Welke Wijzigingen (snor-)scooter zijn toegestaan?

In dit forum staan vragen die ontzettend vaak worden gesteld met een duidelijk en helder antwoord.

Moderator: Moderatorteam

Forumregels
In dit forum plaatsen we vragen die (te) vaak worden gesteld. Er kan hier NIET worden gereageerd. Mocht u vragen hebben die niet hier beantwoord worden dan kunt u ze stellen in "Stel uw vraag als Gast"
Gesloten
Gebruikersavatar
Frans
Beheerder
Beheerder
Berichten: 12477
Lid geworden op: 21 mei 2003 12:00
Agent
Geslacht:
Leeftijd: 50
Contacteer:

Welke Wijzigingen (snor-)scooter zijn toegestaan?

Bericht door Frans » 15 nov 2009 16:53

We krijgen heel erg veel vragen over wijzigingen aan (snor)scooters/bromfietsen (die ik hierna gewoon in zijn algemeen scooter zal noemen).

Om meteen een heel simpel antwoord te geven op de vraag in het onderwerp: NIETS. Je mag NIETS wijzigen aan een scooter. Niet aan de verlichting, niet aan de vering, de kappen moeten erop zitten, er mogen geen uitstekende onderdelen aan zitten, je kentekenplaat moet aan de achterkant op het spatbord zitten, loodrecht (verticaal dus) op de weg etc.etc. Een scooter moet op het moment dat je erop rijdt dus identiek zijn aan een examplaar uit de winkel.

Dat gezegd hebbende weten wij ook dat heel erg veel websites creatieve zaken verzinnen en dat de wereld in strooien als zijnde de waarheid. We krijgen vragen of je blauwe led-verlichting in je koplamp mag inbouwen en als het antwoord nee is dan komt meteen de vraag, maar mag ik hem wel inbouwen dan zonder aan te hebben? Antwoord is ook nee. Mag ik hem dan in/op/aan/onder mijn scooter schroeven zonder aan te sluiten? Ja dat mag (al is het daar niet iederen over eens. Een lamp die niet is aangesloten is mijn inziens nog steeds een lamp en is ook nog steeds verlichting. Weliswaar verlichting die het niet doet maar dat is even een andere discussie, vandaar ook mijn antwoord dat dat wel mag)

Hoe kom ik nu op deze kort-door-de-bocht opmerkingen? Heel simpel.

De basis:

Elk voertuig in Nederland welke voor gebruik op de openbare weg wordt toegelaten, wordt gekeurd. Dat gebeurt middels een typegoedkeuring. Simpel gezegd: stel dat Yamaha morgen een nieuwe scooter op de markt wil brengen, type City123, dan wordt 1 scooter van het merk en type Yamaha City 123 gekeurd door de Rijkdienst voor Wegverkeer(RDW). Die keuren dus een standaard scooter.

Vervolgens kijkt de RDW of de scooter voldoet aan alle eisen zoals bij de wet gesteld en keurt vervolgens deze scooter op type goed. Met andere woorden, alle scooters van het type Yamaha City123 mogen vanaf dat moment op de openbare weg rijden.

Waar staat nu exact in de wet beschreven waaraan deze scooter aan voldoet?
In de Regeling Voertuigen.

De Regeling Voertuigen heeft, voor elk type voertuig, een apart onderdeel waarin exact de permanente eisen staan vermeld. Ik zal me in dit geval beperken tot hoofdstuk 5 - Permanente Eisen - Afdeling 6 (artikelen 5.6.0. - 5.6.95).

LET OP: alle eisen met betrekking tot bromfietsen (dus ook scooters) staan hieronder vermeld. De artikelen waar nagenoeg nooit vragen over zijn zet ik in een spoiler (ingeklapt dus) om het geheel overzichtelijk te houden. Wil je die tekst ook zien, druk dan op het bijbehorende knopje: spoiler.

Het eerste artikel (en daarmee onderbouw ik dus meteen mijn kort-door-de-bocht antwoord hierboven):

Artikel 5.6.0
Wettekst
Een bromfiets moet voldoen aan de in deze afdeling opgenomen eisen en wordt beoordeeld volgens de bijbehorende wijze van keuren, waarbij in voorkomend geval bijlage VIII van toepassing is.
Voor degenen die willen weten wat bijlage VIII inhoudt: het zijn de aanvullende permanente en gebruikerseisen voor alle voertuigen./ Hoe wordt de CO2 gemeten bij een auto, welke onderdelen mogen hoeveel geroest zijn voor ze goed/afgekeurd worden etc.etc. Voor de volledige inhoud van deze bijlage (let op, is VEEL!) zie deze link: http://wetten.overheid.nl/BWBR0025798/B ... 15-11-2009
Spoiler:
Artikel 5.6.1
Wettekst
  1. De bromfiets moet in overeenstemming zijn met de op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs en in het kentekenregister omtrent het voertuig vermelde gegevens.
    Leden 1 tot en met 3: visuele controle.
  2. Het voertuigidentificatienummer is op een vast voertuigdeel ingeslagen en is goed leesbaar.
  3. De kentekenplaat is voorzien van het in artikel 5 van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerk en moet deugdelijk aan de achterzijde van het voertuig zijn bevestigd.
  4. Het kenteken is goed leesbaar en de kentekenplaat is niet afgeschermd.
    Visuele controle, waarbij de letters en cijfers volledig zichtbaar zijn indien de waarnemer op een afstand van 20,00 m achter het midden van het bromfiets staat.
  5. Het eerste, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 6 km/h en motorvoertuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd.
Artikel 5.6.3
Wettekst
  1. De langs- en dwarsliggers en chassisversterkingsdelen van het chassisraam, dan wel de daarvoor in de plaats tredende delen van de mee- of zelfdragende carrosserie van bromfietsen mogen:
    – Onderdeel a: visuele controle.
    – Onderdeel b: visuele controle. Bij twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
    1. geen breuken of scheuren vertonen, en
    2. niet zodanig zijn bevestigd, vervormd of door corrosie aangetast, dat de stijfheid en de sterkte van het chassisraam of van de mee- of zelfdragende carrosserie in gevaar worden gebracht dan wel dat het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed. Indien sprake is van corrosie is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing.
  2. Indien de bromfiets is opgebouwd uit een frame met voor- of achtervork mogen deze onderdelen:
    1. geen breuken of scheuren vertonen;
    2. niet zijn doorgeroest, en
    3. niet zodanig zijn vervormd dat de stijfheid en de sterkte ervan in gevaar worden gebracht.
  3. De onderdelen die deel uitmaken van het frame of van de zelfdragende constructie moeten deugdelijk zijn bevestigd.
Lid 2 en 3: visuele controle.
Artikel 5.6.4
Wettekst
  1. Een aan een bromfiets gekoppelde zijspanwagen moet deugdelijk aan het frame of aan de zelfdragende constructie van de bromfiets zijn bevestigd.
  2. De bovenbouw van bromfietsen moet deugdelijk op het onderstel dan wel het frame zijn bevestigd.
    Lid 1 en 2: visuele controle.

