De politie geeft in haar voornoemde brief aan dat er geen sprake zou zijn van een strafbaar feit. Dit is onjuist. De Hoge Raad heeft al in 2005 het volgende bepaald (ECLI:NL:HR
“Voorzover in de middelen het standpunt wordt ingenomen dat de verdachte het kind niet aan het gezag en het opzicht van de moeder kan onttrekken in de zin van art. 279 Sr, omdat ook de verdachte het gezag over het kind had, wordt miskend dat degene die (mede) het gezag over een minderjarig kind uitoefent, dit kind desondanks aan het gezag en/of het opzicht van een ander kan onttrekken bijvoorbeeld door zich niet te houden aan een bij rechterlijke beslissing vastgestelde (voorlopige) omgangsregeling. 's Hofs onder 3.3 weergegeven oordeel getuigt derhalve niet van een onjuiste rechtsopvatting.”
Dertien jaar na de uitspraak van de Hoge Raad was het nodig dat het Ministerie ingreep omdat bij diverse politiekorpsen in het land nog richtlijnen van kracht waren waarin werd aangegeven dat er geen sprake zou zijn van een strafbaar feit wanneer de ene gezaghebbende ouder een kind weghield bij de andere gezaghebbende ouder. Ik verwijs u naar de brief van de minister aan de kamer d.d. 19 oktober 2018 (Vragen van de leden Bergkamp en Den Boer (beiden D66) aan de ministers van Justitie en Veiligheid en voor Rechtsbescherming over een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling (ingezonden 29 augustus 2018; 2018Z14960).