Feitcode D537 "..toegang op blijkbare wijze was verbode

In dit forum staan de afgesloten onderwerpen uit Stel uw vraag als Gast.

Moderator: Moderatorteam

Gesloten
Gebruikersavatar
feenj00
Infopolitie Gast

Feitcode D537 "..toegang op blijkbare wijze was verbode

Bericht door feenj00 » 29 apr 2005, 15:11

op internet heb ik gezocht naar een verdere uitleg van artikel 461 WvS, en dan met name over het begrip op blijkbare wijze.
Mijn vraag is dan ook, wat wordt met blijkbare wijze bedoeld, ik begrijp dat als er een bordje hangt met daarop "verboden toegang art. 461 WvS" en je loopt toch door dat je dan in overtreding bent. Maar zijn er nog andere kenmerken dan dit soort bordjes

Gebruikersavatar
thijeleo
Beheerder
Beheerder
Berichten: 7333
Lid geworden op: 21 mei 2003, 12:00
Agent
Roepnaam: Leo
Twitter: thijeleo
Facebook: leotenthije
Linkedin: thijeleo
Locatie: Zelhem
Geslacht:
Leeftijd: 62
Contacteer:

Bericht door thijeleo » 29 apr 2005, 16:13

Als ik als eigenaar tegen u vertel: "U mag niet op dit terrein komen", dan is dat op een blijkbare wijze gebeurd.
LJB ten Thije-Boonkkamp
Forummaster

Gebruikersavatar
feenj00
Infopolitie Gast

Bericht door feenj00 » 29 apr 2005, 16:29

maar leidt dit dan direct tot een boete, concreet: heb gevoetbald op het terrein van ons zwembad. Er hangen geen bordjes aan het hek met daarop verboden toegang artikel 461 of wat voor bordje dan ook. Dient er formeel een dergelijk bordje te hangen of is elk hek om een terrein per definitie op blijkbare wijze.

Gebruikersavatar
thijeleo
Beheerder
Beheerder
Berichten: 7333
Lid geworden op: 21 mei 2003, 12:00
Agent
Roepnaam: Leo
Twitter: thijeleo
Facebook: leotenthije
Linkedin: thijeleo
Locatie: Zelhem
Geslacht:
Leeftijd: 62
Contacteer:

Bericht door thijeleo » 29 apr 2005, 16:45

Als je jouw tuin met zo'n hek hebt afgezet, wat is bij jou dan de bedoeling van dat hek? Voorkomen dat anderen binnen jouw terrein komen. De zwembadbeheerder heeft kennelijk hetzelfde doel gehad. Is men strafbaar als men het hek over klimt om te gaan voetballen. Ik dacht het wel ja, het hek staat er immers niet voor niets.
LJB ten Thije-Boonkkamp
Forummaster

Gebruikersavatar
ThunderSTreak
Moderator
Moderator
Berichten: 5597
Lid geworden op: 18 jul 2004, 16:06
Adviseur Veiligheid
Vademecum
Locatie: Ulvenhout
Geslacht:
Leeftijd: 61
Contacteer:

Bericht door ThunderSTreak » 29 apr 2005, 19:54

Blijkbare wijze afsluiten kan dus zonder bordje. Een afgeloten hekof poort is al voldoende.
Met vriendelijke groet,

ThunderSTreak
Afbeeldingdrive safe4safetyAfbeelding

Gebruikersavatar
Beamer
Infopolitie Gast

Bericht door Beamer » 29 apr 2005, 20:39

Inderdaad: een bordje met het bekende opschrift is wel zo makkelijk, maar hoeft niet, een afgesloten hek is ook voldoende.

De bespreking van Stapel & De Koning hierover:
"De toegang moet verboden zijn op een voor de dader blijkbare wijze. Dit verbod kan op verschillende manieren tot uitdrukking komen: er kan een bordje met het opschrift ‘Verboden toegang’ geplaatst zijn; de rechthebbende kan tegen de dader uitdrukkelijk hebben gezegd, dat hij niet wilde dat deze het terrein betrad; het kan ook blijken uit de wijze van afsluiting.
Niet elke afsluiting heeft evenwel de betekenis van een verbod van toegang. Is een weiland gesloten met een hek dat men kan openen door eraan te trekken of ertegen de duwen, dan mag dit niet als een toegangsverbod aangemerkt worden.

H.R. 16 mei 1887, W. 5437: een afsluiting, zoals bij de meeste weilanden plaats heeft, met het doel om daardoor het vee in de wei te houden, is geen blijkbaar verbod van toegang.

Wel een blijkbaar verbod van toegang achtte de Hoge Raad aanwezig toen een weiland niet alleen met sloten omgeven en van een hek was voorzien, maar dat hek tevens met een ketting en een slot was gesloten (H.R. 18 februari 1889, W. 5683).

Het verbod moet voor de dader blijkbaar zijn, d.w.z. hij moet het verbod hebben kunnen waarnemen. Voor iemand die blind is kan een bordje met ‘Verboden toegang’ geen blijkbaar verbod zijn. Misschien ook niet voor iemand die niet kan lezen of de Nederlandse taal niet beheerst, doch deze zal soms nog gewaarschuwd kunnen zijn door het uiterlijk en de plaats van het bord. In ieder geval is het gewenst de verdachte ernaar te vragen of hij het verbod waargenomen heeft.

Wanneer een bos of duinterrein langs een openbare weg ligt en niet afgerasterd is, ziet men soms met grote afstanden bordjes met het opschrift ‘Verboden toegang’. Hij die langs die weg gekomen is en tussen twee van die bordjes het terrein betreedt, zal niet kunnen beweren dat dáár de toegang niet verboden was. Anders is het wanneer hij de weg dwars overgestoken is op een plaats waar toevallig geen bordje stond.