Artikel 5.6.6
Wettekst
  1. Bromfietsen mogen:
    1. niet langer zijn dan 4.00 m;
    2. niet breder zijn dan 1.00 m, en
    3. niet hoger zijn dan 2.50 m.
  2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, mogen bromfietsen op meer dan twee wielen niet breder zijn dan 2,00 m.
    Lid 1 en 2: in geval van twijfel wordt de motorfiets gemeten, waarbij artikel 5.1a.1 van toepassing is.
Artikel 5.6.8
Wettekst
  1. Bromfietsen moeten bij voortduring blijven voldoen aan de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 128 en 129, van toepassing.
  2. Bromfietsen mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de in het eerste lid vermelde maximumconstructiesnelheid te bemoeilijken of te beïnvloeden.
    Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld. Eventueel wordt de meting opnieuw uitgevoerd.
Spoiler:
Artikel 5.6.9
Wettekst
  1. Alle onderdelen van de brandstofsystemen dan wel van de elektrische aandrijving van bromfietsen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd.
    Visuele controle van alle aanwezige brandstofsystemen.
  2. De brandstofsystemen mogen geen lekkage vertonen.
    Visuele controle. Een installatie voor een al dan niet tot vloeistof verdicht gas wordt gecontroleerd met behulp van een middel dat lekkage zichtbaar maakt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld.
  3. De vulopening van een brandstofreservoir moet zijn afgesloten met een passende tankdop.
    Visuele controle.

Artikel 5.6.10
Wettekst
  1. Indien de bromfiets is voorzien van een LPG-installatie, moet deze, onverminderd het bepaalde in artikel 5.6.9, voldoen aan de in de volgende leden gestelde eisen.
  2. De LPG-tank:
    1. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig;
    2. mag niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak, en
    3. mag geen deuken vertonen.
    Leden 2 tot en met 8: visuele controle.
  3. De LPG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.
  4. De LPG-tank moet zijn voorzien van een deugdelijke gasdichte kast die in de buitenlucht moet uitmonden indien het voertuig in gebruik is genomen na 31maart 1979, tenzij de tank in de open lucht is geplaatst.
  5. Op de LPG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die, welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig.
  6. Indien het voertuig na 30september 1978 in gebruik is genomen, mag het vullen van de tank alleen buiten het voertuig kunnen geschieden. De vulaansluiting moet zijn voorzien van een stofkap, tenzij deze is beschermd tegen vuil en water.
  7. De leidingen mogen geen knikken vertonen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.
  8. De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen.

Artikel 5.6.10a
Wettekst
  1. Indien de bromfiets is voorzien van een CNG-installatie, moet deze, onverminderd artikel 5.6.9, voldoen aan de in de in het tweede tot en met achtste lid gestelde eisen.
  2. De CNG-tank:
    1. moet permanent zijn aangebracht aan het voertuig, en
    2. mag geen deuken vertonen.
    Leden 2 tot en met 5: visuele controle.
  3. De CNG-tank mag niet in de motorruimte zijn geplaatst.
  4. Indien de CNG-tank in gebruik is genomen na 19juli 2002, mag de geldigheid van de goedkeuring niet verstreken zijn. CNG-tanks die voor 20juli 2002 in gebruik zijn genomen en waarvan de gegevens omtrent de geldigheid van de goedkeuring niet beschikbaar zijn, mogen niet ouder zijn dan 10 jaar, dan wel mag het voertuig niet ouder zijn dan 10 jaar.
  5. Op de CNG-installatie mogen geen andere verbruikers zijn aangesloten dan die, welke strikt noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de motor van het voertuig, met uitzondering van een verwarmingsinstallatie ten behoeve van de personenruimte of laadruimte.
  6. Indien het voertuig in gebruik genomen is na 1juli 1995, moet het voertuig zijn voorzien van een goed werkende automatische tankafsluiter.
    Visuele controle. De motor starten en controleren of de spoel wordt bekrachtigd. Vervolgens de motor af laten slaan, waarna de bekrachtiging moet wegvallen.
    Indien een controle op deze wijze niet mogelijk is, wordt de motor gestart en nadat is overgeschakeld op CNG wordt gecontroleerd of de spoel is bekrachtigd. Daarna wordt door het contact uit te schakelen gecontroleerd of de bekrachtiging is weggevallen.
  7. De onderdelen van de CNG-installatie moeten vrij zijn van ernstige beschadigingen en mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak.
    Leden 7 tot en met 9: visuele controle.
  8. De leidingen en gasvoerende slangen mogen geen knikken vertonen.
  9. De gasvoerende slangen mogen geen beschadiging vertonen waarbij het wapeningsmateriaal zichtbaar is.
Artikel 5.6.11
Wettekst
  1. Bromfietsen met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte gasdicht is, met uitzondering van de afwateringsgaatjes.

