volgens de Raad van State te lang is uit een oogpunt van voldoende rechtsbescherming.
In het ontwerp-BABW zoals voorgelegd aan de Raad van State was niet voorzien in een regeling inzake de tijdelijke uitvoering van maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer. Op grond van het advies van de Raad van State over het ontwerp-Wegenverkeerswet 1990 is besloten een dergelijke voorziening alsnog in het BABW op te nemen.
Ten slotte was aanvankelijk overwogen beslissingen inzake invalidenparkeerkaarten vatbaar te maken voor Arobberoep. Op grond van het advies van de Raad van State is uiteindelijk het Kroonberoep ter zake gehandhaafd.
Dit behandeld echter enkel de invoeringstatus van de BABW tov WvW94.
Artikelsgewijze behandeling art 34 BABW zegt het volgende:
Commentaar op het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
Artikelsgewijs commentaar: artikel 34
Geschiedenis totstandkoming
De aanhef van artikel 34 is bij besluit van 16 november 1994 (Stb. 815) gewijzigd in verband met het onderbrengen van de competentieregeling in de Wegenverkeerswet 1994.
De verwijzing naar de Wegenverkeerswet in onderdeel b is bij besluit van 16 november 1994 (Stb. 815) vervangen door een verwijzing naar de Wegenverkeerswet 1994.
Nota van toelichting
De artikelen 34 tot en met 42 komen in hoofdzaak overeen met artikel 137 van het RVV 1966 met dien verstande dat nu ook het tijdelijk uitvoeren van maatregelen in de paragraaf regeling vindt.
Op de algemene regel dat voor de plaatsing of toepassing van verkeerstekens en voor het uitvoeren van maatregelen een besluit is vereist is een aantal uitzonderingen dat is gelegen in de omstandigheden die aanleiding zijn tot de plaatsing, toepassing of uitvoering. Deze omstandigheden, waarvan in de onderdelen a en b van artikel 35 een opsomming wordt gegeven, zijn van tijdelijke aard en nopen veelal tot een onmiddellijke realisering. Met name dit laatste staat het nemen van een verkeersbesluit in de weg. Voorts is de bevoegdheid tot tijdelijke plaatsing en tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen, gezien de aard van de omstandigheden, niet beperkt tot het in artikel 20 genoemde gezag, doch ook toegekend aan het openbaar lichaam dat het beheer over een weg heeft of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, de eigenaar van de weg.
Voor de in onderdeel a genoemde omstandigheden bestond ook in het RVV 1966 reeds de mogelijkheid tijdelijke maatregelen te nemen. De in onderdeel b bedoelde omstandigheden zijn nieuw en hebben betrekking op tijdelijke, spoed eisende, maatregelen ter bescherming van het milieu. Deze uitbreiding houdt verband met de in het algemeen gedeelte besproken uitbreiding van de reikwijdte van de Wegenverkeerswet.
Ten einde tot uitdrukking te laten komen, dat het hierbij uitsluitend gaat om bijzondere omstandigheden, wordt in artikel 37 het tijdelijke en incidentele karakter van de in deze paragraaf geregelde maatregelen nog eens benadrukt. Indien de omstandigheden langer dan vier maanden duren dan wel zich regelmatig voordoen, dient een verkeersbesluit overeenkomstig paragraaf 6 te worden genomen. Op dit punt is de regeling ten opzichte van die in het RVV 1966 aangescherpt. De termijn van vier maanden is gekozen omdat de termijn van drie maanden zoals voorgesteld in het voorontwerp voor het BABW de wegbeheerders voor te grote lasten zou plaatsen terwijl de termijn van zes maanden zoals voorgesteld in het ontwerp-besluit zoals voorgelegd aan de Raad van State te lang wordt bevonden voor een goede rechtsbescherming. Een termijn van vier maanden lijkt voldoende aan beide aspecten tegemoet te komen.
In de paragraaf wordt uitdrukkelijk aangegeven in welke gevallen tot het ongedaan maken van tijdelijke plaatsingen en van tijdelijke maatregelen als bedoeld in de artikelen 36, 38 en 40 kan worden overgegaan. Ook in dit opzicht is de regeling ten opzichte van die in het RVV 1966 derhalve aangescherpt.
maar ook hier schieten we weinig mee op vwb de exacte plaatsing van borden en de strekking en geldigheid daarvan.