Een bord met ‘Verboden toegang’ verbiedt aan allen zich op de grond te bevinden. De rechthebbende kan zijn verbod echter ook tot bepaalde categorieën van personen of tot een bepaalde wijze van gebruik beperken. Staat er ‘Verboden rijweg’, dan mag de weg niet bereden worden, maar zijn voetgangers wel toegelaten. Zo ziet men ook wel ‘Verboden toegang voor wielrijders’ of ‘Verboden toegang voor bromfietsers’. Ook een verbod om buiten de aangegeven route te trimmen (hardlopen) is een rechtsgeldig verbod (H.R. 11 oktober 1983, N.J. 1984, 191). Merkwaardig is in het laatste geval dat eigenlijk niet het naar binnen gaan op zichzelf verboden is, doch het op bepaalde wijze gebruik maken van de grond, wanneer bij de ingang het verbod van toegang staat.

Het komt wel voor dat rechthebbenden wegen op hun terrein geheel of gedeeltelijk voor het verkeer openstellen, doch beperkingen willen stellen aan het gedrag van dat verkeer. Ze willen b.v. niet dat bestuurders van motorrijtuigen een bepaalde snelheid overschrijden. De gemeente Amsterdam plaatste in zulk een geval bij de toegang tot de Nieuwe Meerland in het Amsterdamse Bos een bord met het opschrift: ‘Het is verboden in het bos te rijden met motorrijtuigen (artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht). Dit verbod is niet van toepassing op bestuurders van personenauto’s, motorrijwielen en bromfietsen die met geen grotere snelheid dan 40 kilometer per uur rijden’. De Hoge Raad achtte een dergelijk verbod niet rechtsgeldig en was van oordeel, dat beperkingen betreffende het gebruik van voor het openbaar verkeer openstaande wegen, voorzover betreft het vaststellen van een maximumsnelheid voor motorrijtuigen, alleen kunnen worden getroffen met inachtneming van de Wegenverkeerswet en de ter uitvoering daarvan vastgestelde regelen. De verdachte bevond zich dus niet in het bos ‘zonder daartoe gerechtigd te zijn’ (H.R. 6 november 1962, N.J. 1963, 57, V.R. 1963, 49; 7 mei 1963, N.J. 1964, 158, V.R. 1963, 51, Amsterdamse Bos-arresten).

Soms heeft een terrein verschillende toegangen en is slechts het betreden van het terrein door één van die toegangen verboden. Een park heeft b.v. drie toegangen, waarvan er één slechts voor personeel van de rechthebbende bestemd is. Bij die toegang staat ‘Verboden toegang’. Nu mag het publiek alleen de beide andere toegangen gebruiken. Treft men iemand in het park nabij de eerste toegang aan, dan is hij daardoor alleen nog niet strafbaar. Bewezen moet worden dat hij door de verboden toegang is gekomen. Op dat ogenblik betrad hij een klein stukje verboden grond.

Om een stuk heide stonden borden met het opschrift ‘Verboden hier vee te laten lopen’. Iemand mocht er evenwel krachtens overeenkomst 50 schapen weiden. Hij liet er echter 58 weiden. Er volgende veroordeling wegens overtreding van art. 461, omdat hij voor de acht schapen die er teveel waren, in overtreding was (H.R. 24 januari 1898, W. 7077).

Het verbod moet van de rechthebbende uitgaan, dus van de rechtmatige gebruiker, onverschillig of deze tevens de eigenaar is. Bij het opmaken van een proces-verbaal ter zake van overtreding van art. 461 dient men daarom een verklaring van die rechthebbende op te nemen, waarin deze mededeelt dat de borden met ‘Verboden toegang’ door hem of op zijn last zijn geplaatst en dat hij de verdachte geen toestemming heeft gegeven om op het terrein te komen, dan wel dat hij de verdachte mondeling of schriftelijk heeft verboden op het terrein te komen e.d.

De verdachte moet zich op eens anders grond bevinden of daar vee laten lopen ‘zonder daartoe gerechtigd te zijn’. Gerechtigd is degene aan wie door of vanwege de rechthebbende toestemming is verleend of die uit anderen hoofde (b.v. op grond van een erfdienstbaarheid of een overeenkomst) het recht heeft aldus te handelen. De toestemming kan door de rechthebbende uitdrukkelijk of stilzwijgend worden gegeven.
HR 22 juni 1982, DD 82.391: Gerechtigd in de zin van art. 461 is hij die op grond van een verklaring of gedraging van de rechthebbende in redelijkheid mag aannemen dat deze hem tot het zich ter plaatse als in het artikel vermeld bevinden toestemming heeft gegeven. Zodanige verklaring of gedraging behoeft niet noodzakelijkerwijs te bestaan in het uitdrukkelijk geven van toestemming.
Het niet gerechtigd zijn kan o.a. komen vast te staan door de verklaring van de verdachte dat hij geen recht of toestemming had, gevoegd bij de verklaring van de grondgebruiker. Beroept de verdachte er zich op dat hij zich bevond op een openbare weg of op een buurweg, waarvan hij gebruik mocht maken, of dat hij het recht van overpad of uitweg had over de grond, dan moet dit onderzocht worden.

Het onbevoegd langs of op een spoorweg lopen of rijden of daar paarden, vee of andere dieren drijven of laten lopen is verboden in de artt. 43 en 44 Spoorwegwet.
Zie voor het ongerechtigd betreden van ‘verboden plaatsen’ de artt. 98c, lid 1, onder 3°, en 429quinquies."

Gesloten

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Google [Bot], Tbot en 13 gasten