    Visuele en auditieve controle.
  2. Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd.
    Visuele controle.
  3. Bromfietsen moeten blijven behoren tot een goedgekeurd type als bedoeld in artikel 2 van het Besluit typekeuring bromfietsen luchtverontreiniging (<em class="cur">Stb.</em> 1984, 525).
  4. Bromfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan de waarde die voor het voertuig is vermeld op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, vermeerderd met 2 dB(A). Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 36, 37 en 38, van toepassing.
  5. Bromfietsen waarvoor geen waarde als bedoeld in het derde lid is vermeld, mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan 97 dB(A) voor bromfietsen die blijkens de gegevens in het kentekenregister of op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs zijn geconstrueerd voor een maximumsnelheid van meer dan 25 km/h en niet meer dan 90 dB(A) voor andere bromfietsen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 36, 37 en 38, van toepassing.
Artikel 5.6.12
Wettekst
  1. De accu van bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd.
    [/i]Lid 1 en 2: visuele controle.[/i]
  2. De elektrische bedrading van bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd.
Artikel 5.6.13
Wettekst
  1. De motor van bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd.
  2. De motorsteunen mogen niet in ernstige mate zijn beschadigd, de rubbers mogen niet zijn doorgescheurd en de vulcanisatie mag niet geheel zijn losgeraakt.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
Artikel 5.6.15
Wettekst
Bromfietsen, die na 31december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is.
Visuele controle.
Spoiler:
Artikel 5.6.16
Wettekst
  1. De voor de transmissie noodzakelijke onderdelen van bromfietsen moeten deugdelijk zijn bevestigd.
    Visuele controle. Een volledig doorgescheurde flexibele koppeling is toegestaan mits de aandrijfas op zijn plaats blijft.
  2. Stofhoezen van aandrijfassen moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de hoezen niet meer afdichten.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.18
Wettekst
  1. De assen van bromfietsen moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd en mogen geen breuken of scheuren vertonen.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. De assen mogen niet zodanig zijn vervormd dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht.
  3. De assen mogen niet zodanig zijn bevestigd, beschadigd of vervormd dat het weggedrag nadelig wordt beïnvloed.
    Visuele controle. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
  4. De assen mogen niet zodanig door corrosie zijn aangetast, dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht. Hieraan wordt voor wat betreft wielgeleidingselementen voldaan indien deze niet zijn doorgeroest. Indien een wielgeleidingselement is doorgeroest mag deze niet zijn gerepareerd.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.19
Wettekst
  1. De fuseepennen, -lageringen, -bussen en -kogels van bromfietsen moeten deugdelijk zijn bevestigd.

    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. Stofhoezen van fuseekogels moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de hoezen niet meer afdichten.
  3. De fuseepennen, -lageringen, -bussen en -kogels alsmede de overige draaipunten van een volledig onafhankelijke wielophanging mogen niet te veel speling vertonen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 46, 47 en 48, van toepassing.
    Visuele controle. De speling wordt op de juiste wijze zichtbaar gemaakt. In geval van twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt meetmiddel.
  4. Indien een gedeelte van de binnenkant van het fuseekogelhuis en van de fuseekogel zichtbaar is doordat de hoes is beschadigd of ontbreekt, mag dit gedeelte geen corrosie vertonen.
    Indien de hoes is beschadigd of ontbreekt, vindt visuele controle plaats.
Artikel 5.6.20
Wettekst
  1. De wiellagers van bromfietsen mogen niet teveel speling vertonen. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikel 49, van toepassing.
    Visuele controle. De speling wordt op de juiste wijze zichtbaar gemaakt. In geval van twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt meetmiddel.
  2. Verschijnselen van slijtage of beschadiging van wiellagers mogen niet hoorbaar of voelbaar zijn.
    Visuele en auditieve controle waarbij het wiel, al dan niet met behulp van apparatuur, wordt rondgedraaid. Zo nodig wordt een rijproef uitgevoerd.
Artikel 5.6.24
Wettekst
  1. De wielen, alsmede de onderdelen daarvan, van bromfietsen mogen geen breuken, scheuren ernstige corrosie of ernstige vervorming vertonen. Onderdelen mogen niet loszitten of ontbreken.
    Lid 1 en 2: visuele controle, terwijl het wiel vrij kan ronddraaien.
  2. De wielen onderscheidenlijk velgen moeten met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd.
Artikel 5.6.27
Wettekst
  1. De wielen van bromfietsen moeten zijn voorzien van luchtbanden.
    Visuele controle.
  2. De banden mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is.
    Leden 2 tot en met 5: visuele controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid.
  3. De banden mogen geen uitstulpingen vertonen.
  4. Over de gehele omtrek en breedte van het loopvlak van de banden moet profilering aanwezig zijn.
  5. Het loopvlak van de banden mag geen metalen elementen bevatten die tijdens het rijden daarbuiten kunnen uitsteken.
  6. De op de band aangegeven draairichting moet overeenkomen met de draairichting van de band in voorwaartse rijrichting van de bromfiets.

    Lid 6 en 7: visuele controle.
  7. De banden op één as moeten dezelfde maataanduiding hebben.
  8. De banden mogen niet zijn nageprofileerd. Van naprofileren is sprake indien slijtage-indicatoren zijn weggesneden, indien de profielvorm van de groef afwijkt van de originele profielvorm of indien in de bodem van de groef het karkas van de band zichtbaar is.
    Visuele controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid.
Artikel 5.6.28
Wettekst
  1. Indien de bromfiets is voorzien van een veersysteem, moet dit goed werken.
    Visuele controle, waarbij de bromfiets enkele malen wordt ingeveerd. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
  2. De onderdelen van het veersysteem mogen geen breuken of scheuren vertonen, mogen niet ernstig door corrosie zijn aangetast en moeten deugdelijk zijn bevestigd. Hieraan wordt voor wat betreft veerschotels voldaan indien deze niet zijn doorgeroest. Indien een veerschotel is doorgeroest mag deze niet zijn gerepareerd.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.29
Wettekst
  1. Van bromfietsen met twee wielen:
    1. moeten de voor de overbrenging van de stuurkrachten noodzakelijke onderdelen deugdelijk zijn bevestigd;
    2. moet de voorvork zonder zware punten in het balhoofd kunnen draaien, en
    3. mag de balhoofdlagering geen zichtbare speling vertonen.

    - Onderdeel a: visuele controle.
    - Onderdeel b: visuele controle, waarbij het voorwiel naar de uiterste linker- en rechterstuurstand wordt bewogen, terwijl de massa van de bromfiets op de grond rust.
    - Onderdeel c: visuele controle, waarbij de bromfiets voorwaarts wordt bewogen en de voorwielrem in werking wordt gesteld, dan wel het voorwiel wordt ontlast en de voorvork wordt bewogen.
  2. Van bromfietsen op drie of vier wielen:
    1. moeten de bestuurde wielen goed reageren op de draaiing van het stuurwiel;
    2. mogen bij draaiing van het stuurwiel tot aan de aanslagen geen weerstanden voelbaar zijn en moeten de wielen onderscheidenlijk de banden vrij kunnen draaien;
    3. moeten de voor de overbrenging van de stuurbeweging bestemde onderdelen deugdelijk zijn bevestigd met alle daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen, mogen geen breuken of scheuren vertonen, mogen niet zijn vervormd en mogen niet ernstig door corrosie zijn aangetast;