Uiteindelijk wel wat jurisprudentie terug kunnen vinden, maar het probleem daarvan is dat ze eigenlijk niet echt van toepassing zijn op de vraag van TS. Het gaat hierbij vooral om de geldigheid van tijdelijke maatregelen. Zie daarvoor bijvoorbeeld:
Hof Leeuwarden, 20 november 2002, 02/00730
V.R. 2003, nr. 54, blz. 119
Trefwoorden wegwerkzaamheden
Regelingen BABW artikel 34
Essentie Onder "wegwerkzaamheden" moet worden verstaan "uitvoering van werken" als bedoeld in artikel 34 BABW.
Samenvatting De betrokkene stelt zich op het standpunt dat er in casu geen sprake was van wegwerkzaamheden. Hiertoe voert de betrokkene aan dat wegwerkzaamheden werkzaamheden aan de weg zijn, maar dat volgens de verbalisant de werkzaamheden bestonden uit het af en aan rijden van vrachtauto's zodat de opslag van de sanctie in verband met wegwerkzaamheden in ieder geval zou moeten vervallen.
Ten aanzien van de vraag of terecht in de gedraging is opgenomen dat de overschrijding van de maximumsnelheid plaatsvond "bij wegwerkzaamheden" overweegt het hof het volgende. Ingevolge artikel 34 BABW in verbinding met artikel 12 BABW kunnen door het bevoegd gezag dan wel door het openbaar lichaam dat het beheer heeft over een weg of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, door de eigenaar van de weg ingeval van de uitvoering van werken verkeerstekens, waaronder bord A1, worden geplaatst. Onder "wegwerkzaamheden" in de omschrijving van de - onder meer - onder feitcode S230b opgenomen gedraging moet worden verstaan "uitvoering van werken" als bedoeld in artikel 34 BABW. Het af en aan rijden van vrachtwagens naar een bouwterrein kan in verband met het gevaarzettend karakter bezwaarlijk anders worden opgevat dan als uitvoering van werken in de zin van artikel 34 BABW.
Kortom, ook dit zet geen zoden aan de dijk.
Ik denk dus dat we heel voorzichtig moeten en kunnen concluderen dat, juist omdat er geen andere wetgeving of jurisprudentie over is, een tijdelijke plaatsing van verkeerstekens weliswaar NIET hoeft te voldoen aan een aantal voorwaarden (verkeersbelsuit en het bevoegde gezag) maar dat het wel moet voldoen aan de plaatsingsvoorschriften verkeerstekens.
Ik heb die er ook nog even bij gepakt:
Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens
Wetsartikel
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
§ 2. Algemene bepalingen ten aanzien van plaatsing van verkeersborden
6. De waarneembaarheid van verkeersborden moet dag en nacht verzekerd zijn.
7. Borden worden zodanig geplaatst dat zij het zicht op het verkeer of op verkeerstekens niet belemmeren.
8. Borden worden in beginsel haaks ten opzichte van de wegas geplaatst.
9. Meer dan twee borden worden buiten de bebouwde kom niet naast of boven elkaar geplaatst. Borden worden gecombineerd in de volgorde van bijlage 1 van het RVV 1990, dat wil zeggen dat een bord geplaatst wordt onder een verderop in die bijlage genoemd bord.
10. Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt.
Indien plaatsing rechts van de weg niet mogelijk is, kunnen zij boven de rijbaan worden aangebracht.
Ter hoogte van rechts geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan worden geplaatst indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien het bord tevens voor de linkerzijde geldt.
11. Bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F 1 tot en met 4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.
12. De hoogte van de onderkant van het bord ten opzichte van het wegdek bedraagt minimaal:
A. binnen de bebouwde kom: 2,20 m; de hoogte mag minder zijn indien het bord is geplaatst op een verkeerseiland of buiten een pad of trottoir, doch bedraagt dan tenminste 1,20 m.
