Hallo,
Ik zit met het volgende.
Als hobby heb ik een jaar of 4 een grote amerikaan gekocht. Deze is zo goed bevallen, en de hobby is zo leuk (we ruiden allerlei cruises en meetings af) dat we er uiteindelijk 2 bij hebben gekocht, 3 en 2 jaar geleden.
Nu hebben we in totaal dus 3 van deze amerikanen.
2 ervan worden min of meer beiden dagelijks gebruikt (1x fulltime, 1x parttime) voor woon-werk.
Omdat deze auto's uiteraard al wat ouder zijn, mankeert er wat regelmatiger iets aan dan bij een jonge leasebak.
Nu is het absoluut niet zo dat ik elke dag onder de auto lig (kan ook niet in dit regen-land) of motorblokken wissel, grote beurten uitvoer, etc.
Wel is het zo, dat ik rubberhoesjes vervang, dynamo vernieuw, nieuwe luchtfilter plaats, mooie bougiekabels, een nette geluidsinstallatie inbouw, etcetera. Ook sta ik niet constant met draaiende motor te rommelen, of zijn het herrie-bakken. 9hou ik zelf niet van.) Er komt een bescheiden donkere roffel uit de uitlaten, maar de gemiddelde auto heeft een gelijk geluidsniveau.
Hierbij respecteer ik de buurt, dwz, ik doe dit niet op ongewone uren (niet na 9 uur, niet voor 9 uur, niet op zondag, of op zondag alleen interieurdingetjes welke geen geluid produceren.)
Nu hebben er enkele mensen geklaagd, en blijkt dat de gemeente bezig is om mij " bedrijfsmatigheid" in de schoenen te schuiven.
Ook zou er parkeeroverlast zijn. (ik sta netjes in de vakken, en er is nog ruim voldoende ruimte over..) Bovendien staat er 1 auto in mijn eigen voortuin annex oprit, waar sommigen bewus een tuin houden, en anderen een oprit.
Er zijn meerdere mensen met 2 auto's, die hun auto's niet op hun oprit plaatsen.
Ik woon in een ruime eengezinswoning-wijk in een dorp.
Nu is de vraag: wat zou de gemeente mij kunnen maken?
Ik heb mij reeds enigzins verdiept in de APV, en volgens mij biedt dit voor hun geen handvatten.
Deze zal ik hieronder plaatsen.
Info is zeer welkom.
Alvast dank.
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling 1: Parkeerexcessen
Artikel 5.1.1 Begripsomschrijvingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
b. voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:
1. treinen en trams;
2. fietsen, bromfietsen;
3. invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
4. kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen;
c. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en
gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden
of lossen van goederen.
Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
1. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te
stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren
binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; of
b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
2. Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:
a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
3. Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend:
a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet
meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
deze werkzaamheden;
b. voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.
4. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.