      - Onderdeel a: visuele controle, waarbij met de wielen in de stand van rechtuitrijden, het stuurwiel naar links en naar rechts wordt gedraaid met een hoekverdraaiing van ten hoogste 15°, zo nodig met draaiende motor. De bestuurde wielen moeten hierbij van stand veranderen.
      - Onderdeel b: visuele controle, waarbij de stuurbekrachtiging buiten werking is gesteld. De bestuurde wielen worden naar de uiterste linker- en rechterstuurstand bewogen waarbij de bestuurde wielen gedeeltelijk mogen worden ontlast.
      - Onderdeel c: visuele controle. Terwijl de massa van de bromfiets op de wielen rust, wordt het stuurwiel met krachtige korte bewegingen naar links en naar rechts gedraaid.
    4. moeten stofhoezen van het stuurhuis en de stuurkogels deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de hoezen niet meer afdichten;

      - Onderdeel d: visuele controle.
      - Onderdeel e: visuele controle. Hierbij wordt het stuurwiel langzaam naar links en naar rechts gedraaid en axiaal bewogen.
    5. moeten koppelingen een zichtbaar spelingvrije overbrenging kunnen bewerkstelligen;

      - Onderdeel f: visuele controle.
      - Onderdeel g: visuele controle. Voor het zichtbaar maken van:
    6. mogen flexibele koppelingen niet in ernstige mate zijn gescheurd en de vulcanisatie mag niet in ernstige mate zijn losgeraakt;
    7. mogen de verbindingen in het stangenstelsel niet te veel speling vertonen, waarbij het bepaalde in bijlage VIII, artikel 52, van toepassing is; en

      1° radiale speling wordt het stuurwiel met krachtige, korte bewegingen naar links en naar rechts gedraaid terwijl de massa van de bromfiets op de wielen rust
      2° axiale speling worden op de stuurkogel of stuurverbinding trek- en drukkrachten uitgeoefend.
    8. mag, indien een gedeelte van de binnenkant van het stuurkogelhuis en van de stuurkogel zichtbaar is doordat de hoes is beschadigd of ontbreekt, dit gedeelte geen corrosie vertonen.

      - Onderdeel h: visuele controle indien de hoes is beschadigd of ontbreekt, vindt visuele controle plaats.
Artikel 5.6.31
Wettekst
  1. Bromfietsen moeten zijn voorzien van een reminrichting waarvan de onderdelen:
    1. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
    2. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
    3. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken; en
    4. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.

    - Onderdeel a tot en met c: visuele controle.
    - Onderdeel d: visuele controle terwijl het remsysteem onder druk wordt gezet, hierna aangeduid met 'drukproef'. Het rempedaal wordt, bij een hydraulisch remsysteem langzaam, ingetrapt totdat een kracht van 500 N (50 kg) op het pedaal wordt uitgeoefend. Deze kracht wordt gedurende ongeveer 10 seconden uitgeoefend waarbij het pedaal niet op de aanslag mag komen. Bij een remhendel moet de drukproef worden uitgevoerd met de maximale handkracht
  2. Remschijven mogen geen dusdanige slijtage vertonen dat gevaar op breuk ontstaat.
    Visuele controle.
  3. Het rempedaal onderscheidenlijk de remhendel mag geen zodanige slag maken dat het pedaal dan wel de handel tot een aanslag kan worden ingetrapt of ingedrukt
    Controle waarbij het rempedaal wordt ingetrapt met een kracht van ten hoogste 500 N (50kg). Bij een remhendel moet dit worden uitgevoerd met de maximale handkracht.
  4. Het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn.
    Visuele controle.
  5. Remslangen mogen:
    1. niet in ernstige mate zijn misvormd;
    2. niet langs andere voertuigdelen schuren, en

      - Onderdeel a: visuele controle.
      - Onderdeel b: visuele controle, waarbij de bestuurde wielen naar de uiterste linker- en rechterstuurstand worden gebracht.
    3. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is.

      - Onderdeel c: visuele controle.
    4. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen.
    5. Remkabels mogen niet zijn gerafeld en moeten goed gangbaar zijn.
      Visuele controle, waarbij de rem wordt bediend.
    6. Wielen die zijn voorzien van een trommelrem, moeten in onberemde toestand in beide richtingen kunnen draaien zonder dat de remvoering aanloopt. De remvoering van wielen die zijn voorzien van een schijfrem, mag in onberemde toestand in beide richtingen enigszins slepen.
      Controle door de wielen vrij van de grond met de hand rond te draaien.
    7. De remtrommel of remschijf mag tijdens het remmen niet worden geraakt door delen die zijn bestemd als drager of bevestigingsmiddel van de remvoering.
      Visuele controle. Indien de remvoering niet zonder demontage zichtbaar te maken is, wordt de rem in werking gesteld terwijl het wiel met de hand of met behulp van een wielspinner wordt rondgedraaid. Hierbij mogen geen schurende geluiden van metaal op metaal hoorbaar zijn.
    8. De noodzakelijke bewegingsvrijheid van de remonderdelen mag niet worden beperkt.
      Visuele controle.
    9. In de reservoirs van het hydraulisch remsysteem moet voldoende remvloeistof aanwezig zijn.
      Visuele controle, waarbij het remvloeistofniveau zich niet onder de minimumaanduiding mag bevinden.
    10. Antiblokkeersystemen moeten goed functioneren en moeten zijn voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting die in werking treedt zodra het systeem faalt.
      Het contact wordt ingeschakeld waarbij het waarschuwingslampje moet gaan branden. Vervolgens wordt de motor gestart. Wanneer het waarschuwingslampje uitgaat, mag er vanuit worden gegaan dat het systeem functioneert. Indien noodzakelijk wordt een rijproef uitgevoerd.
    11. De onderdelen van een antiblokkeersysteem:
      Visuele controle.
      1. moeten deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;
      2. mogen niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;
      3. mogen niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken, en
      4. mogen geen lekkage vertonen.
Artikel 5.6.38
Wettekst
  1. Bromfietsen op twee wielen, in gebruik genomen na 31december 2006, moeten zijn voorzien van twee bedrijfsremmen waarvan de remvertraging op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg
    1. bij gebruik van de voorwielrem ten minste 2,5 m/s2 bedraagt;
    2. bij gebruik van de achterwielrem ten minste 2,4 m/s2 bedraagt, en
    3. bij gebruik van de voorwielrem en de achterwielrem tezamen ten minste 4,0 m/s2 bedraagt.
    Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing.