B. buiten de bebouwde kom: 1,20 m.
12a. De hoogte van de onderkant van bord D2 of D3 ten opzichte van het wegdek, bedraagt minimaal 0,90 meter indien het bord is geplaatst op een gele verkeerszuil.
13. Bij plaatsing van borden boven de rijbaan bedraagt de vrije doorrijhoogte ten minste 4,50 m en boven fiets- en voetpaden ten minste 2,50 m.
Bij tunnels, viaducten en dergelijke kan hiervan worden afgeweken.
14. Een bord staat tenminste buiten het profiel van vrije ruimte van de rijbaan. De afstand tussen de rand van het bord en de kant van de rijbaan dan wel de kant van de verharding bedraagt bij voorkeur tenminste 0,60 m en ten hoogste 3,60 m. Op wegen buiten de kom, zonder parkeer- of vluchtstrook, bedraagt de minimumafstand 1,80 m.
Voor de volledigheid, deze druist een beetje in tegen mijn eigen gevoel, en ik laat me in deze graag "ompraten" door de terzake beter deskundigen (Koen, Harry, David bijvoorbeeld ??????)
Uit de officiele toelichting:
Wetstekst
ToelichtingenOfficiële toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
--> Knip <--
7. Varianten
Aanvankelijk is overwogen in het BABW een groter aantal maatregelen op te nemen, dat moet leiden tot een meer terughoudende en zorgvuldige toepassing van verkeerstekens. De inspanningen die de wegbeheerders zich op dit punt willen getroosten rechtvaardigen dat er is afgezien van de overwogen maatregelen op het gebied van de periodieke toetsing van verkeersbesluiten en het voor beroep vatbaar maken van de plaatsing en verwijdering van verkeerslichten.
Eén van de hiervoor bedoelde maatregelen betrof de in artikel 28 van het voorontwerp voor het BABW vervatte regeling dat verkeersbesluiten eerst in werking treden met ingang van de dag, nadat een termijn van dertig dagen na de dag waarop het besluit is bekend gemaakt, is verstreken. In het ontwerp-besluit zoals dit werd voorgelegd aan de Raad van State was van deze voorziening dan ook afgezien. In verband met het advies van de Raad kwam de bepaling (artikel 27 van het besluit) gedeeltelijk weer tot leven. De betrokken bepaling heeft nu uitsluitend betrekking op verkeersbesluiten die betrekking hebben op infrastructurele voorzieningen.
Voorts waren aanvankelijk andere termijnen overwogen in artikel 37 van het BABW. In het voorontwerp voor het BABW was bepaald dat tijdelijke verkeersmaatregelen op een verkeersbesluit dienden te berusten indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing leiden van langere duur zijn dan drie maanden terwijl in het ontwerp-besluit zoals voorgelegd aan de Raad van State deze termijn was bepaald op zes maanden. De termijn van drie maanden was aanvankelijk verdubbeld tot zes maanden ten einde de bestuurslasten voor de wegbeheerders te beperken. Op grond van het advies van de Raad van State is deze termijn teruggebracht tot vier maanden aangezien de termijn van zes maanden volgens de Raad van State te lang is uit een oogpunt van voldoende rechtsbescherming.
In het ontwerp-BABW zoals voorgelegd aan de Raad van State was niet voorzien in een regeling inzake de tijdelijke uitvoering van maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer. Op grond van het advies van de Raad van State over het ontwerp-Wegenverkeerswet 1990 is besloten een dergelijke voorziening alsnog in het BABW op te nemen.
Ten slotte was aanvankelijk overwogen beslissingen inzake invalidenparkeerkaarten vatbaar te maken voor Arobberoep. Op grond van het advies van de Raad van State is uiteindelijk het Kroonberoep ter zake gehandhaafd.
Artikelsgewijze behandeling art 34 BABW zegt het volgende:
Wetstekst
CommentaarCommentaar op het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
Artikelsgewijs commentaar: artikel 34
Geschiedenis totstandkoming
De aanhef van artikel 34 is bij besluit van 16 november 1994 (Stb. 815) gewijzigd in verband met het onderbrengen van de competentieregeling in de Wegenverkeerswet 1994.
