Orange lampjes in de koplampen.

In dit forum staan de afgesloten onderwerpen uit Stel uw vraag als Gast.

Moderator: Moderatorteam

Gesloten
Gebruikersavatar
Johannis. TS
Infopolitie Gast

Orange lampjes in de koplampen.

Ongelezen bericht door Johannis. »

Beste mensen van het forum.

Ik zag vandaag een auto rijden met 2 kleine (orange) lampjes in zijn koplamp. Puur voor de show, want het was volgens mij verder niet ter verlichting.
Is dit eigenlijk wel toegestaan. Bijvoorbeeld Neonverlichting mag ook niet, dus dat misschien ook niet?
Gebruikersavatar
DiNozzo
OnTroerend goed
Agent
Berichten: 3748
Lid sinds: 27 jun 2005, 17:05
Geslacht:
Leeftijd: 38
Contact:

Ongelezen bericht door DiNozzo »

Zat het echt in de koplampen of waren het misschien de knipperlichten (al dan niet in de koplampset geïntergreerd).

Hoe dan ook, het mag allebei niet!

Wetstekst

Artikel 3.2.40

1. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 31 december 1994 moeten zijn voorzien van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen die voldoen aan en zijn geïnstalleerd overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262).

2. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen van personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1995.

Artikel 3.2.41

Personenauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van:

1. grote lichten en dimlichten, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/761/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

2. stadslichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

3. richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/759/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

4. zijrichtingaanwijzers die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/759/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

5. achterlichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

6. remlichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262), met dien verstande dat een derde remlicht slechts verplicht is indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 september 2000.

7. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/760/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

8. niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/757/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

9. een of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 77/538/EEG (PbEG 29 augustus 1977, L 220);

10. een of twee achteruitrijlichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 77/539/EEG (PbEG 29 augustus 1977, L 220);

11. markeringslichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) indien het voertuig breder is dan 2,10 m;

12. zijmarkeringslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262), indien het voertuig langer is dan 6,00 m;

13. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/757/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262), indien het voertuig langer is dan 6,00 m.

Artikel 3.2.46


1. Personenauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, mogen zijn voorzien van:

1. mistlichten aan de voorzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/762/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

2. parkeerlichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 77/540/EEG (PbEG 29 augustus 1977, L 220), indien het voertuig niet langer is dan 6,00 m en niet breder dan 2,00 m;

3. zijmarkeringslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262), indien het voertuig niet langer is dan 6,00 m;

4. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/757/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262), indien het voertuig niet langer is dan 6,00 m;

5. witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/757/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262);

6. markeringslichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262) en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262), indien het voertuig breder is dan 1,80 m, doch niet breder dan 2,10 m;

7. een derde remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262), indien het voertuig in gebruik is genomen voor 1 oktober 2000.

8. dagrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG (PbEG 27 september 1976, L 262).

2. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1996 mogen bovendien zijn voorzien van:

1. een richtlicht;

2. een bermlicht aan de voorzijde van het voertuig;

3. werklichten.

3. Personenauto’s mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig, mits deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen.

Artikel 3.2.48



1. Het richtlicht en het bermlicht van personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1996 mogen naar voren niet anders dan wit of geel licht stralen.
2. Het derde remlicht mag niet anders dan rood stralen.

Artikel 3.2.50

Personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1996 mogen, met uitzondering van grote lichten, niet zijn voorzien van verblindende verlichting.

Artikel 3.2.51

Personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1996 mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 3.2.41 en 3.2.46 dan wel krachtens artikel 3.2.40, tweede lid, is voorgeschreven of toegestaan.
Er mag geen permanent brandende verlichting worden gevoerd voorop het voertuig. Ook het welbekende eeuwigbrandende knipperlicht dat in de VS vaak te zien is is hier verboden.
Gebruikersavatar
johannis TS
Infopolitie Gast

Ongelezen bericht door johannis »

Ik weet niet of ze in de kopkampen zaten, of aan de zijkant.
Maar goed, het mag dus niet, dan zal hij wel een bekeuring krijgen voor onnodige verlichting ofzo?
en trouwens als hij daar nou een bekeuring voor krijgt, moet hij ze er dan direct uit halen?
Gebruikersavatar
rai
In Memoriam
KMAR
Berichten: 7402
Lid sinds: 06 jul 2004, 21:54
Locatie: Regio Rotterdam Rijnmond
Geslacht:
Contact:

Ongelezen bericht door rai »

Opmerking van moderator rai

Johannis, alias politiemedewerker2005, verzoek is om in het vervolg gewoon in te loggen op het moment dat je een vraag stelt.
Bij deze is het topic gesloten daar er het vermoeden is dat deze vraag beantwoord moet worden in het kader van de PO2002 opleiding.

Opmerking van moderator MotoRon

Betrapt :oops:
Gesloten