    Bij twijfel controle door middel van een remproef op de weg, waarbij aan de hand van de afgelegde remweg wordt bepaald of aan de vereiste remvertraging wordt voldaan. De snelheid bij aanvang van de remproef moet ongeveer 25 km/h bedragen bij een bromfiets met een door de constructie bepaalde snelheid van 25 km/h onderscheidenlijk 40 km/h voor een bromfiets met een door de constructie bepaalde snelheid van 45 km/h. Tevens is het ook toegestaan om bij bromfietsen op meer dan 2 wielen een zelfregistrerende remvertragingsmeter te gebruiken.
  2. Bromfietsen op twee wielen in gebruik genomen voor 1 januari 2007 moeten zijn voorzien van twee bedrijfsremmen met onafhankelijke bedieningsorganen en overbrengingen, waarvan de één tenminste op het voorwiel en de ander tenminste op het achterwiel werkt. De remvertraging van de voorwielrem en de achterwielrem tezamen moet op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 4,0 m/s2 bedragen.
    Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing.

    Bij twijfel controle door middel van een remproef op de weg, waarbij aan de hand van de afgelegde remweg wordt bepaald of aan de vereiste remvertraging wordt voldaan. De snelheid bij aanvang van de remproef moet ongeveer 25 km/h bedragen bij een bromfiets met een door de constructie bepaalde snelheid van 25 km/h onderscheidenlijk 40 km/h voor een bromfiets met een door de constructie bepaalde snelheid van 45 km/h. Tevens is het ook toegestaan om bij bromfietsen op meer dan 2 wielen een zelfregistrerende remvertragingsmeter te gebruiken.
  3. Bromfietsen op meer dan twee wielen moeten zijn voorzien van een bedrijfsreminrichting waarmee, bij bediening van de voor- en achterrem tezamen, hetzij bij bediening van een gezamenlijke reminrichting, de remvertraging op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 4,0 m/s2 bedraagt.
    Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 7, afdeling 2, van toepassing.
    Bij twijfel controle door middel van een remproef op de weg, waarbij aan de hand van de afgelegde remweg wordt bepaald of aan de vereiste remvertraging wordt voldaan. De snelheid bij aanvang van de remproef moet ongeveer 25 km/h bedragen bij een bromfiets met een door de constructie bepaalde snelheid van 25 km/h onderscheidenlijk 40 km/h voor een bromfiets met een door de constructie bepaalde snelheid van 45 km/h. Tevens is het ook toegestaan om bij bromfietsen op meer dan 2 wielen een zelfregistrerende remvertragingsmeter te gebruiken.
  4. De in het derde lid bedoelde bedrijfsreminrichting moet op alle wielen werken.
    Terwijl de wielen zich vrij van de grond bevinden, wordt het rempedaal licht ingetrapt dan wel de remhendel licht ingedrukt en wordt gecontroleerd of elk wiel wordt geremd.
Artikel 5.6.39
Wettekst
  1. Van bromfietsen op meer dan twee wielen moet één van de remmen in aangezette toestand kunnen worden vastgezet, tenzij een afzonderlijke vastzetinrichting aanwezig is.
    Terwijl twee wielen zich vrij van de grond bevindt, wordt de vastzetinrichting onderscheidenlijk vergrendeling in werking gesteld, waarna gecontroleerd wordt of een van de assen wordt geremd.
Artikel 5.6.41
Wettekst
  1. Windschermen en stroomlijnkappen van bromfietsen mogen de bediening van de stuurinrichting, de koppeling en de remmen niet belemmeren.
    Visuele controle, waarbij het stuur naar de uiterste linker- en rechterstuurstand wordt bewogen en de hendels van de koppeling en reminrichting worden bediend.
  2. Windschermen, stroomlijnkappen en permanent aangebrachte inrichtingen om lading mee te kunnen vervoeren, moeten deugdelijk zijn bevestigd.
    Visuele controle
  3. De deuren van bromfietsen moeten goed sluiten. De deuren die direct toegang geven tot de personenruimte, moeten op normale wijze vanaf de binnenzijde en vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend.
    Visuele controle, waarbij de deuren worden geopend en gesloten.
  4. Het slot en de scharnieren van de motorkap en het kofferdeksel van het voertuig moeten een goede sluiting waarborgen.
    Visuele controle, waarbij de motorkap en het kofferdeksel worden geopend en gesloten.
  5. De bevestiging van de scharnieren van de deuren, de motorkap en het kofferdeksel mag niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.42
Wettekst
  1. De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van bromfietsen mogen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen. Ten aanzien van de voorruit is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 91 tot en met 95, van toepassing.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. De voorruit en en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van bromfietsen mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.
  3. De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen.
    Visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.
  4. Indien de bromfiets niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel, mag de achterruit geen beschadigingen of verkleuringen vertonen.
    Lid 4 en 5: visuele controle.
  5. Indien de bromfiets niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel mag de achterruit niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.
Artikel 5.6.43
Wettekst
  1. Bromfietsen met een voorruit, die na 31december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie die de bestuurder voldoende uitzicht geeft.
    Visuele controle. Indien bij het in werking stellen van de installatie ten minste één stand, niet zijnde een intervalstand, werkt, blijft verdere controle achterwege.
  2. Bromfietsen met een voorruit, die na 31december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie.
    Visuele controle, waarbij de installatie in werking wordt gesteld.
Artikel 5.6.45
Wettekst
  1. Bromfietsen, die na 31december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel.
    Leden 1 tot en met 4: visuele controle.
  2. In afwijking van het eerste lid moeten bromfietsen op meer dan twee wielen met gesloten carrosserie, die na 31december 2006 in gebruik zijn genomen, zijn voorzien van een binnenspiegel en een linkerbuitenspiegel dan wel zijn voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel.
  3. De spiegels moeten deugdelijk zijn bevestigd.
  4. Het spiegelglas van de verplichte spiegels mag geen verschijnselen van breuk vertonen en mag niet in ernstige mate zijn verweerd.
Spoiler:
Artikel 5.6.46
Wettekst
  1. De zitplaats of zitplaatsen van bromfietsen moeten deugdelijk zijn bevestigd.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. Voetsteunen moeten deugdelijk zijn aangebracht.
Artikel 5.6.47
Wettekst
  1. Bromfietsen op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, die na 31december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van gordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing op klapstoelen.
  3. De gordels moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zijn beschadigd. Het pluizen van de gordel wordt niet gezien als een beschadiging.
    Visuele controle, waarbij een eventuele rolgordel volledig wordt uitgetrokken.
  4. De gordels moeten zijn voorzien van een goed werkende sluiting en een goed werkende blokkering. Oprolmechanismen moeten zodanig functioneren dat de gordel aanligt na het omdoen ervan.
    Visuele controle. Hierbij wordt de gordel in de sluiting gebracht. Indien de gordel is voorzien van een oprolmechanisme wordt de gordel omgedaan. De blokkering wordt gecontroleerd door te trekken aan de gordel; indien dit geen uitsluitsel biedt wordt tijdens een remproef op de weg het blokkeren van de gordel gecontroleerd.
Artikel 5.6.48
Wettekst
  1. Bromfietsen mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.