De verwijzing naar de Wegenverkeerswet in onderdeel b is bij besluit van 16 november 1994 (Stb. 815) vervangen door een verwijzing naar de Wegenverkeerswet 1994.
Nota van toelichting
De artikelen 34 tot en met 42 komen in hoofdzaak overeen met artikel 137 van het RVV 1966 met dien verstande dat nu ook het tijdelijk uitvoeren van maatregelen in de paragraaf regeling vindt.
Op de algemene regel dat voor de plaatsing of toepassing van verkeerstekens en voor het uitvoeren van maatregelen een besluit is vereist is een aantal uitzonderingen dat is gelegen in de omstandigheden die aanleiding zijn tot de plaatsing, toepassing of uitvoering. Deze omstandigheden, waarvan in de onderdelen a en b van artikel 35 een opsomming wordt gegeven, zijn van tijdelijke aard en nopen veelal tot een onmiddellijke realisering. Met name dit laatste staat het nemen van een verkeersbesluit in de weg. Voorts is de bevoegdheid tot tijdelijke plaatsing en tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen, gezien de aard van de omstandigheden, niet beperkt tot het in artikel 20 genoemde gezag, doch ook toegekend aan het openbaar lichaam dat het beheer over een weg heeft of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, de eigenaar van de weg.
Voor de in onderdeel a genoemde omstandigheden bestond ook in het RVV 1966 reeds de mogelijkheid tijdelijke maatregelen te nemen. De in onderdeel b bedoelde omstandigheden zijn nieuw en hebben betrekking op tijdelijke, spoed eisende, maatregelen ter bescherming van het milieu. Deze uitbreiding houdt verband met de in het algemeen gedeelte besproken uitbreiding van de reikwijdte van de Wegenverkeerswet.
Ten einde tot uitdrukking te laten komen, dat het hierbij uitsluitend gaat om bijzondere omstandigheden, wordt in artikel 37 het tijdelijke en incidentele karakter van de in deze paragraaf geregelde maatregelen nog eens benadrukt. Indien de omstandigheden langer dan vier maanden duren dan wel zich regelmatig voordoen, dient een verkeersbesluit overeenkomstig paragraaf 6 te worden genomen. Op dit punt is de regeling ten opzichte van die in het RVV 1966 aangescherpt. De termijn van vier maanden is gekozen omdat de termijn van drie maanden zoals voorgesteld in het voorontwerp voor het BABW de wegbeheerders voor te grote lasten zou plaatsen terwijl de termijn van zes maanden zoals voorgesteld in het ontwerp-besluit zoals voorgelegd aan de Raad van State te lang wordt bevonden voor een goede rechtsbescherming. Een termijn van vier maanden lijkt voldoende aan beide aspecten tegemoet te komen.
In de paragraaf wordt uitdrukkelijk aangegeven in welke gevallen tot het ongedaan maken van tijdelijke plaatsingen en van tijdelijke maatregelen als bedoeld in de artikelen 36, 38 en 40 kan worden overgegaan. Ook in dit opzicht is de regeling ten opzichte van die in het RVV 1966 derhalve aangescherpt.
Uiteindelijk wel wat jurisprudentie terug kunnen vinden, maar het probleem daarvan is dat ze eigenlijk niet echt van toepassing zijn op de vraag van TS. Het gaat hierbij vooral om de geldigheid van tijdelijke maatregelen. Zie daarvoor bijvoorbeeld:
Wetstekst
JurisprudentieHof Leeuwarden, 20 november 2002, 02/00730
V.R. 2003, nr. 54, blz. 119
Trefwoorden wegwerkzaamheden
Regelingen BABW artikel 34
Essentie Onder "wegwerkzaamheden" moet worden verstaan "uitvoering van werken" als bedoeld in artikel 34 BABW.
Samenvatting De betrokkene stelt zich op het standpunt dat er in casu geen sprake was van wegwerkzaamheden. Hiertoe voert de betrokkene aan dat wegwerkzaamheden werkzaamheden aan de weg zijn, maar dat volgens de verbalisant de werkzaamheden bestonden uit het af en aan rijden van vrachtauto's zodat de opslag van de sanctie in verband met wegwerkzaamheden in ieder geval zou moeten vervallen.
Ten aanzien van de vraag of terecht in de gedraging is opgenomen dat de overschrijding van de maximumsnelheid plaatsvond "bij wegwerkzaamheden" overweegt het hof het volgende. Ingevolge artikel 34 BABW in verbinding met artikel 12 BABW kunnen door het bevoegd gezag dan wel door het openbaar lichaam dat het beheer heeft over een weg of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, door de eigenaar van de weg ingeval van de uitvoering van werken verkeerstekens, waaronder bord A1, worden geplaatst. Onder "wegwerkzaamheden" in de omschrijving van de - onder meer - onder feitcode S230b opgenomen gedraging moet worden verstaan "uitvoering van werken" als bedoeld in artikel 34 BABW. Het af en aan rijden van vrachtwagens naar een bouwterrein kan in verband met het gevaarzettend karakter bezwaarlijk anders worden opgevat dan als uitvoering van werken in de zin van artikel 34 BABW.
Kortom, ook dit zet geen zoden aan de dijk.
Ik denk dus dat we heel voorzichtig moeten en kunnen concluderen dat, juist omdat er geen andere wetgeving of jurisprudentie over is, een tijdelijke plaatsing van verkeerstekens weliswaar NIET hoeft te voldoen aan een aantal voorwaarden (verkeersbelsuit en het bevoegde gezag) maar dat het wel moet voldoen aan de plaatsingsvoorschriften verkeerstekens.
Ik heb die er ook nog even bij gepakt:
Wetstekst
RegelgevingUitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens
Wetsartikel
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
§ 2. Algemene bepalingen ten aanzien van plaatsing van verkeersborden
6. De waarneembaarheid van verkeersborden moet dag en nacht verzekerd zijn.
7. Borden worden zodanig geplaatst dat zij het zicht op het verkeer of op verkeerstekens niet belemmeren.
8. Borden worden in beginsel haaks ten opzichte van de wegas geplaatst.
9. Meer dan twee borden worden buiten de bebouwde kom niet naast of boven elkaar geplaatst. Borden worden gecombineerd in de volgorde van bijlage 1 van het RVV 1990, dat wil zeggen dat een bord geplaatst wordt onder een verderop in die bijlage genoemd bord.
10. Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt.
Indien plaatsing rechts van de weg niet mogelijk is, kunnen zij boven de rijbaan worden aangebracht.
Ter hoogte van rechts geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan worden geplaatst indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien het bord tevens voor de linkerzijde geldt.
11. Bij gebruik op twee- of meerstrooks gedeelten van autosnelwegen en dubbelbaans autowegen worden de borden A1 en A4, C22, F 1 tot en met 4, J (alle), L5, L7 en L11 geplaatst aan beide zijden van de rijbaan waarop zij betrekking hebben.
12. De hoogte van de onderkant van het bord ten opzichte van het wegdek bedraagt minimaal:
A. binnen de bebouwde kom: 2,20 m; de hoogte mag minder zijn indien het bord is geplaatst op een verkeerseiland of buiten een pad of trottoir, doch bedraagt dan tenminste 1,20 m.
B. buiten de bebouwde kom: 1,20 m.
12a. De hoogte van de onderkant van bord D2 of D3 ten opzichte van het wegdek, bedraagt minimaal 0,90 meter indien het bord is geplaatst op een gele verkeerszuil.
13. Bij plaatsing van borden boven de rijbaan bedraagt de vrije doorrijhoogte ten minste 4,50 m en boven fiets- en voetpaden ten minste 2,50 m.
Bij tunnels, viaducten en dergelijke kan hiervan worden afgeweken.
14. Een bord staat tenminste buiten het profiel van vrije ruimte van de rijbaan. De afstand tussen de rand van het bord en de kant van de rijbaan dan wel de kant van de verharding bedraagt bij voorkeur tenminste 0,60 m en ten hoogste 3,60 m. Op wegen buiten de kom, zonder parkeer- of vluchtstrook, bedraagt de minimumafstand 1,80 m.