    Leden 1 tot en met 3: visuele controle.
  2. De wielen onderscheidenlijk banden van bromfietsen mogen niet aanlopen.
  3. Geen deel aan de buitenzijde van een bromfiets mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken.
Het volgende artikel is belangrijk. Om te weten wat er wel en niet mag aan verlichting op een scooter is het in ieder geval van belang om te weten wat er in minimaal op MOET zitten:

Artikel 5.6.51
Wettekst
  1. Bromfietsen op twee wielen moeten zijn voorzien van:
    1. één dimlicht;
    2. één achterlicht;
    3. één rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig;
    4. één remlicht indien de bromfiets een vermogen van meer dan 0,5 kW en een maximumsnelheid van meer dan 25 km/h heeft en in gebruik is genomen na 31december 2006;
    5. één ambergele retroreflector aan de zijkant van het voertuig indien het voertuig in gebruik is genomen na 31december 2006;
    6. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers voor zover de bromfiets is voorzien van niet-intrekbare trappers en in gebruik is genomen na 31december 2006.
    Leden 1 tot en met 3: visuele controle.
  2. Bromfietsen op drie wielen moeten zijn voorzien van:
    1. één dimlicht indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee dimlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
    2. één stadslicht indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en het voertuig in gebruik is genomen na 31december 2006, en twee stadslichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt en het voertuig in gebruik is genomen na 31december 2006;
    3. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde indien het voertuig is voorzien van een gesloten carrosserie;
    4. één achterlicht indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee achterlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
    5. één of twee remlichten indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en het voertuig in gebruik is genomen na 31december 2006, en twee remlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt en het voertuig in gebruik is genomen na 31december 2006;
    6. één of twee rode achterretroreflectoren indien de breedte van het voertuig 1,00 m of minder bedraagt en twee rode achterretroreflectoren indien de breedte van het voertuig meer dan 1,00 m bedraagt;
    7. vier ambergele retroreflectoren aan de trappers voor zover de bromfiets is voorzien van niet-intrekbare trappers en in gebruik is genomen na 31december 2006.
  3. Bromfietsen op vier wielen moeten zijn voorzien van:
    1. één dimlicht indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee dimlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
    2. één stadslicht indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee stadslichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
    3. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde indien het voertuig is voorzien van een gesloten carrosserie;
    4. één achterlicht indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee achterlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
    5. één of twee remlichten indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee remlichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
    6. één of twee rode achterretroreflectoren indien de breedte van het voertuig 1,00 m of minder bedraagt en twee rode achterretroreflectoren indien de breedte van het voertuig meer dan 1,00 m bedraagt.
Spoiler:
Artikel 5.6.52
Wettekst
Zijspanwagens, verbonden aan een bromfiets, moeten zijn voorzien van een rode retroreflector, aangebracht aan de achterzijde van het voertuig op ten minste 0,25 m en ten hoogste 0,90 m boven het wegdek.
Visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.
Het volgende artikel is belangrijk. De verlichting die er op MOET zitten mopet natuurlijk ook een bepaalde kleur hebben (hiermee is bijv. de vraag ook beantwoord of je blauwe ledverlichting in je koplamp mag schroeven):

Artikel 5.6.53
Wettekst
  1. De dimlichten en stadslichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.
    Leden 1 tot en met 3: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.
  2. De richtingaanwijzers mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen.
  3. De achterlichten mogen niet anders dan rood stralen.
  4. De remlichten mogen niet anders dan rood stralen.
    Visuele controle, waarbij het rempedaal wordt ingetrapt dan wel de remhendel wordt bediend.
Het volgende artikel is belangrijk. De verlichting die er op MOET zitten mag op geen enkele wijze worden aangepast waardoor de lichtopbrengst of bijv. het lichtbeeld wordt beïnvloed. Met andere woorden, stickers plakken op je koplamp (zogenaamde "angels eyes" mag dus NIET

Artikel 5.6.55
Wettekst
  1. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde lichten moeten goed werken. Indien een licht wordt gevormd door meerdere lichtbronnen mag door defecte lichtbronnen het verlichte oppervlak met niet meer dan 25% afnemen.
    Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld. De schakelaar moet automatisch in de ingeschakelde stand blijven staan.
  2. De lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.
    Lid 2 en 3: visuele controle.
  3. De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt, dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed.
  4. Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.
    Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.
  5. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde lichten en retroreflectoren, voorzover het het lichtdoorlatend gedeelte betreft, mogen ten hoogste 25% zijn afgeschermd.
    Leden 5 tot en met 7: visuele controle.
  6. De in de artikelen 5.6.51 en 5.6.52 bedoelde retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen die de retroreflectie beïnvloeden.
  7. Remlichten van bromfietsen in gebruik genomen na 31december 2006 moeten werken bij bediening van zowel de achterwielrem als de voorwielrem.
Het volgende artikel is belangrijk. Nu je dus exact weet welke verlichting er op een scooter MOET zitten wil je ook graag weten wat er dan nog meer op MAG zitten. Dit wordt bepaald in artikel 5.6.57

Artikel 5.6.57
Wettekst
  1. Bromfietsen op twee wielen mogen zijn voorzien van:
    Visuele controle.
    1. één of twee grote lichten;
    2. één extra dimlicht;
    3. één of twee stadslichten;
    4. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde en waarschuwingsknipperlichten;
    5. één extra achterlicht indien de breedte van het voertuig niet meer bedraagt dan 1.30m;
    6. één of twee remlichten;
    7. ambergele retroreflectoren aan de voorste zijkanten van het voertuig, ambergele of rode retroreflectoren aan de achterste zijkanten van het voertuig;
    8. achterkentekenplaatverlichting;
    9. één naar voren gerichte witte retroreflector.
  2. Bromfietsen op drie of vier wielen mogen zijn voorzien van:
    1. - Onderdeel a: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.
    2. één of twee grote lichten indien de breedte van het voertuig 1,30 m of minder bedraagt en twee grote lichten indien de breedte van het voertuig meer dan 1,30 m bedraagt;
      - Onderdelen b tot en met i: visuele controle.
    3. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde en waarschuwingsknipperlichten indien het voertuig niet is voorzien van een gesloten carrosserie;
    4. achterkentekenplaatverlichting;
    5. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig;
    6. naar voren gerichte witte retroreflectoren;
    7. één of twee mistvoorlichten;
    8. één of twee mistachterlichten;
    9. één of twee achteruitrijlichten;
    10. één derde remlicht.
  3. Bromfietsen mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.58
Spoiler:
Wettekst
  1. Zijspanwagens, verbonden aan een bromfiets, mogen zijn voorzien van:
    1. Onderdelen a en e: visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.
    2. één stadslicht aan de uiterste buitenzijde van het voertuig op ten minste 0,35 m en ten hoogste 1,20 m boven het wegdek;

      - Onderdelen b, c, d en f: visuele controle.
    3. één achterlicht;
    4. richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten;
    5. één remlicht;
    6. een naar voren gerichte witte retroreflector aan de voorzijde van het voertuig, aangebracht aan de uiterste buitenzijde op ten minste 0,45 m en ten hoogste 1,20 m boven het wegdek;
    7. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig.
  2. Zijspanwagens mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig.
    Visuele controle.
Het volgende artikel is belangrijk. De verlichting die er op MAG zitten moet natuurlijk ook een bepaalde kleur hebben
Artikel 5.6.59
Wettekst
  1. Het grote licht, het mistvoorlicht, het achteruitrijlicht en het stadslicht mogen niet anders dan wit of geel stralen.
    Leden 1 tot en met 4: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.
  2. Het achterlicht, het mistachterlicht, het derde remlicht en het remlicht mogen niet anders dan rood stralen.
  3. Richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen niet anders dan ambergeel stralen.
  4. De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
Het volgende artikel is belangrijk. En dan uiteraard ook nog eens de wetgeving over hoe je al die extra lichten die je extra MAG voeren moet bevestigen

Artikel 5.6.59a
Wettekst
  1. De in artikel 5.6.57 bedoelde lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed.
  3. Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.
    Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.
  4. Mistachterlichten moeten goed werken en voor zover het het lichtdoorlatend gedeelte betreft, mogen ten hoogste 25% zijn afgeschermd.
    Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld. De schakelaar moet automatisch in de ingeschakelde stand blijven staan.
Artikel 5.6.64
Wettekst
  1. Bromfietsen mogen, met uitzondering van groot licht, niet zijn voorzien van verblindende lichten.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. Bromfietsen mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers en de waarschuwingsknipperlichten, niet zijn voorzien van knipperende lichten.
Het volgende artikel is belangrijk. Dit artikel zegt namelijk dat alles wat hiervoor is beschreven aan verlichting die minimaal aanwezig MOET zijn, die daarnaast ook nog extra anwezig MAG zijn en de daarbij behorende eisen die zijn genoemd, het enige is wat op je scooter aanwezig MAG zijn. Blauwe neonverlichting onder je scooter (bijvoorbeeld) mag dus door het volgende artikel NIET.

Artikel 5.6.65
Wettekst
Bromfietsen mogen onverminderd het in de artikelen 29 en 30 van het RVV 1990 bepaalde inzake zwaai- en knipperlichten, niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.6.51, 5.6.52, 5.6.57 en 5.6.58 is voorgeschreven of toegestaan. In of op het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen doen dit niet naar de buitenzijde van het voertuig.
Visuele controle. Indien lichtarmaturen aanwezig zijn die niet zijn voorgeschreven dan wel toegestaan, mogen de lichten hiervan niet werken. Bromfietsen mogen niet zijn voorzien van lichtarmaturen voor blauwe zwaai- of knipperlichten.
Spoiler:
Artikel 5.6.66
Wettekst
  1. Indien de bromfiets is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen, moet deze inrichting deugdelijk zijn bevestigd en mag deze niet zijn gescheurd, gebroken of vervormd of in ernstige mate door corrosie zijn aangetast.
    Visuele controle
  2. Bij een inrichting als bedoeld in het eerste lid, die is voorzien van een koppelingskogel met een nominale diameter van 50 mm: moet de diameter van de kogel ten minste 49 mm bedragen.
    Het bolvormige gedeelte wordt gemeten met een geschikt meetmiddel.
Artikel 5.6.71
Wettekst
  1. Bromfietsen moeten zijn voorzien van een goed werkende bel of van een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte.
    Visuele en auditieve controle, waarbij de hoorn dan wel bel in werking wordt gesteld.
  2. Bromfietsen mogen zijn voorzien van een geluidssignaalinrichting die er toe strekt ongeoorloofd gebruik of diefstal van de bromfiets of de zijspanwagen te voorkomen.
    Lid 2 en 3: visuele en auditieve controle.
  3. Bromfietsen mogen, onverminderd het in artikel 29 van het RVV 1990 bepaalde inzake twee- en drietonige hoorns, niet zijn voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan bedoeld in het eerste en tweede lid.

De onderstaande tekst heb ik ook geplaatste, echter, die treedt pas op 1 januari 2010 in werking en gaat helemaal over de zelfbalancerende bromfietsen.

13. Zelfbalancerende bromfietsen [Treedt in werking per 01-01-2010]
Spoiler:
Artikel 5.6.73 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van een voertuigidentificatienummer dat op een vast voertuigdeel is ingeslagen en goed leesbaar is.
Visuele controle.
Artikel 5.6.74 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. De langs- en dwarsliggers en chassisversterkingsdelen van het chassisraam, dan wel de daarvoor in de plaats tredende delen van de mee- of zelfdragende carrosserie van zelfbalancerende bromfietsen mogen: a. geen breuken of scheuren vertonen, en b. niet zodanig zijn bevestigd, vervormd of door corrosie aangetast, dat de stijfheid en de sterkte van het chassisraam of van de mee- of zelfdragende carrosserie in gevaar worden gebracht dan wel dat het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed. Indien sprake is van corrosie is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing.
    Onderdeel a: visuele controle. - Onderdeel b: visuele controle. Bij twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
  2. De onderdelen die deel uitmaken van het frame of van de zelfdragende constructie moeten deugdelijk zijn bevestigd.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.75 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Zelfbalancerende bromfietsen mogen:
  1. niet langer zijn dan 1,00 m:
  2. niet breder zijn dan 1,00 m:
  3. niet hoger zijn dan 2,00 m.
    Visuele controle. In geval van twijfel wordt het voertuig gemeten, waarbij artikel 5.1a.1 van toepassing is.
Artikel 5.6.76 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. Zelfbalancerende bromfietsen moeten bij voortduring blijven voldoen aan de in artikel 1.1 voor zelfbalancerende bromfietsen vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h.
    Bij twijfel een rijproef uitvoeren.
  2. Zelfbalancerende bromfietsen mogen niet zijn voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de in het eerste lid genoemde maximumconstructiesnelheid te bemoeilijken of te beïnvloeden.
    Visuele controle, waarbij eventuele aanwezige voorzieningen worden bediend of ingeschakeld. Eventueel wordt de meting opnieuw uitgevoerd.
Artikel 5.6.77 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Alle onderdelen van de elektrische aandrijving van zelfbalancerende bromfietsen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd.
Visuele controle.[/list]
Artikel 5.6.78 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. De accu van zelfbalancerende bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. De elektrische bedrading van zelfbalancerende bromfietsen moet deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd.
Artikel 5.6.79 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
De snelheid van zelfbalancerende bromfietsen moet op eenvoudige en doeltreffende wijze regelbaar zijn.
Visuele controle.[/list]
Artikel 5.6.80 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. De as van zelfbalancerende bromfietsen moet deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd en mag geen breuken of scheuren vertonen.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. De as mag niet zodanig zijn vervormd dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht.
  3. De as mag niet zodanig zijn bevestigd, beschadigd of vervormd dat het weggedrag nadelig wordt beïnvloed.
    Visuele controle, in geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd.
  4. De as mag niet zodanig door corrosie zijn aangetast, dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.81 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
De wiellagers van zelfbalancerende bromfietsen mogen niet te veel speling vertonen.
Visuele controle.
[/list]
Artikel 5.6.82 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. De wielen, alsmede de onderdelen daarvan, van zelfbalancerende bromfietsen mogen geen breuken, scheuren ernstige corrosie of ernstige vervorming vertonen. Onderdelen mogen niet loszitten of ontbreken.
    Lid 1 en 2: visuele controle, terwijl het wiel vrij kan ronddraaien.
  2. De wielen onderscheidenlijk velgen moeten met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd.
Artikel 5.6.83 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. De wielen van zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van luchtbanden.
    Visuele controle.
  2. Het loopvlak van de banden mag geen metalen elementen bevatten die tijdens het rijden daarbuiten kunnen uitsteken.
    Visuele controle, waarbij het wiel wordt rondgedraaid.
Artikel 5.6.84 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Van zelfbalancerende bromfietsen:
  1. moet de stuurinrichting dan wel het besturingssysteem deugdelijk zijn:
  2. moeten de voor de overbrenging van de stuurkrachten noodzakelijke onderdelen deugdelijk zijn bevestigd.
    Visuele controle.
    [/i]
Artikel 5.6.85 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van een goedwerkend remsysteem.
    Lid 1 en 2: visuele controle en een rijproef uitvoeren.
  2. Het voertuig mag als gevolg van het remmen of van een snelheidsvermindering geen zijwaartse beweging maken.
Artikel 5.6.86 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van een remsysteem waarvan de remvertraging ten minste 4,0 m/s2 bedraagt.
Bij twijfel controle door middel van een vertragingsproef, waarbij aan de hand van de afgelegde vertragingsafstand wordt bepaald of aan de vereiste vertraging wordt voldaan. Als de zelfbalancerende bromfiets op topsnelheid (maximum 20 km/h) binnen 3,86 m stilstaat, voldoet het.
Artikel 5.6.87 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Permanent aangebrachte inrichtingen om lading mee te kunnen vervoeren, moeten deugdelijk zijn bevestigd.
Visuele controle.
Artikel 5.6.88 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. Zelfbalancerende bromfietsen mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.
    Leden 1 en 2: visuele controle.
  2. De wielen onderscheidenlijk banden van zelfbalancerende bromfietsen mogen niet aanlopen.
Artikel 5.6.89 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
]
Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van:
  1. rode opvallende retroreflecterende lijnmarkering of één rode retroreflector, aangebracht aan de achterzijde van het voertuig op een hoogte van minimaal 0,15 m en maximaal 0,90 m:
  2. witte of gele opvallende retroreflecterende markering of één of twee ambergele zijretroreflectoren, aangebracht aan de buitenzijde van de wielen.
    Visuele controle, bij twijfel meten.
Artikel 5.6.90 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Een zelfbalancerende bromfiets mag zijn voorzien van:
  1. één of twee lichten aan de voorzijde:
  2. één of twee achterlichten:
  3. één of twee remlichten:
  4. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig:
  5. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig.
    Visuele controle.
Artikel 5.6.91 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. Het licht aan de voorzijde mag niet anders dan wit of geel stralen.
    Lid 1 tot en met 3: visuele controle.
  2. Het achterlicht en het remlicht mogen niet anders dan rood stralen.
  3. Richtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.
Artikel 5.6.92 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. Zelfbalancerende bromfietsen mogen niet zijn voorzien van verblindende lichten.
    Lid 1 en 2: visuele controle.
  2. Zelfbalancerende bromfietsen mogen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, niet zijn voorzien van knipperende lichten.
Artikel 5.6.93 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Zelfbalancerende bromfietsen mogen niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.6.89 en 5.6.90 is voorgeschreven of toegestaan.
Visuele controle.
[/list]
Artikel 5.6.94 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
Indien de zelfbalancerende bromfiets is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen, moet deze inrichting deugdelijk zijn bevestigd en mag deze niet zijn gescheurd, gebroken of vervormd of in ernstige mate door corrosie zijn aangetast.
Visuele controle.
[/list]


Artikel 5.6.95 [Treedt in werking per 01-01-2010]
Wettekst
  1. Zelfbalancerende bromfietsen moeten zijn voorzien van een goed werkende bel of van een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte.
    Visuele en auditieve controle, waarbij de hoorn dan wel bel in werking wordt gesteld.
  2. Zelfbalancerende bromfietsen mogen, onverminderd het in artikel 29 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bepaalde inzake tweetonige hoorns, niet zijn voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van een geluidssignaalinrichting die er toe strekt ongeoorloofd gebruik of diefstal van de zelfbalancerende bromfiets te voorkomen.
  3. Met de in deze afdeling vastgestelde normen of technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige normen of technische eisen, vastgesteld door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Ik hoop dat ik met deze uitgebreide uitleg de meest voorkomende vragen heb kunnen ophelderen. Het staat je uiteraard vrij om vragen in het forum te stellen, maar enkel als ze niet worden beantwoord in dit onderwerp.

:thumleft:
Frans
Beheerder
frans@infopolitie.nl

Gesloten

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast